Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Trekvogelpad

13e etappe
Ruurlo-Eibergen 21 km
5 September 2007

Om 6.00 uur precies staat Wim met zijn auto bij Hedzer voor huis. Het begint al te schemeren, de weersvooruitzichten voor vandaag, vooral voor het oosten van het land, zijn tot halverwege de middag gunstig. Dat treft, want we verwachten rond 14.30 uur de wandeletappe van vandaag afgerond te hebben.

‘Slechts’ 21 km wandelen vandaag. Dat betekent dat de volgende etappe, de laatste van het Trekvogelpad, een kleine 29 km zal bedragen. We hebben deze keuze gemaakt op grond van de (on)mogelijkheden van het  openbaar vervoer vandaag. Met twee auto’s richting Achterhoek rijden is natuurlijk wat overdreven.  

Zoals de weerman op radio 2 elk half uur al aangaf, zien we in het zuidoosten, dat leidt tot een magnifieke zonsopkomst in felle rode en oranje kleuren tegen een staalblauwe hemel. We rijden niet de snelste maar wel de meest optimale route richting Eibergen. Via Meppel, Zwolle, Raalte, Goor en Neede arriveren we om 8.25 uur in Eibergen en parkeren de auto achter de peugeotgarage van Grooters aan de Haaksbergseweg. Bij de voorbereiding had Wim via ‘Google Earth’ ontdekt  - wat een geweldig programma en instrument is dat toch -  dat de bushalte ter hoogte van deze garage staat. Een half uur eerder dan verwacht staan we bij de bushalte, schuin aan de overkant van de drukke weg, te wachten op lijn 74 die ons zal brengen naar station Lievelde. Daar stappen we op de trein richting Ruurlo. Een ritje van in totaal slechts 35 minuten. Daarom staan we om 9.10 uur al aan de koffie voor station Ruurlo, startpunt vandaag van de wandeletappe. En dat is prettig. Omdat onze magen ook al signaaltjes geven gaat er een (muesli)broodje achteraan. Om 9.30 uur zijn we er helemaal klaar voor.

Een paar honderd meter verder pakken we bij de rotonde ter hoogte van ‘Huize Ruurlo’ de route weer op en wandelen in de richting van ‘De Bruil’. De bekende rood/witte markering is ook weer aanwezig en leidt ons verder over het Trekvogelpad. De laatste 50 km van het Trekvogelpad zijn begonnen, waarvan we er vandaag 21 km zullen afleggen en binnen enkele weken de laatste 29 km. En dan? We zijn er nog niet helemaal uit!

We lopen over een smal bospad, parallel gelegen aan de verharde weg die links van ons ligt. Rechts is een brede en ondiepe sloot, waar we  - bij wijze van spreken -  het water amper in kunnen ontdekken. Zo helder en schoon is het. Het brede water is een onderdeel van de slotgracht om ‘Huize Ruurlo’ en haar prachtige en groots aangelegde ‘kasteeltuin’. Verderop steken we de weg over en stappen het Achterhoekse coulisselandschap binnen. Glooiende landerijen, akkers, weilanden en vooral veel, heel veel velden met maïs. De wolkenlucht is heiig en scherp. De zon heeft te weinig mogelijkheden al haar zonnestralen naar de Achterhoek te zenden.

Het brede zandpad voert ons verder de Achterhoek in. Links en rechts zien we de rode daken van boerderijen en schuren boven de maïsvelden uitsteken. Het is een fraai gezicht en we genieten er van. Logisch dat het gebied zoveel toeristen trekt. En die heerlijke, verrukkelijke rust en stilte die de streek ons presenteert. Geen autolawaai, geen fabriekskabaal, slechts af en toe een autootje van de plaatselijke bevolking. En? Nederland vol? Als je de Achterhoek hebt gezien; niet dus! 

We passeren de enkele spoorlijn Lievelde – Ruurlo en zien een merkwaardig bord bij de AHOB. “Wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nog een trein aan komen”. Het is niet te hopen dat dit gebeurd, want dat zal op dit enkelspoor een catastrofe veroorzaken.

We passeren diverse verbazingwekkend mooie woonboerderijen die her en der verspreid in het coulisselandschap gedropt lijken. Allemaal voorzien van een mooie naam en omgeven door prachtige bij deze streek passende tuinen. En wat ziet alles er schoon en opgeruimd uit. De vele beken en beekjes die hier overal rondstromen en schoon en helder zijn maken de ‘zaak’ compleet, af. De bewoners zijn bijzonder trots op hun streek, op hun Achterhoek. We zien het, we voelen het.  

Via de brede zandpaden, ze doorkruisen de hele streek, kunnen we flink doorstappen. Geen modderpoelen. Mooi schoon en droog zand, dat niet mul is en gemakkelijk te bewandelen. Aan beide kanten van deze paden staan mooie en vaak grote eiken- en beukenbomen. De grootte en plaats van deze bomen geven aan dat het allemaal vrij oude paden zijn, die de voorvaderen al als hun broekzak kenden en gebruikten. Dat in combinatie met de oude boerderijen geven het geheel iets bijzonders, iets nostalgisch en romantisch. Het is vrij eenvoudig je een voorstelling te maken hoe het er 100 jaar geleden moet hebben uitgezien. Precies hetzelfde dus. Met uitzondering van het asfalt.  

Kronkelige zandpaden worden afgelost door kaarsrechte. Af en toe plotseling overgaand in een stukje asfalt of klinkers. Zonder enig aanwijsbare reden.  

