Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 
Het Pieterpad

25e etappe

Sittard-Strabeek 21 km
Vrijdag 24 November 2000

Het is 5.00 uur als we in de auto zitten richting Sittard. Langzaam dringt het tot ons door, dat we voor de laatste keer op weg zijn voor ‘ons’ Pieterpad. De komende twee dagen gaan we de laatste 3 etappes lopen namelijk : Sittard–Strabeek(Valkenburg); Strabeek (Valkenburg) -Maastricht en Maastricht-St.Pietersberg. In totaal 21 plus 11 plus 5 is 36 kilometer. De afgelopen dagen hebben we in ‘onze’ leef- en werkwereld veel vragen gehad over deze aankomende laatste etappes. “Vallen jullie in een gat?” en “Akelig gevoel zeker die laatste stukjes?” Niets is echter minder waar. We gaan opgewekt naar het zuiden met net zoveel wandelzin als alle voorgaande etappes. Niets geen dramatiek, niets geen nostalgische gevoelens, gewoon weer lekker wandelen door ons prachtige land. En na het Pieterpad?……….gewoon een ander L.A.W.-pad uitzoeken. Want echt, ze liggen voor het oprapen. Alleen al in Noord Nederland zijn diverse L.A.W.-en regionale wandelpaden aanwezig. Te denken valt aan het twee jaar geleden geopende ‘Kloosterpad’ gelegen tussen onze woonplaatsen, het Zevenwoudenpad, het Friese Kustpad, het Wad en Wierenpad, het Drenthepad en ga zo maar door.  Na de inmiddels lange aanrijtijden is er wel behoefte aan een L.A.W.-pad in de ‘buurt’. Moeten we de komende tijd nog even over na denken.  

Het is nog steeds donker als we rond 7.00 uur Nijmegen passeren. Een half uur later bij Venlo begint het eindelijk wat te schemeren. En dat na tweeënhalf uur rijden. Via de oostkant van de Maas rijden we door Roermond naar Sittard, waar we omstreeks 9.00 uur aankomen. Als we uitstappen voelen we enige stijfheid in de gelederen en ontzettend veel zin in een bakje koffie. Maar eerst even de juiste wandelschoenen aantrekken en ons gereed maken voor de 25e etappe. En dan eindelijk de koffie. Met een stuk gevulde speculaas. We voelen ons zichtbaar opknappen en wakker worden. We hebben er inmiddels toch al zo’n 4 uur opzitten.Het is bewolkt weer met een stevig windje, maar droog! Om 9.15 uur vangen we voor het station aan om via de  - hoe kan het ook anders – de Stationsstraat het centrum te betreden. We kijken onze ogen uit als we door het centrum van Sittard lopen. Prachtige monumentale gebouwen met hier en daar duidelijk aanwezige duitse invloeden. Alles bijelkaar ziet het er erg sfeervol en gezellig uit. Na Gennep, Venlo en Roermond alweer zo’n prachtige Limburgse stad. Hoe is het mogelijk dat we deze niet eerder ontdekt hebben!

Verder lopend in zuidelijke richting naderen we de grens van de bebouwde kom van Sittard. Staande op die grens werpen we nog even een blik naar achter om zichtbaar ‘gepakt’ door deze stad er afscheid van te nemen. Voor ons zien we een stijl bospad richting top van de Kollenberg. Na enkele stappen bospad zien we links in de berm de eerste van zeven ‘voetvallen’. Ofwel zeven kapelletjes met teksten en afbeeldingen van het leven van Jezus. Elk jaar en wel in de maand augustus schijnt hier een processie met veel mensen langs te trekken. We staan bij elke ‘voetval’ stil en lezen de tekst en bekijken de afbeelding. Mooi gemaakt. We vertellen elkaar bij elke ‘voetval’ wat we zien en wat we er bij denken en voelen. Eigenlijk wel indrukwekkend. Dat Katholieke geloof heeft wel wat. Een geloof waar veel bij te zien en te beleven valt. Dat is in het Protestante ‘boven-de-grote-rivieren-land’ toch wel heel anders. Kunnen we één en ander niet wat combineren? Bijna boven gekomen, onder de ‘top’ van de Kollenberg, zien we rechts een grootse kapel staan. Gewijd aan de heilige Rosa van Lima. Van hieruit houdt ze Sittard in de gaten en behoedt de stad voor de vele wereldse gevaren. Rosa, de stadspatrones!

