Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Noaberpad

9e etappe
Zwillbrock-Oeding 30 km
8 Oktober 2004

Het is al weer veel te lang geleden dat we op “pad” zijn geweest voor LAW het Noaberpad. Maar er is  privé binnen onze gezinnen het nodige gebeurd en veranderd. En dat noodzaakte ons de wandelhobby even op een zijspoor te zetten. Zo gaat het soms in het leven. Even pas op de plaats maken.

Maar nu zitten we in de eigen auto’s, op weg naar het startpunt van de 9e etappe. Die begint vandaag in het Duitse Zwillbrock – ten oosten van Eibergen -  en eindigt in het eveneens Duitse Oeding, gelegen ten zuidoosten van Winterwijk. Een wandelafstand van 30 kilometer. De eerste van een tweedaagse. Morgen willen we wandelen van Oeding naar het Duitse plaatsje Isselburg, gelegen tussen Bocholt en Emmerich. Een afstand van ongeveer 36 km.

Openbaar vervoer is niet echt mogelijk in dit grensgebied. Hier wordt nog niet echt europees gedacht. Daarom reizen we met twee auto’s naar onze bestemming. We hebben een overnachting geboekt in een hotelletje in het Duitse dorpje Werth, een kleine 8 km ten oosten van Isselburg. Kortom, we hebben er reuze zin in om nu eindelijk de “wandel”-draad weer op te pakken. Wandelkoorts houdt je altijd gevangen. Ook al heb je ruim 3 maanden niet een lange afstand gewandeld. Het is toch een soort van hardnekkige virus. Een prettige overigens.

We zijn om 5.00 uur vertrokken uit de Friese Wouden. Je merkt de verschuiving van de seizoenen. Het zal pas rond een uur of half acht gaan schemeren, alvorens over te gaan naar daglicht. Gelukkig is het droog en lijken de weersvooruitzichten ons mee te zitten voor vandaag en morgen.

Via Heerenveen, Zwolle en Arnhem rijden we richting oosten via de A12 naar Oberhausen. Ter hoogte van Didam nemen we een afrit om verder te rijden via de A18 richting Doetinchem en Winterswijk. Via Winterwijk rijden we eerst naar het eindpunt van vandaag, Oeding.

De ochtendschemering laten we achter ons als we Aalten voorbij rijden. We zien dat het half bewolkt is en dat de zon straks wel kansen krijgt contact met ons te leggen. Wij verheugen ons daarop. Even voor 8 uur parkeert Wim zijn auto op een groot parkeerterrein in Oeding om vervolgens met Hedzer door te rijden via Vreden naar het startpunt in Zwillbrock. Bij het uitstappen in Zwillbrock proeven we de ochtenddauw en ruiken de frisheid van de morgen. Geen zuchtje wind en menselijke stilte. Alleen wat vogels die we kennelijk gestoord hebben bij hun ontbijt. Op het parkeerterrein bij het fraai en vrouwelijk gevormde kerkje en het ertegenover gelegen restaurant ‘Zum Kloppendiek’, heeft Hedzer zijn auto geparkeerd. Een lantaarnpaal naast de parkeerplaats laat ons een opvallend wit/rood gekleurde sticker zien. Een markeringssticker van het Noaberpad. Het is inmiddels 8.10 uur. De hoogste tijd om te beginnen. Maar eerst even een kop koffie en wat eten. We hebben er al wat uurtjes opzitten.

De markering volgend wandelen om we 8.20 uur in de richting van het natuurreservaat ‘Zwillbrocker Venn’. Een paar honderd meter verderop gelegen. Al sinds 1938 een beschermd hoogveengebied met een meer. Als we bosrand, gelegen rond dit reservaat, binnenwandelen is het gelijk mistig en vochtig. Zie hier de waarde van een bos; het houdt het vocht vast binnen zijn stammen- en schaduwbereik. Het geeft het Venn  iets van een mystieke sfeer. Flarden mist vermengt met de weerspiegelingen van haar omgeving en lucht in het rimpelloze meer van het reservaat. We zien heel kunstig boven het water gebouwd de nesten van europa’s grootste kopmeeuwenkolonie, met zo’n 10.000 broedparen. Opvallend is de aanwezigheid van een kolonie flamingo’s in het reservaat. Biologen hebben daar geen goede verklaring voor. Wij wel, ze hebben het hier gewoon naar hun zin en zitten hier dus lekker in hun vel. En dat wordt generatie op generatie doorgegeven. We zien ze echter niet. Begrijpelijk, want het in het reservaat gelegen meer beslaat een oppervlakte van zo’n 40 hectare.

