Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Trekvogelpad

11e etappe
Loenen-Wichmond 21 km
27 Januari 2007

Het is donker en koud als we met twee auto’s richting Loenen/Gelderland rijden. Hoewel deze tijd van het jaar te merken is dat de winter zijn grootste donkerte en grauwheid aan het verliezen is, hebben wij in deze vroege morgenschoot daar even niets aan. Een metertje in de auto geeft aan, dat de buitentemperatuur iets onder nul is. Oppassen dus voor eventuele gladheid. Verder is het droog en zijn de vooruitzichten voor wandelen gunstig. En dat is wel zo prettig.

Vandaag met twee auto’s naar het eind- en respectievelijk startpunt. De mogelijkheden met openbaar vervoer zijn vandaag voor onze route beperkt en gaat toch wat teveel aan tijd kosten. Op zaterdag is dat altijd wat lastiger. Vanwege andere verplichtingen vandaag komt dat gewoon wat beter uit.

De etappe die we gaan wandelen is de ongeveer 21 kilometer lange route van Loenen/Gld naar het ons nietszeggende plaatsje Wichmond. Ach, zo kom je nog eens ergens. Dat is wel één van de leuke bijkomstigheden van het lange afstand wandelen. 

Na een lange reis, we konden Wichmond niet echt snel ontdekken, parkeren we om 9.15 uur de auto van Wim op de p-plaats voor de plaatselijke basisschool aan de Dorpsstraat. Daarna rijden we met de auto van Hedzer richting het startpunt in Loenen/Gld. Ook dat kost meer tijd dan verwacht, want we rijden over verkeerde binnendoorweggetjes en verliezen daardoor de nodige tijd. In plaats van een kleine 20 minuten reistijd kost het ons nu bijna 3 kwartier. Maar het is een prachtige wereld, die in de ochtendschemering wakker wordt. Ter hoogte van het oude kerkje in Loenen parkeren we de auto. We zijn na een lange reis eindelijk startklaar. Het is inmiddels 9.45 uur. De hoogste tijd om te beginnen. 

Bepakt en bezakt, steken we de drukke weg over om aan de overkant via het trottoir veilig verder te wandelen. Niet helemaal veilig blijkt, want de tegels zijn door moeder natuur voorzien van een dun laagje ijs. Ook wel ijzel genaamd. En dus oppassen geblazen. Voorzichtig schuifelen we richting bospad, waar strooien niet nodig is. Er ligt al zo veel zand. We passeren het witte toegangshek en stappen het bos in. Vanwege de schemering en zonarme luchten bestaat de wereld om ons heen enkel uit grijswaarden. Kleurloos. Alsof de Schepper hier zijn kleurpotloden is vergeten. Slechts de ‘rookpluimen’ uit onze longen kleuren wit in deze grijsgrauwe wereld.

Als soldaten waken de in colonne opgestelde bladloze bomen links en rechts het bospad. Krachtig en fier overeind. Stram in de houding. Onverzettelijk. Een vlaamse gaai scheert langs en schettert. Prachtige en eigenzinnige vogels in het omspansel. 

Via een kronkelig bospaadje staan we ineens voor een sloot. We blijken verkeerd gelopen te hebben. Na een aanloop springen we met een ferme sprong over de 1 meter brede sloot. We staan aan de rand van een voetbalcomplex, waarvan het oefenveld ons begroet. De op het veld staande waterplassen zijn bevroren en de oefensporen steken door de vorst letterlijk en figuurlijk scherp af. We steken schuin het oefenveld over, passeren de voetbalkantine, en betreden, na ons langs een hekwerk gewurmd te hebben, het schone asfalt van een toevallig passerend toegangsweggetje. Van rechts klinkt luid gehinnik ons tegemoet. Twee paarden met elk op de rug een jeugdige dame treden ons tegemoet. De luid giechelende en druk pratende dames passeren ons maar langzaam. Als ze ons gepasseerd zijn, wenden zij hun hoofd nog even naar ons om teneinde toch nog een groet uit te brengen. Hedzer vraagt of een foto gemaakt mag worden voor onze website. Dat mag. En terwijl Wim iets verteld over de website maakt Hedzer de foto. Verder giechelend en kletsend hobbelen de dames op hun paarden verder. We horen ze nog lang. 

Voor ons doemt een rustbank op in de berm langs de weg. Een beetje vreemde plek voor een bank, maar wij besluiten er gebruik van te maken. We hebben trek in koffie en brood.  

Na een korte pauze pakken we de mokken en afval weer in en wandelen verder. Even verderop begroet een bord “Waterschap Veluwe” ons om aan te geven waar we ons bevinden. Rondkijkend zien we smalle asfaltweggetjes, boomwallen, bosperceeltje en een enigszins glooiend landschap. Wel aardig en uitnodigend, maar niet echt bijzonder. De kale bomen stralen een zekere troosteloosheid uit, passend bij hun omgeving. Ze vullen elkaar goed aan. 

