Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Trekvogelpad

2e etappe
Akersloot-Purmerend 29 km
19 Maart 2005

Het is exact 8.49 uur als we achteromkijkend de auto van Hedzer achterlaten op de parkeerplaats bij het pontje van Akersloot. De lente zit in de lucht want de temperatuur ligt op dit vroege tijdstip al rond de 10 graden. Wel is het wat mistig. Het zicht bedraagt niet meer dan ongeveer een 500 meter. Maar dat is genoeg om rond te zien en te genieten. Hier in dit groene landschap ligt horizonvervuiling op de loer bij helder weer. Rokende schoorstenen, elektriciteitspalen en –masten, industriële complexen zoals die van Chorus bij IJmuiden. We zien niets van dit alles bij een eerste verkennende blik rondom. De natuur lijkt slechts uit grijswaarden te bestaan. Andere kleuren kunnen we niet direct ontdekken.

Alleen het pontje heeft meer dan alleen een grijsachtige kleur; rood. De man die de pont bedient, voert per overtocht een tiental handelingen uit. Hij is gekleed in een opvallende oranjekleurige oliejas en ‘heavy‘ blauwe regenbroek. Een zwart wollen mutsje op het hoofd completeert het beeld van deze ‘veerman’. Hij is met zijn pontje aan de overkant als hij ons voor de slagboom van de opgang ziet staan. We ontwaren direct actie en een kleine minuut later begroet hij ons vriendelijk wanneer we zijn pont betreden. De afmetingen van de pont zijn bescheiden. Wanneer Hedzer op de neergelaten laadklep van pont stapt zakt deze direct tien centimeter dieper in het water. En dat ligt niet aan Hedzer.

Een constant door een op de vaste wal geplaatste elektromotor aangedreven staalkabel heeft een ‘voortrekkersrol’ en dient de pont dan weer oostwaarts en dan weer westwaarts voort te trekken. Door middel van een staaf ijzer blokkeert de veerman deze staalkabel ter hoogte van een vast punt op de pont waardoor deze, meegetrokken door de kabel, vaart krijgt en zich naar de andere kant beweegt. Een buitengewoon simpele maar effectieve manier om de pont in beweging te krijgen. Het historische Noordhollanschkanaal over. Want dat is uiteindelijk toch het doel. We dienen 45 eurocent te betalen per persoon voor deze overtocht. Een overtocht van hooguit 30 meter. Want beslist veel breder is het Noordhollanschkanaal ter plaatse niet.

Met z’n drieën maken we de overtocht. Wim probeert - hij blijft af en toe puberale trekjes vertonen - de stabiliteit van het pontje uit door op het uiterste puntje linksachter op de pont te gaan staan. Het resultaat is direct zichtbaar; de pont probeert een bocht naar links te maken, daarbij rukkend aan zijn ‘eeuwige’ steun en toeverlaat de staalkabel. De veerman kijkt ietwat geïrriteerd. En het ligt niet aan het gewicht van Wim !

Nog geen 60 seconden na de afvaart vanaf de westelijke oever, stappen Hedzer en Wim op de oostelijke oever de vaste wal weer op. De eerste paar stappen zijn ietwat onzeker en onvast. Zeebenen hebben we kennelijk niet.

We steken wandelend de dijk over, waar het oppassen geblazen is vanwege het drukke auto verkeer. Na het oversteken duiken we achter de dijk het bijna 4 meter diepere polderlandschap in. “Polder I” genaamd. We volgen een asfaltweg gelegen aan de andere kant van deze dijk. Een geheel witte boerderij met de voor deze streek zo karakteristieke piramide kap, het lijkt wel een kaboutermuts, is het eerst bewoonbare wat we op de etappe van vandaag tegenkomen. Een paar honderd meter verderop ontdekken we in een naast de weg gelegen weiland een vijftal schapen in heel slechte conditie. Het lijkt zogenaamd wrak vee. Eén schaap heeft een duidelijk zichtbare doorgezakte ruggengraat, terwijl een ander schaap zich amper kan verplaatsen; zijn linker achterpad bungelt er wat bij. Het is een akelig gezicht. We troosten ons met de gedachte, dat deze dieren hier weer wat op krachten mogen komen. Maar we weten dat we onszelf voor de gek houden.