Onderweg kunnen we de op komst zijnde herfst al wat betrappen. Eikenbomen die vroeg zijn begonnen  met het laten vallen en verstrooien van hun eikels, vlierbesstruiken die vol hangen met rijpe vlierbessen en veel zaaddragende bomen. Ook de braamstruiken zijn al druk bezig hun rode vruchten  - de bramen -  te transformeren in zwarte eetbare vruchten. Heerlijk vol en zoet van smaak. In de bermen een groepje geel getooide stamkaarsen, hier en daar nog wat laat bloeiend vingerhoedskruid, staande bruidsluiers en de veel voorkomende en helaas negatief in het nieuws geraakte en giftige Jacobskruid. En overal grote en kleine beekjes, die onthaastend werken en hun schone en heldere water via vaste ‘wegen’ transporteren, naar ‘daar waar het nodig is’. Hedzer ziet in de luwte van een plongeur een halve meter grote karper in het stromende water ‘staan’. De indrukwekkende vis voelt zich kennelijk betrapt en zwemt ietwat versnellend stroomopwaarts weg. ‘Even een veilige plek opzoeken’, menen we. 

We volgen wandelend door het enigszins vochtige gras een zogenaamd schouwpad. We hebben er al verschillende gezien in het landschap. Dat komt vast door de aanwezigheid van de vele gekanaliseerde beken en beekjes. Na een paar honderd meter komen we uit bij de Berenschotweg. Wat een vreemde naam zo midden in het Achterhoekse landschap. We filosoferen over de keuze en achtergrond van deze naam maar komen daar niet uit. De wandeltocht voert verder over smalle asfaltwegen. Kunnen de schoenen gelijk even drogen. Het is af en toe wel oppassen geblazen, want menig auto heeft de gang er flink in. Men is kennelijk geen wandelaars op de smalle wegen gewend.

En zo verdwijnt kilometer na kilometer onder onze schoenen. De jassen zijn inmiddels uitgedaan, want de zon zorgt voor warmte waardoor wij heerlijk met korte mouwen kunnen wandelen. Het zomergevoel komt  weer wat terug. En nog steeds veel afwisseling tussen akkerland, weilanden met koeien paarden en schapen, maïsvelden en waterstromen. Opvallend zijn de verschillen tussen deze maïsvelden. We zien velden met metershoge maar ook amper gegroeide maïsplanten. We zien groene, lichtbruine en geel verlepte maïsplanten. Ook zien we overal om ons heen schone en opgeruimde boerenerven. Dat is niet overal in Nederland het geval. Het Achterhoekse landschap ziet er gewoon heel schoon en opgeruimd uit. Het zal de aard van de bewoners zijn.

“Kijk een wielewaal!” roept Hedzer en hij kan het weten. Hedzer heeft namelijk verstand van vogels. Wim ziet een groengele vogel, door ons opgeschrikt, vanuit het weiland opvliegen en verdwijnen in struikgewas. Af en toe horen we de kreet van een buizerd. Ze zijn hier talrijk. Er zal genoeg voedsel voor deze vogels  zijn. En zo genieten we van deze geweldig mooie wandeletappe. 

We passeren via een smalle ijzeren brug de snelstromende beek de ‘Slinge’. Zij is zeker een meter of acht  breed. Enkele vissers zitten in de rietkraag weggedoken en genieten van hun stekkie. Op de oever aan de overkant benutten we een uitnodigende bank voor een korte stop. Koffie en een koek. Het smaakt ons prima. We raken in gesprek met een ‘nordic walkend’ echtpaar van rond de zestig. Sinds kort met pensioen zo blijkt. En deze wijze van wandelen is onderdeel van het zoeken naar een leuke en zinvolle vrijetijdsbesteding. “Mijn zoon heeft de zaak, een aannemersbedrijf, overgenomen!” roept de trotse man. “En ik heb de zaak vroeger overgenomen van mijn vader!” voegt de man verder toe. Een familiebedrijf dus van vader op zoon enzovoort. We wensen elkaar verder veel wandelplezier toe.  

Verderop worden we door de roodwitte markering de verharde weg afgeleid die ons bij een fraai ven brengt. Het ven en omsloten bosgebied blijkt te zijn aangelegd in de 2e helft van de 18e eeuw. Op het water drijven prachtige waterlelies. Een waterhoen zwemt op zijn gemak op het wateroppervlakte rond en pikt dan weer links en dan weer rechts insecten uit het water. Hij is met zijn lunch bezig. Het is dan ook al tegen twaalven. Wat verderop voert een ander pad en de markering ons weer terug naar de verharde weg. In de bermen zien we hier en daar de eerste paddestoelen in volle glorie staan. Ook dat is vroeg dit jaar. De natuur is toch wel wat van slag.  

Langzaam naderen we Eibergen, eindpunt van deze etappe. Achter ons, vanuit het westen, zien we donkere wolken naderbij komen en ons langzaam inhalen. De route voert ons door een buitenwijk, een jaren ’80 wijk, en daarna door het centrum van het dorp. Langs de oude Martinuskerk, statige villa’s en uiteindelijk het gemeentehuis. We slaan linksaf en wandelen een park binnen. Nog een keer rechtsafslaan en we staan weer bij de bijzonder drukke doorgangsweg door Eibergen. Aan de overkant zien we achter de peugeotgarage onze auto staan. Het is 14.40 uur. Het zit er weer op. Na ons omgekleed te hebben rijden we huiswaarts. Na een paar minuten rijden begint het te regenen. We zijn net op tijd. Een geweldige wandelroute hebben we er op zitten. Binnenkort de laatste etappe van het Trekvogelpad en nadenken over het volgende LAW-pad. We zijn er nog niet uit.

Naar volgende etappe: Eibergen-Enschede


 

fotoshow