We steken een onduidelijk spoorlijntje over. Het blijkt toe te behoren aan de Toeristische Veluwse Stoomtrein Maatschappij. Een in de schoolvakanties geopende trekpleister tussen station Dieren en Apeldoorn. Als we goed kijken zien we hier en daar de resten van verbrande kolenslakken tussen de rails en de bielzen liggen. Het is net of je de fluit van de stoomtrein in de verte hoort gillen. 

We passeren Eerbeek aan de oostkant om uit te komen bij de oude ophaalbrug over het Apeldoorns Kanaal. Ook hier op de oevers van het kanaal stram in het gelid staande bomen. Ook hier bladloos.

Er blijkt een behoorlijk druk kruispunt van wegen te zijn waar we goed moeten opletten op het voortrazende verkeer. Een paar verkeerslichten doen hun uiterste best het agressieve verkeer wat in toom te houden. Het lukt ze aardig. Wij kunnen dankzij hen veilig oversteken. De brug over en vervolgens aan de overkant verder in de snel verstillende rust van de nieuwe omgeving. Het kanaal lijkt een soort van barrière tussen de drukke Eerbeekse kant en het verstilde stroomgebied van de oeroude IJssel.

We hebben inmiddels twee uren gewandeld. De klok geeft 11.15 uur aan. 

Terwijl het nog steeds behoorlijk waterkoud is stappen we flink door. Voor ons verschijnt het dorpje Hall. Een klein dorp in een wijds landschap. Opvallend herkenningspunt moet het oude kerkje met zijn toren zijn. Het dorpje straalt veel ruimte en rust uit. Bijna alle woningen hebben vergezichten. De drukke doorgaande weg verstiert zo af en toe die rust. De moderne tijd noemen we dat. 

Via een ‘vers’ aangelegd betonpad, bedoeld als fietspad, verlaten we Hall om in de richting van Brummen te wandelen. Hier is heel duidelijk zichtbaar de eens onrustige aarde die het landschap boetseerde in een glooiend landschap. De rol van de IJssel hierbij is ons onduidelijk. Voor ons zien we de bebouwde kom van Brummen.  

Om 13.50 uur ontvangen de spoorbomen van Brummen ons. Omhoogstaand brengen ze ons een groet. Teruggroeten lijkt niet zinvol. We wandelen Brummen binnen en zien in de berm talloze bloeiende krokussen staan. De lente is kennelijk in aantocht. We kunnen het ons maar moeilijk voorstellen.

Dwars door het centrum van Brummen voert de wandelroute. Een gezellig plaatsje met een regionaal karakter. Verschillende straatjes herbergen oude en parmantige herenhuizen. Er staan heel fraaie tussen. Verder wat grote en kleine winkeltjes en een heuse muziekkapel.  

Aan de oostkant verlaten we Brummen en gebruiken het viaduct om de drukke N48, Zutphen – Arnhem, te passeren. Wanneer we het viaduct achter ons hebben gelaten zien we voor ons een werkelijk prachtig rivierenlandschap verschijnen. Alle herinneringen en indrukken van de Veluwe worden hier uitgewist. Uiterwaarden en een machtig stromende rivier liggen voor ons. Aan de overkant zien we boven de dijk een nietig kerktorentje; Bronkhorst! Hedzer kent het plaatsje niet en is nieuwsgierig. Wim kent het plaatsje wel en verheugt zich op een weerzien. 

Via een polderweggetje doorkruisen we de uiterwaarden om tenslotte bij de aanlegplaats van de IJsselpont uit te komen. De pont ligt nog aan de overzijde te wachten op enkele klanten. Het is niet druk dus maakt de kapitein zich ook niet druk. Een wijs en verstandig man. Dat geeft ons wat tijd om even rustig van alle schoonheid om ons heen te genieten. Ondertussen passeren vele vele tonnen water ons in de  richting van het IJsselmeer. Takken, graspollen en een enkele meeuw met zich meevoerend. De stalen pontkabel rijst op uit het water. Het teken dat de pont aan de overkant zich in beweging zet voor zijn zoveelste ‘heen’ of ‘weer’. De kabel letterlijk gebruikend als ‘leidraad’. 

Het is 14.45 uur als het Bronkhorsterveer, want zo luidt de officiële naam van deze pont, zich met ons als passagiers in beweging zet. Voor weinig geld. Voor zijn zoveelste ‘weer’ of ‘heen’. Een enkele auto en twee fietsers delen ons ‘lot’ bij het genieten van de vergezichten die we vanaf de pont rondom hebben. Midden op die machtige en trotse rivier, de volkomen stilte, de uitgestrekte uiterwaarden met zijn troosteloze in wintersfeer verzuchtende bomen en die prachtige Hollandse luchten, die nog niets maar dan ook niets van lente in zich hebben. De overtocht kan ons niet lang genoeg duren. Het geratel van de kettingen die de rijbrug neerlaten brengen ons weer in het ‘hier en nu’ en attenderen op fysiek contact van de pont met de oever aan de overzijde. De pont afstappend zien we rechts vlak naast de oever een reusachtige wilg staan. Als een soort van poortwachter voor Bronkhorst. Het kleinste stadje van Nederland. 