Boven op de Kollenberg aangekomen staan we aan de rand van een heus Limburgs plateau. In de verte het heuvellandschap, waar we nu toch echt in terechtgekomen zijn. Links en rechts akkers, zover het oog reikt. En wij…….wij staan op het eerste ‘holle’ Limburgse paadje. De paadjes waar Limburg óók zo beroemd om is. Een fraai gezicht en dat alles geeft je duidelijk het gevoel midden in Limburg te staan. We wisten het al, en ons gevoel nu ook. Na het ‘holle’ pad buigen we met een ruime bocht naar rechts richting het gigantische gebouw van de Paulusstichting. Het bijbehorende kerktorentje heeft ons in de gaten en begint spontaan te luiden. We voelen ons welkom, ondanks de grote hoeveelheid lichtbruine bagger die voor ons opduikt. Noch links- noch rechts eromheen is mogelijk. We moeten er echt dwars doorheen. En dat gebeurt, maar wel tot onze enkels aan toe. Een scherp contrast met de inmiddels opgeklaarde lucht waar de zon flink door heen prikt. We doen de jassen los en de ritsen van de truien naar beneden. Warm hoor, zo’n blubber tocht!

Voorlangs de Paulusstichting richting Windraak. Namen die je in Zuid-Afrika verwacht. Prachtige paden tussen het fraai gevormde Limburgse heuvellandschap. Opvallend zijn de nog in grote getale aanwezige bladeren aan de bomen. Wel diep gekleurd – overigens fraai passend in dit landschap – maar ze zijn er nog! In het noorden is alles al kaal en we hebben dan ook het gevoel dat we een maandje terug in de tijd zijn.Na Windraak via de westflank van de Wanenberg verder afzakken naar het zuiden. Het wordt allemaal wat hoger en mooiere en mooier. Als we tegen een fantastisch uitzicht aanlopen op deze Wanenberg besluiten we te pauzeren. Voor het uitzicht, de omgeving, de zonnestralen, de sanitaire stop en natuurlijk koffie. Slurpend aan de mok met koffie horen we verder niets. Wat een stilte, wat een rust. Als je hier zo rond zit te kijken moet je denken aan de televisieserie ‘Dagboek van een herdershond” en het is net of meneer pastoor elk moment met zijn robuuste fiets om de hoek komt zeilen. Het boekje inkijkend leert ons dat we er inmiddels zeven kilometer hebben opzitten. Het is rond 11.00 uur. De vele hoogtelijnen op de kaartjes bestuderend belooft het een werkelijk prachtige dag te worden. Als het maar niet te snel gaat. Bovenlangs de grindgroeve lopend zien we links voor ons de kerktoren en bebouwing van het dorp Puth langzaam boven het heuvellandschap uitstijgen. Een dorp, dat anders waarschijnlijk nooit je levenspad zou kruisen. Maar dankzij het Pieterpad……….!

Voor Wim heeft het dorp wel enige betekenis. Van de negen straten in Nederland draagt ook een straat in Puth zijn naam – Alberts - . En alleen deze straat in Puth heeft hij nog niet vereeuwigd op een foto. Het toeval wil dat we vandaag Puth binnenwandelen via de Pastoor Albertsstraat. Gauw even een foto maken. Hij heeft ze nu allemaal!

Het is inmiddels 11.30 uur. Op de doorgaande weg in Puth moeten we rechtsaf. Even rondkijkend en ons oriënterend zien we links een oude boerenhoeve. Kennelijk ingericht voor de huisvesting van nonnen, want er verschijnt er eentje voor het raam. Opvallend is haar kennelijk van nature tevreden gezicht. Ze zwaait een mede-non – of is het nu zuster ? – uit die in een klein rood autootje wegrijdt. Honderdentachtig graden gedraaid zit deze achter het stuur en zwaait terug. Bliksem…….ze ziet net zo op tijd als ons die grote zandauto naderen. Als we een stukje richting raam lopen waar de ‘tevreden’ non achter staat, ziet ze ons ineens. Ze schrikt zichtbaar. We zien er ook niet uit. Bezwete gezichten, haar overeind en bruine blubber tot in het kruis.