Door het reservaat wandelend valt ons de diverse kippenrennen op die geplaatst zijn over grote mierenhopen. Ter bescherming tegen geweld van buitenaf. Ach ja, in een natuurreservaat moet alles beschermd worden. We mogen wel oppassen. Veel kleine en grote paddestoelen doorbreken samen met de  al wat verkleurde bladeren de grauwgroene kleuren om ons heen. We zien en ruiken het; het is herfst. Een prachtig jaargetijde. Alhoewel, niet iedereen deelt die mening. Als we na ongeveer 2 kilometer het bos en reservaat weer uitwandelen passeren we de landsgrens en staan in Nederland. We zien dan ook gelijk rechts van ons naast het wandelpad allerlei kleurige en fleurige bloemen. Hoofdzakelijk geel met een enkele donkerrode. Laatbloeiers! Letterlijk en figuurlijk. Ze springen door hun kleuren uit hun omgeving vanwege de achtergrond van omgeploegde akkers en bomen met bejaarde bladeren.

Even een drukke binnenweg oversteken en dan ‘de paden op, de lanen in’. Heerlijk! Brede zandpaden, dus waarschijnlijk oude verbindingswegen in dit grensgebied. Verzonken in gedachten schrikken we op van het gehinnik van een paard. Een lichtbruine en kennelijk nog vrij jong. De oren zijn gespitst, het wit van de oogbollen is duidelijk te zien. Gelukkig is ze, want het is een zij, ook een beetje van ons geschrokken. Haar gedachten over ons, zo op dit vroege tijdstip op deze afgelegen plek, laten zich raden. Ze is ook wel nieuwsgierig naar ons. Wim neemt er de tijd voor en na wat gepraat en geklets, éénzijdig overigens, durft het paard dichterbij te komen. Ze laat zich strelen over het hoofd. Aardig en wijs dier. Ze wensen elkaar, ieder op de eigen wijze, een prettige voortzetting van de dag. Als Wim al weer enkele meters van haar is verwijderd, meent hij iets van een lach in de laatste hinnik van haar te horen. Idioterie natuurlijk! Maar toch? ’t Is er wel één van het vrouwelijke geslacht!

Het landschap wat we doorkruisen is afwisselend. Veel lanen en paden omzoomt met oude bomen. Vooral beukenbomen en een enkele tamme kastanjer. De vruchten van de bomen, beukennootjes en tamme kastanjers, smaken prima. Een wat bittere nasmaak is een kenmerk van deze vruchten. De tamme kastanjer heeft een vlezige structuur. Verder zien we om ons heen al veel akkers omgeploegd. Veel velden met maïsplanten staan op hun oogsters te wachten. Hun lot lijkt triest, afsnijden om direct tot pulp te worden vermalen. Veevoer dus. Maar misschien zinvoller en nuttiger dan tot stof in de aarde weder te  keren. Ach, het is maar hoe je het benaderd.

Na een paar kilometer coulisselandschap wandelen we het dorpje Zwolle, gemeente Eibergen, binnen. Het is inmiddels 9.30 uur. We schatten dat het dorpje Zwolle ongeveer 30 huizen telt, waarvan een groot aantal als boerderij door het leven gaat. Opvallend is de ruime opzet van het dorp en het grote gemeenschappelijke grasveld annex voetbalveld. Dat moet zomers heel zijn. Een wat vreemd bronzen beeld van een man en een goed geklede haas completeert het geheel. We hoeven ook niet alles te begrijpen. Het hoofd is al vol genoeg.

We volgen over vele kilometers de linkeroever van de gekanaliseerde en zeer heldere beek De Slinge. Links en rechts aan de overkant maïsvelden, weilanden en nog meer maïsvelden. De vogels hebben het er maar druk mee. Zo’n overvloed aan eten leveren de maïsvelden aan de vele dieren. We voelen onze schoenen nat worden van het met dauw beslagen gras. Frisser en natuurlijker kan eigenlijk niet. Alleen de kanalisatie van de beek bewijst dat hier mensen wonen en actief zijn. We horen het geruis van snelstromend water. Een kleine honderd meter verderop zien we aan de overkant een zijbeek die vol overgave en in goed vertrouwen zijn water stort in De Slinge. Versmelting van waters tot water. Bron van het leven. De Achterhoek is bekenland. Heel mooi. Diverse stuwen in De Slinge moeten het stromende water op peil en in toom houden. Naast de verschillende stuwen zien we een soort van glijpaden, waarschijnlijk bedoeld voor de kanoërs die hier zomers in De Slinge pendelen. Even verderop constateren we dat de tolerantiegrens van de hier aanwezige eenden zo’n 15 meter is. Niet tam, maar ook niet echt wild dus.

Bij de Knibbelbrug staat een fraaie picknickbank voor ons gereed. Een mooie plek om even een kop koffie te drinken en wat brandstof in te nemen. De in het weiland aanwezige koeien tonen hun belangstelling voor ons. Bij elke beweging en slurp- of smakgeluid van ons spitsen zij hun oren en zetten grote ogen op. Dat hebben ze kennelijk nog niet eerder gezien of gehoord. Volgens ons wordt het intellect van koeien onderschat. Dat hebben we meerdere keren geconstateerd. We horen in de verte een kerkklok 11 keer slaan. We hebben er inmiddels 11 kilometer op zitten.

