Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Trekvogelpad

9e etappe
Bennekom-Otterlo 26 km
7 Juni 2006

Het is even na half acht in de ochtend als Hedzer zijn auto parkeert op een parkeerplaats naast de Sparwinkel aan de Kerklaan in Otterlo. De reis vanuit het hoge noorden is voorspoedig verlopen en we hebben het droge weer maar meegenomen. Het omspansel is nog wel geheel bewolkt maar volgens de weerdeskundigen wordt het vandaag een droge, zonnige en vooral warme dag. Heerlijk wandelweer dus. Zoals altijd hebben we er weer veel zin. Vandaag staan voornamelijk bossen en heidevelden op het programma. Een prachtig stukje Veluwe.

Het is ongeveer 1 km wandelen naar de bushalte van lijn 108s bij de rotonde. De planning was om de bus van 8.18 uur te pakken richting station Ede / Wageningen en vandaar met lijn 86s richting startpunt Bennekom. Het lukt ons echter om de bus van 7.48 uur te halen. Een half uur tijdwinst. Kunnen we iets langer van de vroege en dus rustige ochtend genieten. Tijdens de busreis krijgt Wim een onbestemd gevoel. Hij kan echter niet aangeven waar dat vandaan komt. Na enige minuten ontdekt hij de oorzaak. Na een ongecontroleerde uitroep in de bus van het woord “shit”, fluistert hij Hedzer heel voorzichtig in het oor: “Ik ben het boekje vergeten!” Was het zijn enthousiasme, was het de indrukwekkende omgeving of hield iets anders duisters hem van het boekje weg? Nee, het was gewoon stom! Gewoon vergeten, niet aan gedacht. Even de boel niet op orde.

We overleggen in de bus wat te doen. Een optie is uitstappen bij de eerstvolgende bushalte om terug naar de auto te gaan waar het boekje nog moet liggen. Of toch blijven zitten en zo de reis vervolgen teneinde dan maar zonder boekje de 26 kilometer lange route te wandelen. Dat laatste, op de gok, dat de route goed aangegeven wordt. We weten echter dat dit niet altijd goed aangegeven is. We besluiten onze intuïtie te volgen en de gok de wagen. Dus zonder boekje en met de hoop dat alles goed en duidelijk aangegeven wordt. We hebben inmiddels zoveel wandelervaring. Tel daar bij op het feit dat Wim thuis de tekst van de route en de kaartjes doorgenomen heeft. We hebben er alle vertrouwen in. Maar spannend is het natuurlijk wel een beetje.

Om 8.25 uur stappen we in Bennekom uit de bus bij halte Halderbrink en wandelen richting startpunt. Bij de verkeerslichten van de drukke Dr. W. Dreeslaan pakken we de wandelroute weer op na tevreden de eerste vertrouwde roodwitte sticker gezien te hebben. Als je geen boekje bij je hebt is zo’n eerste sticker van “levensbelang” grappen we. Maar het voelt toch wel vreemd om zonder boekje op stap te gaan. Veel doorgaande wegen zijn er niet op de Veluwe. Dus als je begint te dwalen, dwaal je ook gegarandeerd flink en geweldig. En dat is geen leuk vooruitzicht.

Maar we houden de moed erin. We volgen de duidelijk aanwezig stickers en via een oud zandpad langs een fraai en iets hoger gelegen weiland  - waar de aanliggende buurt overigens flink actie voor voert om  bebouwing hiervan te voorkomen -  wandelen we het kleine en door Bennekom opgeslokte buurtschapje Hoekelum binnen. Allemaal leuke huizen op prachtige standen. Grote tuinen geven het geheel iets  parkachtigs. Als we langs een ijzeren tuinhek lopen stuiven twee donker bruine boxers grommend en grauwend op ons af. Ze zijn erg waaks maar zien er ook wel wat vals en agressief uit. Het is maar goed dat er een hek tussen ‘hen’ en ons is. We schrikken als we in dezelfde tuin een klein kind van een jaar of 3 zien spelen. Geen ouder iemand in de directe omgeving te zien. Link hoor. Even later verschijnt een prachtige jongedame in de deuropening. Was kennelijk toch nieuwsgierig geworden vanwege het kabaal van de honden. “Lijken me geen schoorhondjes!” roept Wim. “Ach, dat valt wel mee. Ze doen alleen zo tegen vreemden! Roept de overigens best aardige dame terug. We hopen het voor haar en het kind.