We zien dat ze ons van top tot teen bekijkt. Een grote glimlach verschijnt. Het is dat de zon al scheen. We zwaaien naar haar. Zonder enige nonnenschroom zwaait ze terug. Gelukkig….deze staat nog midden in het wereldse gebeuren. Het moet een fijn en gelukkig mens zijn. Via de Panoramaweg verlaten we Puth. De verwachtingen die deze straatnaam wekt wordt geheel waar gemaakt. Wat een uitzicht. Wat een panorama! De eerste mede- Pieterpadters zien we in de verte aankomen. Twee stellen van middelbare leeftijd. Druk pratend en voetje voor voetje noordwaarts gaan ze. Een enigszins hautain knikje gevolgd door een vriendelijk klinkend ‘goedemorgen’ vangen onze ogen en oren op als de groep ons passeert, daarbij als bewijs schoenafdrukken in het zandpad achterlatend. Daarachter zien we dit zandpad liggen als een brede bedding in het heuvellandschap. Links en rechts boomgroepen en weilanden met koeien. Als we het Limburgse volkslied hadden gekend zouden we het hier spontaan zijn gaan zingen. Gelukkig kennen we het niet.  Voor ons het inmiddels aardig aanzwellende lawaai van vele auto’s en regelmatig rijdende treinen. Een teken dat we Spaubeek naderen. Het is 12.30 uur. Een rustig dorpje met behoorlijke huizen. Ook hier mooi wonen. Jammer van al dat lawaai.  

Via de zuidoostkant verlaten al weer snel Spaubeek. Overal waar we kijken zien we heuvels. De zon helpt mee om de natuur hier van zijn beste kant te laten zien. Het overtuigt ons. Via holle-, bolle- en glooiende paden, soms flink dalend, soms flink stijgend bereiken we opnieuw een hoog gelegen plateau. 125 Meter geeft de topografisch kaart aan. Hier zullen ze voorlopig geen last hebben van een stijgende zeespiegel! Hedzer wil hier wel aan het bouwen. Niet zozeer vanwege die zeespiegel als wel vanwege zijn grote liefde voor het fietsen in heuvels en bergen. Ja, dan kun je hier aardig aan je trekken komen. Hoeft hij niet meer naar de Franse Alpen! We moeten ons als acrobaten gedragen om niet in de blubber of de vele aanwezige regenplassen terecht te komen. Voetje voor voetje gelijk een koorddanser balanceren we op smalle randjes die de kunstmatige afscheiding vormen tussen de verschillende diepe karrensporen door tractorbanden ontstaan. Omdat we hier meer naar beneden moeten kijken, ontgaat ons deels de omgeving. En dat is jammer, want vanwege het mooie en heldere weer zijn de vergezichten indrukwekkend.

Met een grote boog lopen we om Schimmert heen. Ook hier dominant aanwezig de kerktoren van een katholieke kruiskerk. Zo dominant, dat de bebouwing je bijna ontgaat. Het lijkt of deze kerktoren hier de alleenheerschappij heeft. Rechts voor ons hebben we even het idee of we de verkeerstoren van een groot vliegveld zien opdoemen. Een werkelijk zeldzaam gevormd gebouw. Op zich wel mooi, maar hier zo midden in het Limburgse landschap. We weten het niet. Het Pieterpadboekje geeft aan dat dit een ‘Wt’ is, ofwel een watertoren. De watertoren van Klein Haasdal. Mooi, maar wel merkwaardig. We hebben inmiddels zo’n kleine vier kilometer geploeterd door de blub, wat ontzettend vermoeiend is, als we het dorpje Groot Haasdal bereiken. We worden begroet door een fraai wit pand, wat een oude boerderij blijkt te zijn. ‘Bockhof’ is zijn naam, geeft het Pieterpadboekje aan. Wij geloven het. In Friesland zou zoiets een ‘State’ kunnen heten. De kennismaking met het dorpje is van korte duur. Via de langgerekte westelijk helling van het Ravenbosch beginnen we aan de laatste kilometers richting Strabeek ofwel Valkenburg aan de Geul. De gehele etappe ontmoeten we vele zogenaamde ‘Wegkruizen’ in het Limburgse landschap. Een typisch kenmerk van deze streek. En toch bij elk kruis even stilstaan en kijken. Korte meditatieve momenten. Het gaat vanzelf. Er is meer tussen hemel en aarde, leggen we onszelf maar uit.