Na een kleine kilometer moeten we volgens het boekje rechtsafslaan, de Bloemendalerweg in. We zien voor ons een kaarsrechte weg opdoemen. Schuin links in de verte zijn in de mist de contouren zichtbaar van het kerkje van Zuidschermer. Als we de Bloemendalerweg opwandelen worden we overspoeld door allerlei vogelgeluiden. En verder helemaal niets. Geen auto’s, geen vliegtuigen. Alleen de vele vogels. Nog wat verder gewandeld zien we om ons heen in de aangrenzende weilanden allerlei soorten eenden, zoals de wilde eend (blokeend), de bergeend en de smient. We tellen een 12-tal zwanen, waaronder enkele jongen van het vorige jaar. Boeiend is de witte lepelaar, die op een 200 meter afstand ons in de gaten blijft houden om even later toch maar weg te vliegen. Maar we zien ook diverse blauwe reigers. Als ‘dronken’ acrobaten vliegen vele kieviten dan weer kronkelend en bochtig omhoog om vervolgens in duikvlucht naar beneden te suizen. Een paar grauwe ganzen en een grutto slaan één en ander aandachtig gade. Ze voelen aan dat wij op de weg zullen blijven en vertonen dan ook geen achterdochtig gedrag. Wij kijken onze ogen uit en beseffen hier getuige te zijn van de prachtige polderfauna. Alsof we de schoolplaat “De polder” zitten te bekijken.

Op de hoek bij de Zuidervaart onder Zuidschermer trekken grote en gestapelde houten kisten met lof op het erf van een akkerbedrijf onze aandacht. Terwijl we er foto’s van maken worden we aangesproken door de akkerbouwer zelf. Een vriendelijke man die geïnteresseerd is in onze wandeltocht en ús Fryslân. Het is inmiddels 9.45 uur en nog steeds mistig.

Onderlangs de plaats Zuidschermer wandelen we via een achtkantige watermolen - ooit naar deze plaats gerold ! - in de richting van de dubbele ringvaart van de polder Schermer. Op de dijk hebben we een fraai uitzicht over “Polder K” achter ons en de “Eilandspolder” voor ons. Een wirwar van sloten, watertjes, meren en meertjes. En overal windmolens. Grote en kleine. Houten en ijzeren. Heel oude en minder oude. Een typisch Hollands polderlandschap. De aanwezige rietkragen omlijsten de vele grijsschakeringen van water en land. De goudgele kleur van het riet vormen een warm contrast met de aanwezige natuur. Heel mooi en vooral heel fotogeniek. Een groepje mensen op racefietsen doorkruisen het landschap. We zien en voelen die oneindige rust en het “stilleven” om ons heen. Het loeven om het even. Indrukwekkend. Opvallend is het gedrag van de vele watervogels. We merken dat de dieren ons tot ongeveer 50 meter laten naderen om vervolgens op- en weg te vliegen. Hun ‘circle of influence’ wordt hierdoor zichtbaar. Grappig.

We slaan linksaf het dijkweggetje op richting het oude dorp Driehuizen. De torenspits is reeds te onderscheiden. Het kronkelende weggetje, welke slaafs de dijk van de dubbele ringvaart volgt, voert ons naar het dorp. Hier en daar zien we lege blikjes van bier liggen. Groene en rode. Jammer dat mensen dit zo maar weggooien in dit fraaie landschap. Daar niet even stil bij staan. Waarom produceren de fabrieken afval als we het toch weggooien?

Om 10.20 uur wandelen we Driehuizen – gemeente Schermer – binnen. Een klein pittoresk dorpje met allemaal kleine en deels fel groene huisjes. Veel huisjes zijn geheel of gedeeltelijk van hout. Kneuterig staan ze stijf tegen elkaar aangedrukt, terwijl een enkel huis vrijstaand is en zich ontworsteld heeft van zijn buren. En overal om ons heen dat water. We hebben al rondkijkend het gevoel dat we het Openlucht Museum binnen stappen. En ook een de wereld van Anton Pieck. Want daar lijkt het allemaal op. Wat moet enige weken geleden het dikke pak sneeuw voor een sprookjesachtige wereld hebben gezorgd.
Op de enige splitsing in het dorpje worden we aangesproken door een geïnteresseerde man. Hij staat hoog op een ladder een negende knotwilg te knotten en heeft ons al aan zien komen. Uit het gesprek met hem blijkt, dat hij vooral trotst is op zijn dorp en het een eer vindt hier te mogen wonen. We kunnen ons daar wel iets bij voorstellen.

