Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Wad en Wierdenpad

4e etappe
Termunten-Nieuweschans 27 km
30 Mei 2003

Vandaag met twee auto’s richting Oost-Groningen. Het Hemelvaartweekend wordt door openbaar vervoer Nederland gezien als een schoolvakantie en dus zeer beperkte mogelijkheden voor ons in dit gebied om gebruik te kunnen maken van bus en trein. Ach, het heeft ons qua openbaar vervoer bijna altijd meegezeten, dus zeuren we niet. We parkeren de auto van Wim bij het eindpunt in Nieuweschans, de muziekkoepel. Daarna rijden we via Nieuw-Beerta en Finsterwolde door naar Termunten. Daar parkeren we ‘met toestemming’ de auto van Hedzer op de parkeerplaats van de Sparwinkel. Ons startpunt van vandaag. Vandaag de 4e en laatste etappe van het Wad- en Wierdenpad. Een LAW-pad dat ons tot nu toe niet heeft teleurgesteld. Integendeel. Groningen is wonderschoon. We hebben het met eigen ogen mogen aanschouwen. 

Het is 8.50 uur als we, beladen met de inmiddels bekende rugzakken, beginnen aan de tocht. Het boekje heeft het ons al aangegeven: eerst 14 kilometer dijk en dan pas de binnenlanden in. Dus veel zon en weinig schaduw. En de zon doet zich al flink gelden. Het beloofd een warme en zomerse dag te worden. Zo ver ons oog reikt zien we een staalblauwe lucht. Een klein briesje zorgt voor wat afkoeling en voorkomt oververhitting. We horen om ons heen de schapen blaten, de lammeren mekkeren en vogels zingen. Kennelijk werden we al verwacht. De dieren om ons heen sporen ons aan, te genieten van de wereld om ons heen. Zo op het eerste oog hebben ze daarin gelijk. 

Via het smalle Kerkpad lopen we in de richting van het middeleeuwse kerkje van Termunten, dat ligt op een wierde vlakbij de zeedijk. Volgens het boekje iets wat niet veel voorkomt in Groningen. Het is een opvallend hoog kerkje. Een bordje bij de ingang waarschuwt: “Bijenvolk”. Alweer een “volk” wat door toedoen van de mens de afgelopen jaren in de problemen is gekomen en moeite heeft zich te handhaven. Vanaf het lage hek kunnen we het kerkje ook goed zien en fotograferen. We zijn snel tevreden!Achter het dorp Termunten een flinke klim om op de kruin van de dijk te komen. Een dijk op deltahoogte overigens. We zijn gefascineerd door het uitzicht wat voorgeschoteld wordt. Achter ons Termunten en Woldendorp, links zien we Delfzijl en in de verte de Eemscentrale (± 20 km), voor ons de prachtige Eems, en aan de overkant Duitsland en de haven van Emden. We blijven even staan om te genieten. Want we zien hier “mensenwerk” en natuur in harmonie. Het kan dus toch! En overal watervogels, die ons kwetterend begroeten. Of zouden ze hun jongen waarschuwen? 

We slaan rechtsaf richting het oosten en volgen de kruin van de dijk. Voor ons de oneindigheid van water en het Groningse land. En duizenden, duizenden schapen, die het gras op de dijk kort houden en tegelijkertijd bemesten. Opvallend is de verscheidenheid van de schapenpoep; grote en kleine keutels, plakken, hopen en diarreedrab. Hopelijk zegt deze verscheidenheid niets over de mate van gezondheid van deze dieren! Grappig om te zien, dat allerlei kevertjes, spinnetjes, vliegjes en ander gedierte zich kennelijk prettig voelen bij deze ontlasting. Er wordt van gegeten, hardere stukken worden versleept en verplaatst, er wordt in gewroet, ach…..  en nog heel veel andere activiteiten. Een kevertje zien we heen en weer lopen tussen diarreedrab en een wat hardere keutel. Hij zit kennelijk met een luxe probleem en kan geen keuze maken. We attenderen hem erop dat er meerdere soorten en vormen van poep zijn. Hij trekt zich er niets van aan en dus besluiten we onze weg maar te vervolgen. 

Bij “Fiemel”, een bunker en munitiecomplex uit de 2e wereldoorlog, ontdekken we op de dijk een bank die uit het goede hout gesneden blijkt te zijn. Weldadig voor rug en billen. Hoewel we nog maar net aan de wandel zijn besluiten we, mede vanwege het prachtige uitzicht, om hier even te pauzeren voor een bakje koffie met koek.Om 9.45 uur gaan we verder. Linksvoor zien we de beroemde “Punt van Reide”, ofwel de plaats waar de Eems vernauwt en Dollard wordt. Een fraai kweldergebied strekt zich voor ons uit. Overal vogels en schapen, heel veel schapen. Op de achtergrond het gebrom van een snelboot die waarschijnlijk op weg is naar een duits waddeneiland. En dan is het weer rustig en stil. Alleen de vogels kwetteren voort met hun eeuwige gezang. Sinds de schepping moeten er altijd vogels te horen zijn geweest, denken we. 

