Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Noaberpad

4e etappe
Emmer Compascuum-Oostersebos 34 km
12 Februari 2004

Het is nog erg vroeg, pas 5.15 uur, als we met de auto van Hedzer vertrekken richting zuidoost Drenthe. NS-station Coevorden is ons doel. We willen proberen de trein van 7.10 uur te halen richting Emmen. Om vervolgens met de bus verder te reizen richting het startpunt van vandaag: Emmer-Compascuum. Een tocht van 34 km. Het gidsboekje “Noaberpad” belooft ons veel uitgestrekte vlakten, veen- en turfgebieden. Een bijzonder stukje Drenthe.  

Het lukt ons de trein van 7.10 uur te halen. De auto mooi geparkeerd 50 m van het station. Het is nog erg donker en het luchtvochtigheidgehalte is zo hoog, dat het bijna lijkt of het motregent. In de trein vertelt een allervriendelijkste conducteur ons, dat de voordeelurenkaart van Wim op werkdagen pas na 9.00 uur geldig is. Wel geweten, maar even (echt) vergeten! We moeten € 18,- bijbetalen. Maar goed, je kunt ook niet alles onthouden. We zijn per slot van rekening geen 48 jaar meer. Via een uitstekende busverbinding, we blijken de enige passagiers en de buschauffeur legt ons elk detail onderweg haarfijn uit, stappen we omstreeks 7.50 uur uit in Emmer-Compascuum. Op De Runde ter hoogte van de Esdoornlaan.In zuidelijke richting passeren we een nieuwbouwwijk. Van lintbebouwing is niet echt sprake meer. Via een grote visvijver en de sportvelden met zwembad verlaten we het dorp Emmer-Compascuum. Een wijds en enigszins desolaat landschap ligt voor ons. Alleen de nevel belet ons een uitzicht van waarschijnlijk tot Parijs. 

Even verder staat een parmantig bruggetje, die toegang verschaft tot een rondom-loopje om de visvijver en een kunstmatig gecreëerd park met heuse bomen. Alleraardigst allemaal. Gelijkend een oase. We besluiten, hoewel het nog maar 8.10 uur is, op deze plek ons eerste bakje koffie te nuttigen. We zijn immers toch al een aantal uren op.Al genietend van koffie en brood zien we vanuit de richting van het dorp een sportieve man met hond in onze richting wandelen. De man schatten we rond de 55 jaar. De hond is een bruine boxer. Wel een nieuwsgierige overigens, want de boxer wil weten wat we aan eten en drinken bij ons hebben. De vriendelijke man spreekt ons aan en een belangstellend gesprek volgt. Hij blijkt Bert H. te heten en logeert een paar dagen in het dorp in het huis van vrienden. Inderdaad, om op de hond te passen. Zelf is Bert afkomstig uit Epe. Een wereld van verschil zullen we maar zeggen. Na een gezellig gesprek verdwijnt Bert en de boxer achter de horizon. Via allerlei kaarsrechte landweggetjes passeren we het buurtschap Foxel met zijn sterrenwacht. Deze mensen wonen hier prachtig. Veel ruimte en toch ook bij elkaar. Zo hoort het ook. De mens is niet geschapen om alleen te zijn. 

Na vele gras- en schouwpaden langs brede sloten, die vanwege de grondsoort bruinkleurig water bevatten, bereiken we het beroemde Veenpark “De Wereld van Veen” nabij Barger-Compascuum. Vroeger heette dit veenmuseum “Het Aards Paradijs”. De omgeving in ogenschouw nemend begrijpen we de naamsverandering wel een beetje. We zien rails liggen van een veldspoor zoals deze gebruikt werden bij de winning van turf. Het museum omvat een groot en gevarieerd terrein, maar ligt er verlaten bij. Het seizoen is kennelijk nog niet begonnen. 