Via een betonnen pad, de Visweg, wandelen we pal langs een boerderij waar we worden begroet door een lieve en belangstellende hond. Een golden retriever. Achter de boerderij ligt een hoge berg winterpenen. Waarschijnlijk doorgedraaid vanwege de prijzen. Nu dienen de penen waarschijnlijk als veevoer. Het betonnen pad wordt een onverhard paadje, die eindigt bij de Arisdijk en het moerassige gebied van de brede Kruissloot. Ook hier weer heel veel vogels van allerlei pluimage. Tussen de rietkragen horen we verschillende kwetterende en kwakende geluiden. En verder is het stil. En de mist zorgt ervoor dat we kunnen blijven genieten van deze rust en de ‘beknotte’ horizon. Bij de Kruissloot staat een superstevige picknickbank. We besluiten er gebruik van te maken. Even tijd voor een kop koffie en wat brood. Maar ook om even op adem te komen en te genieten van die indrukwekkende polder en haar bewoners om ons heen.

Als we na 20 minuten weer opstappen en verder gaan begint het te motregenen. We lopen verder over de dijken en dijkjes tussen het water. Het steeds aanwezige hoogteverschil tussen de laaggelegen polder en de hoog gelegen ringvaart is groot. Het boekje geeft zo’n 4 meter hoogteverschil aan. Een beetje eng is het wel. Je moet er toch niet aan denken dat zo’n dijk bezwijkt.

Via de fraaie en stille dorpjes Noordeinde en Graft wandelen we kort voor 12.00 uur het prachtige plaatsje De Rijp binnen. Voormalige woonplaats van de bekende waterbouwkundige Jan Adriaensz. Leeghwater (1575 – 1650). In de smalle straatjes van De Rijp veel oude pandjes. En ook hier veel huizen die geheel of deels groen geverfd. Enkele huizen zijn geheel uit hout opgetrokken. Voor het oude Leeghwaters Stadhuis worden we aangesproken door een oudere vrouw. Belangstellend vraagt ze of we toeristen zijn of Trekvogelpadwandelaars. Na haar nieuwsgierigheid bevredigd te hebben verteld ze ons over de geschiedenis van De Rijp en enkele wetenswaardigheden. Uitermate boeiend. Ook in De Rijp krijgen we dat “Openlucht Museumgevoel”. Het is werkelijk een prachtig plaatsje met veel antieke uithangborden, winkeltjes, steegjes en een sluisje. Diverse familiewapens met schepen en walvissen als beeltenis herinneren aan “onze” Gouden Eeuw en het V.O.C.-tijdperk. Via de jarige Hervormde kerk, ze is dit jaar 350 jaar oud geworden en veel activiteiten worden beloofd, steken we het kanaal over om aan de ander zijde verder te wandelen. We kijken onze ogen uit.

Aan de oostkant verlaten we De Rijp om vervolgens rechtsaf te slaan en langs het Noordhollandschkanaal in zuidelijke richting te wandelen. Links in een tuin van een boerenerf zijn kraaien druk in de weer om nestmateriaal te verzamelen. Ze vliegen af en aan met takjes, twijgjes en mos. Ze hebben de lentekriebels en hebben elkaar vermoedelijk deze informatie doorgegeven.

Via fort ‘Spijkerboor’, onderdeel van de verdedigingsring rond Amsterdam, buigen we gelijktijdig met het Noordhollandschkanaal af in oostelijk richting. De richting van Purmerend. Links van ons het laaggelegen polderland van de Beemster. En in de polder en langs de weg boerderijen met typerende namen zoals; ‘Nooit gedacht’; ‘Zorg en Hoop’; ‘De Molenkolk’ en ‘De Belthoeve’. Ter hoogte van de dwarsweg Jisperweg bij een ander voormalig fort besluiten we van een aanwezige bank gebruik te maken. Even tijd nemen voor een kop koffie en wat eetbaars. Wandelen kost ook energie en dat moet even aangevuld worden. Een vijftal wandelaars passeren ons. Het boekje Trekvogelpad in de hand. Een teken dat toch heel langzaam voor velen het wandelseizoen weer begonnen is. Het horloge van Hedzer geeft inmiddels 13.40 uur aan. Het is gelukkig ook droog geworden. We verwachten niet dat we vandaag de zon kunnen begroeten. De bewolking is te dik.