Na de “Punt van Reide” buigen we - de dijkkruin volgend - naar het zuiden af. Pal tegen de zon in. En opnieuw zien we voor ons duizenden schapen. Rechts een lang en smal meer dat in verbinding staat met de Dollard en daardoor ook eb en vloed kent. Het is eb en veel vogels zijn druk bezig hun kostje bij elkaar te scharrelen op de drooggevallen gronden. De vele vogels lijken samen één groot concert te geven. Het is een gekwetter van jewelste.Lopend over de dijk naar het zuiden ontdekken we grote velden met boterbloemen en even verderop madeliefjes. Het is een fraai, kleurrijk en wonderlijk gezicht. Zwaluwen scheren laag over de grond om insecten te vangen, die juist bezig waren zich tegoed te doen aan de aanwezige schapenmest. We begrijpen dat we hier staan aan het begin van de voedselketen. We prijzen ons gelukkig wat hoger in de voedselketen te zitten. 

Door de velden van boterbloemen en madeliefjes zien we een smalle strook van ongeveer 30 centimeter breed waar bloemen groeien. De planten hebben zich aangepast aan de wandelpaden van het vee en de LAW-wandelaars. Zouden deze bloemen dan toch een vorm van intelligentie bezitten? Hedzer besluit z’n shirt met korte mouw te verruilen voor een wit katoenen overhemd met lange mouw. De zon wordt zijn huid wat teveel. Deze is gisteren ook al tot “rodens” toe geteisterd door de zon tijdens een lange fietstocht. Het voelt direct een stuk beter. En dat moet ook want er zijn nog zo’n 22 kilometer te gaan. In de felle zon. Een bord op de dijk vertelt ons iets over de omgeving. Over het land, de dijk en het water van de Dollard. We hadden al eerder op drooggevallen zandplaten “dingen” gezien waarvan we gekscherend zeiden, dat het misschien zeehonden konden zijn. Het bord neemt alle twijfel weg. Het waren zeehonden. Volgens de informatie komen ze hier wel degelijk voor. Leuk dat we ze gezien hebben. We ontdekken dat we lopend over de kruin van de dijk niet snel gaan. Het is inmiddels ook al weer twee uren geleden dat we mensen gezien hebben. Dat gebeurt in Nederland niet vaak. Dat we daar ergens ver van de bewoonde wereld ineens een oppassende boer tegen komen valt ons dus op. Hij begroet ons allervriendelijkst. Maar dat waren we inmiddels van de Groningers wel gewend. We zien dat hij “zijn” schapen en het land observeert. Even later schouwt hij de brede sloot die ons van de Dollard scheidt. Mogelijk op zoek naar te water geraakte schapen. Uit zijn hele gedrag merken we op, dat deze boer begaan is met het wel en wee van de dieren en het land.  

Na 6½ kilometer wandelen bereiken we “Paal 9,5 km”. Hier buigen we af in zuidoostelijke richting. Zover het oog reikt zien we de loop van de dijk. En wij moeten daar verder over heen. Het is heel mooi en fraai allemaal, maar we beginnen toch een klein beetje naar het achterland uit te zien. Het wordt wat ééntonig. Een kaarsrechte dijk, groen land en nog steeds duizenden en duizenden schapen. Door het heldere weer zien we heel in de verte twee wandelaars vanuit tegengestelde richting komen. Het kaartje geeft aan dat ze zich nog zeker op een afstand van 4 kilometer bevinden. Voor ons gevoel bevinden zij zich op ongeveer 1 kilometer van ons. We constateren dat in deze oneindigheid het moeilijk is afstanden te schatten. Alles lijkt veel dichterbij dan dat het in werkelijkheid is. We gaan op in dit landschap, in deze prachtige natuur.

We voelen ons heel klein en nietig in noordoost-Groningen.  

Bij het monument ter ere van het op deltahoogte brengen van de dijken (paal 4), stoppen we en nemen plaats op de royale banken. Op een stalen plaquette wordt de omgeving getoond en bijzondere accenten aangeduid. Voor ons groene kwelders waar groepjes koeien grazen. Achter ons horen we een vrachtwagen naderen. Even later zien we dat een man met een grijpkraan twee kadavers van koeien inlaadt. Leven voor ons en dood achter ons. We laten ons de koffie en het brood goed smaken. Tja, zo is het leven. Eindelijk, na 14 kilometer dijkkruinen en duizenden schapen “mogen” we van de dijk af het binnenland in. Tien hoge roestbruinen pilaren markeren dit punt. Een markering bedoeld voor de LAW-wandelaars om vooral toch nog even vol te houden? Het voelt heel prettig om weer over asfalt te wandelen. Maar het voelt ook heel warm. Het asfalt is heet en de verkoelende zeebries dringt hier vanwege de dijk niet door. Voor ons lange rechte wegen, veel bomen en fluitenkruid langs de wegen. Rechts in de verte zien we lonkend de knalgele koolzaadvelden liggen. Ze vormen een geweldig en kleurrijk contrast met de groene ruimte om ons heen.  

