Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Trekvogelpad

10e etappe
Otterlo-Loenen 31 km
31-Oktoberi 2006

Vandaag rijdt Wim en staat hij met een inmiddels opgewarmde auto rond 5.00 uur voor de woning van de familie Kooistra. De weersvooruitzichten lijken goed en de zin om weer eens een lekker eind te wandelen is aanwezig. Vanwege alle drukte en privé-omstandigheden lukte het na de laatste wandeling in juni niet eerder weer te gaan wandelen. Met uitzondering van de dagtocht ‘Wâlddyk Rintocht’ op 16 september j.l.  Dat was een tussendoortje van 37 km en een ‘thuiswedstrijd’. Een omschrijving van deze dagtocht staat onder de link ‘Dagtochten’ op de homepage. 

Via Heerenveen, Zwolle en Apeldoorn rijden we naar het eindpunt van vandaag; Loenen (Gld). Daar parkeren we de auto vlakbij onze wandelroute en ‘openbaarvervoeren’ onszelf met buslijn 43 en 108s via Apeldoorn naar het startpunt in Otterlo. Ook nu weer een uitstekende verbinding én met dank aan www.9292ov.nl !  

Het is even voor half negen, als we bij de rotonde ter hoogte van Otterlo uit de bus stappen op weg naar het dorp wat enkele honderden meters verder ligt. We treffen Otterlo zoals we het in juni dit jaar hebben achtergelaten. Schoon, rustiek en stil. Voor de Sparwinkel ontwaren we hetzelfde winkelmeisje en we zien haar nagenoeg dezelfde handelingen uitvoeren alvorens de winkel open te gooien voor publiek.

Als we wat beter naar haar kijken zien we dat ze naar de kapper is geweest. Het staat haar goed. De belangstelling is eenzijdig. Ons gunt ze geen enkele blik. 

Het is rond kwart voor negen als we op de economische slagader van Otterlo, de Dorpsstraat, de wandelroute oppakken en ons begeven in de richting van Hoenderloo en Loenen. Aan weerszijden van de Dorpsstraat zien we winkels van allerlei soort die op het punt staan van ontwaken. Een nieuwe dag breekt aan met de hoop en verwachting van klanten die willen kopen. Een vrij maar enigszins onzeker bestaan. De winkels zien er netjes en geordend uit. Veel aandacht is besteed aan de uitstraling en ontvankelijkheid voor de klant. Een soort van retailcharisma. 

We wandelen vrij snel het dorp uit en lopen in de richting van het grote toegangshek van het Nationale Park De Hoge Veluwe. Bos doemt rond ons op en links naast het grote toegangshek staat deels verscholen in het verkleurende bos een sprookjesachtig bakstenen huisje. Wie hier woont moet zich in de hemel wanen. Ongelooflijk mooi. Kijkend naar de voordeur lijkt het alsof elk moment sneeuwwitje naar buiten zal komen om voor ons de toegangspoort te openen. Want die is visueel gesloten middels het bekende “artikel 461 WvSR-bordje”. Tenminste voor 9 uur en mits een toegangskaartje is gekocht a 6 euro. De toegangsprijs is geen punt, alhoewel, het blijft toch een beetje vreemd dat je in je eigen land voor een fraai stukje grond ineens geld moet betalen; nee de openingstijd, dat is lastig. Want het is amper 8 uur geweest wat betekent, dat we bijna een uur voor het hek moeten wachten! Het is niet anders. Koffie, brood en de natuur rondom ons vangen deze complicatie voor een groot deel op. Eigenlijk willen we gewoon doorlopen en geen kaartje kopen. Het erop wagen. Het gaat maar om een paar kilometer wandelen van de ingang hier naar de uitgang bij Hoenderloo. Maar nee, we zijn brave ingezetenen van dit geregelde landje. Getverderrie. Dat zit ons eigenlijk niet lekker. Helemaal niet. Maar de koffie smaakt uitstekend. We zijn gauw tevreden. 

Twee minuten voor negen stapt een dame van rond de 40 van haar fiets om vervolgens met uitnodigende advertentieborden te slepen, het loket te openen en zich te instaleren op haar hoge kruk. Alvorens geheel te gaan zitten wiebelt ze eerst wat met haar derrière heen en weer, zoals de vogelsoort het neervlijen in een nest voorbereidt. Vervolgens laat ze zich zakken op het kussen van de kruk. Het geheel heeft iets gracieus en laat onze monden openvallen. 

Het blijkt een alleraardigste vrouw te zijn waardoor Wim een babbeltje met haar kan maken. Bij het afscheid groeten we vriendelijk en wensen elkaar een fijne dag toe. Onze dag kan niet meer stuk. 

We worden helemaal opgeslokt door het overvloedig aanwezige bos. In al haar kleuren en tinten laat ze zich van haar mooiste kant zien. “We zijn precies op het juiste moment in het bos met al die kleuren”, roept Hedzer. En hij heeft helemaal gelijk. De prachtige doorkijkjes die de open plekken in het bos ons bieden tonen hoe mysterieus een bos en heidegebied kan zijn. In combinatie met de nog aanwezige ochtendschemering en wat grondmist genereert de natuur zelf haar enorme schoonheid en variëteit. Daar heeft ze de mens niet voor nodig. Dat levert ook de momenten van stilstaan, mijmeren en nadenken over al dit moois, maar ook over veel andere dingen die je als mens bezig houdt. Want er is e afgelopen maanden in ons persoonlijk leven, ieder voor zich, heel veel gebeurd. Grootse gebeurtenissen, verdrietige zaken. 