Na een kwartiertje pakken we de spullen weer in en wandelen verder. Onze achtersten nat en fris. Ja, de banken hé! We volgen over een afstand van ongeveer anderhalve kilometer De Slinge en vervolgens de Beurzerbeek. Er is binnen een straal van 400 meter geen boom te bekennen, maar daar in het gras aan de rand van een maïsveld staat iets opvallends. Een jaarling. Een piepklein maar dapper eikenboompje. Wat een lef en wat een doorzettingsvermogen. Het moet een gelukskind, een zondagskind zijn. Verterend. In gedachten wensen we hem, of haar, veel succes toe.

Via prachtige boomrijke paden en paadjes, en wederom veel maïsvelden, wandelen over de rechteroever van alweer een ander beekje Winterswijk binnen. Voor het gevoel een plaats op de rand van ons land. Maar het blijkt een levendige plaats te zijn. Het is alweer 12.00 uur. 

We kijken en zitten wat in ’t rond op een strategische plek in hartje Winterswijk. Zowel Wim als Hedzer zijn hier nog niet eerder geweest. De plaats is groter dan ze dachten. We zien het gemeentehuis en diverse fraaie kerkgebouwen. Na wat boterhammen gegeten te hebben en vluchtig contact met voorbijgangers gaan we weer verder. Via de Meddostraat wandelen we voor de Jacobskerk langs over het leuke marktplein verder in oostelijke richting. Na het kruisen van de Bataafse Weg wandelen we een brede grindweg op om via vakantieboerderij Grote Horst en het erf van een oud scholtenlandgoed onze weg verder te vervolgen langs de zoveelste beek. De Vossenvelds beek genaamd. De lucht is inmiddels helemaal opgeklaard en wolken zijn alleen in de verte te ontdekken. Heerlijk dat zonnetje erbij. Het geeft de wereld veel fleur en kleur. Het zal inmiddels een graad of 17 zijn. Wind is er nauwelijks. Een hoop industrielawaai geeft ons aan dat we de beroemde steengroeve van Winterswijk passeren. Het blijkt een groot en vooral diep complex te zijn van kilometers lengte. In het weekend kunnen liefhebbers zelf hun gang gaan in de groeve. Op zoek naar de in het gesteente aanwezige fossielen. Dat is natuurlijk wel heel interessant. Weer eens wat anders dan een dagje speeltuin, zwembad of pretpark.

We zien links en rechts verschillende fraaie boerderijen. Wel constateren we meer Duitse invloeden in de bouwstijl. De lieflijke en sierlijk Saksische bouwstijl is in deze streek minder aanwezig. Een markering geeft aan dat we rechtsaf moeten, maar volgens het boekje moeten we de 2e zandweg rechts, naar de boerderij van Leeferdink. We besluiten de markering te negeren en het volgende zandpad aan de rechterhand in te slaan.

Via rood gekleurde lanen wandelen we verder door een heel fraai en enigszins glooiend gebied. Ook hier overal ontmoetingen met beken en beekjes. Het doet wat on-Nederlands aan. We voelen al enkele uren regelmatig spinnendraden in ons gezicht. Kleine spinnetjes die zich aan hun glinsterende draden in de zon door de wind laten vervoeren. Opportunisten zijn het. Elke kans benutten om elders weer verder te overleven. Alleen vervelend dat menige reiziger in ons gezicht en haar belandt. Maar dat is de natuur. Zij hebben net zoveel rechten als wij. Even na 15.00 uur passeren we opnieuw de grens en bevinden ons in Duitsland. Het laatste stuk richting Oeding ligt voor ons. Ook hier veel maïsvelden, afgewisseld door winterklaar gemaakte akkers.

De laatste kilometers wandelen we over een smal zandpad, tussen maïsplanten. Daarboven een strak- en staalblauwe lucht. Een fraaie afsluiting van deze prachtige wandeldag. Het is rond 16.00 uur als we Oeding binnenwandelen via het Oedinger Busch. Na een kleine kilometer naar de auto van Wim op de grote parkeerplaats. Als we ons een beetje hebben omgekleed bij de auto stappen we in en rijden via Vreden terug naar Zwillbrock om de auto van Hedzer op te halen. Daarna gaan we richting Isselburg, waar we via internet 2 ‘einzelzimmers’ hebben geboekt. Inclusief uitgebreid ontbijt 42 euro per persoon per nacht.

In ‘Hof van Holland’ aan de Rheinboulevard  in Emmerich genieten we van een heerlijke Chinese keuken. En van het fraaie uitzicht op de Rhein. Een waardige afsluiting van een fraaie wandeldag. Morgen wandelen we verder van Oeding naar Isselburg. We kijken er al naar uit.

  Naar volgende etappe: Oeding-Isselburg

 

fotoshow