Het buurtschapje achter ons latend horen we van voren steeds luider het geluid van veel, heel veel auto’s. We naderen de drukken A12 Utrecht – Arnhem. Links en rechts van ons akker- en weidegebieden. Daarboven een bijzonder schouwspel. We zien namelijk heel duidelijk op de gesloten bewolking de schaduw van de condensstrepen van hoogvliegende vliegtuigen. Een wonderlijk geheel om te zien. Rechts van ons een oud maar aardig optrekje met daaromheen een immense tuin vol bloemen en kruiden. Alles wel heel keurig gerangschikt en ordelijk, maar kleurrijk en afwisselend.

Korte tijd later passeren we de brug over de A12 en wandelen aan de andere kant Ede binnen in een gebied wat de Hoekelumsche Brink wordt genoemd. Ooit één met het buurtschap Hoekelum, maar sinds jaar en dag gescheiden door de drukke snelweg en alles wat daarmee samenhangt. Het is inmiddels 9.05 uur.

Via een fietspad wandelen we langs een complex met sportvelden, waar de schooljeugd zich bezig houdt met de moeizame start van de jaarlijks terugkerende sportdag. Omdat de A12 strak en direct rechts van ons ligt, slechts gescheiden door een strook met armetierige wilgenboompjes die een zekere levensmoeheid uitstralen, is dit beslist niet het fraaiste deel van de route. Na ongeveer een kilometer  wandelen we het Hoekelumsche Bosch binnen via het Groenelaantje en is alles weer stil en groen om ons heen. Kapitale landhuizen eisen alle aandacht voor zich op. En terecht, want ze zien er bijzonder ‘begaafd’ uit.

Rond 9.30 uur staan we vlak voor kasteel ‘Hoekelum’ en trekt een bejaarde bank onze aandacht. Een fraaie plek om even koffie te drinken en wat te eten. Achter de bank grote rododendrons met paarse en witte bloemen. Voor ons een vijverpartij omzoomt door een grote verscheidenheid aan bomen. Linksvoor zien we het kasteel plomp en enigszins verloren staan. Het geheel is een mooi plaatje. Terwijl Hedzer de koffie inschenkt en op sterkte maakt, wandelt Win nog even wat rond teneinde de verdere route wat te verkennen. Het wordt in het kasteelpark namelijk slecht aangegeven en we kunnen ons niet permitteren verkeerd te lopen.

De oude beuken- en eikenbomen zijn zonder meer de trots van het bos vindt Hedzer. En het is inderdaad een machtig gezicht. Die oeroude bomen, 150 misschien wel 200 jaar oud, die als statige levende monumenten links en rechts van ons langs het brede zandpad opdoemen. En stuk voor stuk van grote hoogte. Het is bijna niet meer voor te stellen, dat zo’n boom eens een piepklein zaadje was. Wonderlijk die natuur.

Via een smal en steil paadje overwinnen we een soort van zandwal die ons voert naar een zandpad langs de spoorlijn Arnhem – Utrecht. De spoorlijn lijkt als het ware ingegraven in het bos, want de baan ligt in een soort van dal zo’n 8 meter lager. De inmiddels strakblauwe lucht en de fel schijnende zon zorgen in dit besloten deel voor hoge temperaturen. De bomen geven gelukkig voldoende schaduw, want anders was het hier behoorlijk puffen geblazen. Na 15 minuten wandelen langs de spoorlijn valt het Wim op, dat er nog geen trein gepasseerd is. Terwijl deze lijn toch behoorlijk druk is met nationaal en internationaal treinverkeer. Als we verderop bij ’t Vospaard’ de spoorlijn moeten oversteken zien we vanuit Arnhem de eerste trein naderen. Met een snelheid die niet hoger ligt dan die van een hoogbejaarde fietser. Kennelijk dus toch een storing.

Als we de spoorwegovergang gepasseerd hebben ziet Hedzer rechts voor ons een heuse vos wandelen. Het prachtig gekleurde dier neemt rustig de tijd om via een stuk weiland de beschutting en veiligheid van het bos op te zoeken. Het dier is daarom vrij lang goed zichtbaar alvorens het uit het zicht verdwijnt.