Via de weg over de IJsseldijk wandelen we richting Bronkhorst dat een paar honderd meter verderop  ligt. De contouren van dit kleinste stadje van Nederland duiken al snel achter de dijk op. Oude daken en geveltjes kondigen iets heel moois aan. Om 15.00 uur stappen we Bronkhorst binnen. Het kleinste stadje van Nederland met iets meer dan honderd inwoners.  

Het kleinste stadje van Nederland vormt met zijn oude boerderijhuisjes, de smalle keistraatjes en enkele bezienswaardigheden een waar juweeltje. In 1482 kreeg Bronkhorst stadsrechten, maar de omvang van het stadje is nooit groter geworden dan de oude, middeleeuwse kern. Tal van fraaie panden, pandjes en de kerk zijn te bezichtigen. We zien een oude stadspomp en het Charles Dickensmuseum. Aan de overkant van het museum schuilt “Herberg de Gouden Leeuw” in een bijzonder fraai monumentaal pand. We besluiten binnen wat te drinken en te eten. We worden vanwege deze beslissing getrakteerd op een zeer fraai en sfeervol interieur van de Herberg. Het is een genot hier te zitten, rond te kijken en de middeleeuwse geur op te snuiven die er nog onmiskenbaar aanwezig is. Nog steeds na al die voorbijgegane eeuwen. Het is bijzonder intrigerend. Het eten laat ons verder uitstekend smaken. Het is dat de tijd enige druk legt op onze aanwezigheid hier, een langer verblijf zou absoluut geen straf zijn geweest. Maar we moeten verder. Nieuwe gasten treden binnen en vertonen hetzelfde gedrag als wij bij binnenkomst. Ogen vol verbazing, monden die open vallen. Niemand ontkomt hieraan. 

Via de IJsseldijk, die de ‘Bronkhorsterwaarden’ scheiden van het achterland en Bronkhorst, wandelen we verder. Stilstaan levert inmiddels veel kou op. De wind is behoorlijk aangetrokken en tracht grip op ons te krijgen. Af en toe kunnen we even stilstaan om van de uiterwaarden te genieten. Veel IJsselwater is nog in de uiterwaarden achtergebleven en we zien duizenden eenden, ganzen en zwanen hier foerageren. En als achtergrond die steeds maar prachtige Hollandse luchten. Maar we moeten verder. Doorstappen om warm te worden. Maar ook omwille van vadertje tijd. Het dreigt anders veel te laat te worden.  

Vele kilometers voeren ons over de dijk, hoog verheven boven de uiterwaarden en de polders. Rechts zien we op enkele kilometers afstand het dorp Baak. Deels onbeschermd door de afwezigheid van bomen en struiken. We kruisen een ondiepe en brede geul waar veel riet in staat te wuiven. Het blijkt een oude meander  - stroomgeul -  van de IJssel te zijn. De rivier is hier niet recht getrokken, maar verlegde ooit zijn eigen loop. 

We steken de weg Zutphen – Baak – Doetinchem over en vervolgen ons pad over de linker oever van de een zijriviertje; de Baakse Beek. Over een smal zandpad langs een brede beek die ons naar het eindpunt Wichmond zal brengen. In de beek maken enkele zwanen zich schoon en vetten hun verenmantel in. Even verder een mol dat op tijd ontdekte bij de oever van de beek te zijn gearriveerd. De opengewerkte en onbeschermde gang ligt er verlaten bij. Elektriciteitsdraden kruisen de beek op grote hoogte en ontsieren de horizon.  

We steken via een stuw de beek over om onze weg op de rechter oever te vervolgen. Voor ons zien we bos met daarbovenuit de kerktoren van Wichmond. De beek verdwijnt als we deze de rug toekeren om via een verharde weg het dorp binnen te lopen. Een klein dorpje met slechts enkele straatjes. Zoals in elk dorp kent ook Wichmond zijn Dorpsstraat. Prachtige en statige huizen geven de Dorpsstraat iets van status. Een zekere voornaamheid. Verderop aan de rechterkant zien we de basisschool met het parkeerterrein.

Om 17.40 uur stappen we in de auto. Een interessante tocht, met Bronkhorst als hoogtepunt achterlatend.

Heel langzaam komt het einde van het Trekvogelpad in zicht

Naar volgende etappe: Wichmond-Ruurlo


 

fotoshow