Bij een derde voormalig fort slaan we linksaf. We lopen, zoals het boekje aangeeft, even een blokje van enkele kilometers om. Verderop wordt ons duidelijk waarom het boekje ons deze omgang laten volgen. Fraai gebouwde en immens grote herenhuizen en boerderijen zien we links en rechts naast de weg staan. De één nog imposanter dan de ander. Onder architectuur aangelegde tuinen completeren het geheel. Ook hier moet eens het contrast tussen arm en rijk groot geweest zijn. Snorfietsen, bromfietsen en auto´s razen ons voorbij. Het is hier wel oppassen geblazen. Aan de aanwezige bomen zien we dat inmiddels de wind is gedraaid naar het oosten. De stammen zijn namelijk alleen nat aan de oostelijke zijde. De koude windhoek voor Nederland. Lentetemperaturen zitten er voorlopig dus nog niet in.

Via de Nekkerweg wandelen we weer richting het Noordhollandschkanaal. Zojuist passeerden we opnieuw een voormalig fort. De vierde van de laatste anderhalf uur. In de straten er omheen zien we diverse kleine woninkjes staan. De meeste van het model drie- of ´vier-onder-één-kap´. We vermoeden dat het hier gaat om zogenaamde legeringhuisjes. Huisjes waar vroeger de soldaten met hun ‘grote’ gezinnen woonden. Langs de kant van de weg in de slootwallen staan vele oude bomen. De meesten zijn gesnoeid. Hun takkenlast werd kennelijk te zwaar. Opvallend is het vreselijk groene slootwater. Resultaat van de kunstmest? We weten het niet.

We klauteren over de weg langzaam omhoog de dijk op van het Noordhollandschkanaal. Als we bovenop staan zien we links in de verte de contouren van Purmerend. Het einddoel van vandaag. Al wandelend langs het kanaal passeren we een liefhebbende moeder, die met veel liefde en geduld uitleg geeft over de aanwezigheid van lammetjes in het aangrenzende weiland. Vertederend. Stiekem pikken we een stukje uitleg mee. Een knipoog geeft aan dat ze daar geen probleem mee heeft.

Even verderop wandelen we onder het betonnen viaduct door van de A-7. Een betonnen kolos van flinke omvang. Daarmee het idyllische polderland definitief achterons latend. We bevinden ons weer in de ‘beschaafde’ wereld der mensen. Links van ons de eerste huizen van Zuidoostbeemster. Rechts aan de overkant van het Noordhollandschkanaal de oude stad Purmerend. We zien allerlei typen boten in het Kanaal afgemeerd liggen. Sommige in puike conditie. Een enkele boot dreigt elk moment van pure ellende te zinken. Dat hoort ook bij een oude stad. Verder zien we een grote verscheidenheid in grote en kleine oud Hollandse pandjes bij het water staan, weergaloos weerspiegeld in het rimpelloze wateroppervlak.
Even verder slaan we rechtsaf en via een brug kruisen we de oorspronkelijke stadsgracht De Where om vervolgens Purmerend binnen te wandelen. Het is precies 15.30 uur.

Via het gezellig drukke en oude centrum, met de Peperstraat, de Kaasmarkt en de Padjedijk, arriveren we rond 15.45 uur bij de sluisbrug aan de Neckerdijk. Eindpunt van deze wandeldag. En we zijn het hartgrondig met elkaar eens; het was een geweldig mooie route vandaag.

Evenals de voorgaande etappe zal ook vandaag Wim zijn zwager Fred, kort voor zijn vakantie, ons oppikken en terug rijden naar de auto bij Akersloot. We zijn hem daar erg dankbaar voor want het scheelt veel tijd en bushaltes. Korte tijd later rijden we met hem mee terug. Een fles Italiaanse rode wijn als dankbetuiging voor geleverd ‘werk’. Bij het afscheid wensen we hem en zijn Eveline een heel fijne vakantie toe. “En doe de Hottentotten” de groeten van ons roept Wim hem nog na.

Naar volgende etappe: Purmerend-Ransdorp


 

fotoshow