Langs beekjes en meertjes zien we voor ons de dalbrug van de A79 Geleen – Heerlen. We wanen ons ergens in Frankrijk of Duitsland. Nee hoor….gewoon Nederland, om preciezer te zijn: Limburg, ………. Zuidlimburg! Het is 15.00 uur als we Valkenburg binnenlopen. Waarschijnlijk de meest toeristische plaats van Nederland. Nog een kleine kilometer naar het station en dan op de trein – via Heerlen -  naar Sittard, naar de auto. We kijken onze ogen uit bij het oude station – anno 1856 – van Valkenburg. Ooit reed hier het 'miljoenenlijntje-treintje' langs. Binnen even een kaart ansichtkopen met postzegel en wat fris. We hebben inmiddels wel zin in wat. Voor het station op een bankje wachten we in een heerlijk zonnetje op ons vervoermiddel die om 16.38 uur vertrekt. Even bijkomen van de indrukken en inspanning. Want het was vandaag wel vrij zwaar. We schatten dat we vandaag zo’n zes kilometer blubber overwonnen hebben.

En dat voelen we. Als we rond 16.15 uur in Sittard uit de trein stappen zoeken we de auto weer op. Die staat op en parkeerplaats achter de AH-winkel schuin tegenover het station. Het begint al schemerig te worden als we op weg zijn richting Valkenburg. Op zoek naar een hotel. Als we Valkenburg binnen rijden vallen we bijna uit de auto van verbazing. Geheel Valkenburg, met name het centrum, is omgetoverd in één grote Kerstdecoratie. Van Sinterklaas geen spoor. Blijkt dat vandaag de Kerstmarkt in de Fluwelengrot is geopend. Tot 16 december. Wat zal men hier blij zijn als de Kerstdagen er weer opzitten!

Vanwege deze Kerstmarkt zijn alle hotels die nog open zijn geheel vol geboekt. “Er is geen plaats meer in de herberg” voor ons. We moeten uitwijken naar het drie kilometer oostelijk gelegen Schin op Geul. We treffen daar een prachtig en in alle rust gelegen hotel genaamd ‘Geulzicht’. 20 meter onder de spoorlijn Valkenburg-Heerlen en direct aan die prachtige Limburgse beek; De Geul. Er is gelukkig nog plek en voor 85 piek inclusief ontbijt hebben we elk een éénpersoonskamer met riant uitzicht op diezelfde Geul en verderop Valkenburg. We hebben het weer getroffen. Morgen is het zover. De finale voor ons van het Pieterpad. We kijken er naar uit. Zonder weemoed, zonder treurnis. Morgen rond deze tijd kunnen wij zeggen “Ik heb het Pieterpad gelopen!” Eerlijk gezegd zijn we daar best trots op. ’s Avonds voor de open haard aan het ‘Kriek’ – kersen – bier nagenietend van deze dag. Alles zat vandaag mee. Het weer, de wereld om ons heen, de vriendelijk mensen en dit hotel. Thuis liggen onze vrouwen al op bed. Zij moeten morgen om 8.00 uur met de trein mee richting Valkenburg. Ze willen ons morgenmiddag op de St.Pietersberg opwachten en begroeten. Hedzer z’n dochter Anna-Geke komt ook mee. Wat een kanjers hé!

Naar volgende etappe: Strabeek-Maastricht