Volgens het boekje kunnen we via een “kleipad” een doorsteek maken, wat de etappeafstand met ongeveer 1½ kilometer bekort. Helaas, er is geen kleipad meer. Een ingezaaid en opkomend korenveld heeft het paadje verdrongen. Door het korenveld lopen is geen optie voor ons. Dat zal de boer waarschijnlijk niet op prijs stellen. En hij heeft daarin gelijk. Via de ‘omleidingroute’ wandelen we verder. Heerlijk, een stuk in de schaduw van de vele bomen langs de weg. Een verademing. De geur van het bloeiende koolzaad prikkelt de neuzen. Het ruikt verrukkelijk. Wat is het hier prachtig.  

Na het buurtschap Kostverloren, waar allemaal kleine paleisjes met droomtuinen staan en waar rust en stilte de gewoonste zaak van de wereld schijnt te zijn, wandelen we verder over een schouwpad langs een brede sloot. Het eerste stuk gaat prima, maar na de stuw, waar we overheen moeten, wordt het minder. Oneffen grond! Het aanwezige hoge gras en de scherpe distels maken een lange broek haast noodzakelijk. En de zon? Die brandt lekker door. Schaduw is hier niet. Het is heel mooi, maar ook zwaar. Hedzer begint wat te klagen. En dat is in al die jaren nog niet eerder gebeurt. Vanwege drukte thuis en op het werk, maar ook de last die Hedzer van nierstenen heeft gehad, konden we niet eerder wandelen. En dan is 22 maart – de vorige etappe - een hele tijd geleden! We ploegen voort door het hoge gras met distels en hier en daar brandnetels. Even voor Nieuw-Beerta moeten we nog ‘even’ rechtsom langs een volkstuinenhek met veel en vooral hoge brandnetels. We hebben over een afstand van 10 meter een pad te gaan van slechts 20 cm breed vanwege manshoge brandnetels. Het lukt ons zonder prikken en steken hier langs te persen. Wel goed voor de buikspieren. Ach….. alles heeft zo’n prijs. Het is inmiddels even na tweeën. Vanwege de lange dijk en de schouwpaden ligt ons gemiddelde vandaag wat lager. Ongeveer 4 km/uur. Maar we hebben de hele dag de tijd. 

Als we achter het kerkje van Nieuw-Beerta het klinkerstraatje inwandelen, zien we een picknickbank uitnodigend in de schaduw staan. Hedzer moet even zitten, want hij zit er  doorheen. Nog even iets drinken en eten. De wetenschap dat we nog ongeveer 5 kilometer te gaan hebben geven hem energie. Via een fraai pad langs fluitenkruid en een begraafplaats, maar onder schaduwrijke bomen lopen we naar een asfaltweg. En daarna verder in richting van de spoorlijn Groningen-Nieuweschans. Linksvoor zien we de eerste huizen van Nieuweschans. Na een kleine drie kilometer, deels langs het spoor, door kort en afwisselend hoog gras en velden met bloemen en koolzaad arriveren we bij Nieuweschans. We voelen ons enigszins opgelucht dat we er zijn. Het was erg mooi en we hebben veel fraais gezien vandaag, maar het was ook wel zwaar. Nu alleen nog ons dorstprobleem oplossen. Want dat hebben we. 

Omstreeks 16.00 uur lopen we de Coöp-winkel binnen. Even wat koelte. We slaan vooral drinken in. Wim neemt er twee harde broodjes bij en Hedzer een dikke reep chocolade. En daar midden in de winkel worden we door Jan-en-alleman aan- en nagestaard. We zien er kennelijk uit wereldvreemden. Allebei hoog rode en bezwete hoofden, onder de pluisjes en zaadjes van planten, en veel sporen van schapenstront tot op de knieën. Maar we zien de mensen na de eerste schrik en observatie ook snel glimlachen. Ze zien dat we ons gelukkig en voldaan voelen. Ze begrijpen dat het daar om gaat in het leven. Een fijn volk die Groningers. Weinig woorden en toch duidelijke taal.

Om 16.30 uur arriveren we bij de muziekkoepel, tevens eindpunt van het Wad- en Wierdenpad, waar de auto van Wim staat. Ja, en dan ga je terugblikken, evalueren. Hoe vonden we het? Heeft het aan onze verwachtingen voldaan? Kunnen we het LAW-pad anderen aanraden? Gaat er inderdaad ‘niets boven Groningen’? Het antwoord luidt vierwerf “JA”!  Met dien verstande dat er bijna “ niets boven Groningen” gaat!  

Groningers wees trots op jullie land. Het was ons een grote eer jullie land op deze wijze te mogen leren kennen. We hebben genoten, we waren verrast en het heeft ons zeer geboeid. Wat een ruimte, wat een schoonheid, wat een fraaie dorpjes en stadjes, wat een vriendelijke en gastvrije mensen, wat een prachtige natuur en wat een evenwicht tussen de mensenwereld en die natuur. Houwen zo! 

En wij? Wij gaan zitten piekeren en peinzen over hoe nu verder. Gaan we eerst het Noarberpad wandelen of toch liever eerst het Drenthepad. Een luxeprobleem dus!  We komen er wel uit.

Naar: Home


 

fotoshow