Voor ons doemt de beroemde ‘Ginkelse Heide’ op. Wat in 1944 een geallieerde luchtlandingsplaats was vanwege de Slag om Arnhem. Voor de naoorlogse borelingen beter bekend uit de film ‘Een brug te ver”.

We wandelen door de bosrand onder de Ginkelse Heide door. De vele schakeringen groen van bomen, struiken, planten en mos stralen veel rust en orde uit. Opvallend mooi vinden Wim en Hedzer de fel lichtgroene kleur van de jonge dennenbomen. Links van ons een grote mierenhoop van zeker een halve meter hoog en anderhalve meter in doorsnede. En het is er een drukte van belang van de altijd maar werkende mieren. 24-Uur per dag, hun leven lang. Via een met hekken afgezette picknickplaats  - met grafheuvel Amber -  voert de route over een stuk van de Ginkels Heide zelf in de richting van de schaapskooi bij het buurtschap “Zuid Ginkel”. De combinatie genieten en koffie drinken bevalt ons. We besluiten achter de schaapskooi even te pauzeren om de prachtige omgeving rustig in ons op te nemen en te genieten van een kop koffie en een boterham. De klok wijst inmiddels 12.15 aan.

De tocht voert ons verder langs een kampeerterrein en een open weide- en akkerveld in het bos. Wim ziet voor zich een hagedis van ongeveer 12 centimeter lang. Het diertje zoek snel de ondergrond van dode boombladeren op, vertrouwend op zijn bijpasse3nde schutkleur. Het beestje is dan ook even zoek, maar uiteindelijk zijn het zijn snel bewegende oogjes die zijn locatie verraden. Zelf wanneer we hem genaderd zijn op zo’n 30 centimeter blijft het prachtige diertje heel stil zitten. Alleen die oogjes. Net pretoogjes. Maar het diertje houdt ons heel goed in de gaten. We verontrusten hem niet lang en wandelen rustig weer verder. Achterom kijkend zien we het beestje wegschieten het struikgewas in.

Via bospaden, afgewisseld door smalle asfaltweggetjes bereiken we de Heidebloemplas. Een prachtige locatie omgeven door huizenhoge rododendrons waarvan er velen grote lila en witte bloemen hebben. Daarachter een grote waterplas met een scheefgezakt bankje er voor. Vincent van Gogh zou hier onherroepelijk met zijn schildersezel zijn neergezegen om zijn talenten te gebruiken.

Via de Kreelse Weg  - eigenlijk niet meer dan een fietspad – bereiken we het drukbezochte buurtschap ‘Mossel’. Veel fietsers pauzeren hier even en gebruiken de aanwezige terrassen voor het kopen en nuttigen van versnaperingen en vocht. Een enkeling zit aan de warme pannenkoek met stroop. Rechts staat in alle rust en genietend van de schaduw van een oude boom een Belgische knol. Het paard is verbonden aan huifkar en heeft waarschijnlijk mensen moeten rondtrekken om hen te plezieren. Voor een edel dier als deze zal dit geen enkele inspanning kosten. Hij  - want dat is het -  ziet het waarschijnlijk als een dagelijks uitje om zichzelf te plezieren.

Via het glooiende “Mosselsche Zand” waar ‘wandelende zandduinen’ hun buren, de bomen, bedreigen en hier en daar zelf opslokken bereiken we een hek van het “Otterlosche Buurtbosch”. Een simpel maar oerdegelijk houten plankje op palen geeft aan dat we over het hek moeten teneinde het bospad aan de andere kant van het hek te vervolgen. Na nog een kleine 2 kilometer wandelen we Otterlo binnen. Een prachtig plaatsje zo midden in het bos. Hier heb je waarschijnlijk het hele jaar het gevoel op vakantie te zijn. Als je hier woont hoef je niet zonodig weg. Het is 15.20 uur als we terug zijn bij de auto. Mede dankzij het weer en hele mooie etappe. En het was fijn om weer uitgebreid en langdurig in het bos te wandelen. Die geur, de koelte, de verscheidenheid. Dat geeft rust en ontspanning. En achteraf blijkt, dat we vandaag het boekje qua route niet nodig hadden.

Naar volgende etappe: Otterlo-Loenen


 

fotoshow