We volgen de gemarkeerde route verder door het bos. Het is nog behoorlijk zwaar vanwege het mulle zand en het vele stijgen en dalen op de heuvels. Want die zijn hier talrijk. Een deel van de heuvels kan per trap worden betreden. Sommige kennen een tiental treden, anderen meer dan honderd. En af toe treffen we in het bos de hier bekende witte fiets aan. Gratis te gebruiken op het terrein, maar regelmatig achteloos achtergelaten door de gebruiker in het bos. Op de meest vreemde plaatsen. 

Kwetterende eenden kondigen de vijverpartij bij het jachtslot St.Hubertus aan. Door de heiige lucht valt de kleurloze toren als eerste op. Zo in de verte lijkt hij op een enorme fallus. Fier overeind staand tussen de begroeiing. Als we wat naderbij gekomen zijn, zien we de overige gebouwen die deel uit maken van het complex St.Hubertus. Het ziet er indrukwekkend en imponerend uit. Of we het mooi vinden weten we niet. Na enige discussie komen we daar ook niet achter en besluiten door te lopen. Achterlangs het complex is het even zoeken naar het pad om vervolgens weer te verdwijnen in die groene ‘oneindigheid’. Overal heerst de heerlijke geur van vers omgehakt hout. Iets verderop zien we metershoge opstapelingen van omgezaagde stammen van dennen- en sparrenhout. Opvallend zijn de vele vogels die aanwezig zijn. Ze pikken de insecten tussen het vele hout weg om deze vervolgens met veel smaak te verorberen. Aangekomen bij een breed en gezien de sporen veel bereden bospad blijven we even in de berm staan om  een grote vrachtauto met daarop geladen honderden houtstammetjes te laten passeren. We zijn verrast als we zien, dat het een bedrijfsauto is van Rondhoutbedrijf van der Wal uit Veenwouden. Wat kan de wereld klein zijn. 

Het bos lijkt oneindig. Er komt voor het gevoel geen einde aan het steeds maar weer kronkelende pad, dan weer stijgend, dan weer dalend, wegduikend, versmallend, verbredend, de passage van een hek wat opengeduwd moet worden, het kruisen van een hek dat opengetrokken moet worden. Het is buitengewoon mooi en afwisselend.  

En dan plotseling sta je voor een drukke weg. Afrit 13 van de A50 Apeldoorn-Arnhem. Een groot contrast met een minuut geleden. Maar dat is dan ook Nederland. Oneindigheid duurt hier nooit langer dan het ontstaan van dit gevoel. We moeten een paar honderd meter over de drukke weg wandelen om even verderop deze tweebaansweg over te steken. De knop moet echt even om, want het is oppassen geblazen. 

Als we de weg overgestoken zijn slaan we rechtsaf en lopen in de richting van het viaduct over de drukke A50. Het autolawaai komt ons al tegemoet. Een korte stop op het viaduct toont ons de zin en onzin van het bestaan van het belangrijkste vervoermiddel. 

Aan de overkant dalen we aan de linkerzijde het steile talud af om over een korte afstand parallel aan de A50 te lopen. De kronkelpaadjes worden hier afgewisseld door lange rechte stukken. Ook hier veel afwisseling in het bos. We zien een geleidelijke overgang van naaldbos naar loofbos. Daar tussen fraaie open plekken waar veel soorten begroeiingen kansen krijgen vanwege het aanwezig licht. De natuur schept z’n eigen kansen en voorwaarden. Opportunistisch handelen is haar niet vreemd. We noemen het “De Schepping”. 

We stuiten op de Vrijenbergersprong. Zo op het oog een gekanaliseerde bosbeek, stromend in oostelijke richting. Het watertje is hooguit een meter breed. We volgen via de linkeroever de ‘sprong’, om twee kilometer verderop uit te komen bij een heuse waterval. Een gemetselde waterval wel te verstaan. Maar het ziet er leuk uit. In ons lage land ziet elke vorm van hoogteverschil er in principe leuk uit.  

We vervolgen ons bospad langs de beek en moeten de drukke tweebaansweg Loenen-Beekbergen oversteken. Ook hier is het goed opletten, want het verkeer dendert onverschrokken en zonder enige terughoudendheid voor zijn medeweggebruiker langs. Aan de overkant volgen we de “sprong” aan de zuidkant, de rechteroever. Na een paar honderd meter opnieuw een waterval. Ook hier een gemetselde waterval, maar hier bestaande uit een vijftal treden. De ‘sprong’ is hier inmiddels ter ziele, oftewel opgedroogd. Heeft de klimaatsverandering hier ook een voet tussen de ‘deur’ gekregen? Het ziet er daardoor wat troosteloos uit. Maar wij slaan rechtsaf het bos weer in, in de richting van Loenen. Al gauw  zien we de eerste huizen van dit kleine dorp aan de rand van de Veluwe. Als een soort van intermediair tussen bos en akkerland. Tussen ‘kunstmatig’ en ‘natuurlijk’. Een overgangszone is er eigenlijk niet. Het is bos en dan ineens bebouwing met akkerland en weilanden.  

Via een fraai wandelpad over een glooiing tussen de landerijen benaderen we Loenen. Een onverwacht fraai slot van een mooie natuurvolle wandeltocht. Een her en der geplaatste oude boerderij laat je even proeven hoe het hier ooit was. Nog rustiger, nog vrediger. Rondkijkend en op je inwerkend kom je tot de conclusie dat de tand des tijds hier weinig invloed heeft (gehad). 

Na het passeren van het oude kerkje staan we plotsklaps weer bij de auto. De 31 km zit er weer op. Het was weer bijzonder.

Naar volgende etappe: Loenen-Wichmond


 

fotoshow