We moeten de Postweg oversteken en aan de overkant verder lopen via een landweg met bosperceel tot een houten bruggetje. Het is dat we zeker weten goed te zitten, want anders zou je kunnen denken verdwaald te zijn. Want de landweg, het bosperceel en bruggetje zien we niet meer. We zien rechtsvoor ons grote kassen staan waar, bij nadere besturing, gele rozen worden gekweekt. Een prachtig gezicht overigens. We besluiten achter de kassen langs te lopen, omdat voor ons gevoel hier eens het Noaberpad was gelegen. Een half uur later blijkt de gekozen route achter de kassen de juiste te zijn geweest. We komen vanzelf weer uit op de oorspronkelijke route, zodat we met een gerust hart ons wandelpad kunnen vervolgen.

Bij het Scholtenskanaal moeten we rechtsaf een breed zandpad volgen. We zien voor ons aan dit zandpad allemaal kleine, oude maar goed onderhouden arbeiderswoningen. Het geeft een goed beeld van hoe het er een eeuw geleden ongeveer moet hebben uitgezien. Ook zien we wat meer begroeiing die het landschap wat aantrekkelijker maakt. Even verderop linksaf via de brug het kanaal over en een stukje langs de drukke Postweg richting Klazienaveen. Van oorsprong een klein gehucht, maar inmiddels uitgegroeid tot een flink dorp met veel industrie voor deze regio. Na een paar honderd meter slaan we linksaf het “Oosterbos” in. We ontdekken dat het bos kunstmatig is aangelegd, maar wel zodanig dat het enige bekoring heeft. Enigszins glooiend en voldoende afwisseling tussen bomen, struikgewas en veengronden met vennetjes. We bespeuren ook heideveldjes. Eigenlijk best wel mooi. Het zal hier zondags wel druk zijn als heel Klazienaveen hier de benen strekt. 

We volgen eerst een bospad en vervolgens het smalle fietspad. En dan ontdekken we ineens, iets wat veel wandelpaden niet hebben: een heuse picknickbank. Helemaal voor ons alleen. Tijd dus voor een tweede koffiestop. Het is inmiddels 10.30 uur. Nog steeds een wolkenverzadigde lucht bij een temperatuur van ongeveer 8 graden. Uitstekend wandelweer dus. Naar Klazienaveen is het nog ongeveer 3 km. We wandelen verder via het smalle maar kilometerslange “natuurgebied” Oosterbos richting Klazienaveen. De plaats kondigt zich van verre al aan door grote schoorstenen waar veel rook uit ontsnapt. We zien dat ter hoogte van een vennetje ons wandelpad wordt versperd door een onneembare waterpartij. Een gevolg van de vele regen de afgelopen tijd. Pogingen de waterplas te nemen lopen op niets uit. We besluiten iets terug te lopen om via de heuvelrand links van ons het waterobstakel te omzeilen. Na wat geklauter en gebagger door natte heidestruiken lukt het ons en vervolgen we ons Noaberpad. We wandelen Klazienaveen binnen aan de noordkant en het eerst wat ons opvalt zijn de statige woonhuizen rechts van het kanaal en de beroemde NORIT-fabriek links aan de overkant van het kanaal.  

Via het centrum van Klazienaveen, die gezien de uitstraling kennelijk een belangrijke regiofunctie heeft, lopen we verder door woonwijken en een parkje richting het zuiden. We zien in het parkje allemaal vrolijke lenteklokjes bloeien en begrijpen wat ze een ieder duidelijk willen maken: De lente is in aantocht!  Als we Klazienaveen achter ons laten wandelen we verder via een graspad langs het water: Molenwijk. Een kaarsrecht stuk van enkele kilometers lengte. Overal om ons heen de horizon met hier en daar een verdwaald huisje. Links zien we in een “vers” omgeploegde akker een reusachtige zwerfkei liggen. Leuk voor de landbouwer, maar niet heus. Wel fraai om een dergelijke steen in je tuin te hebben staan. En reuze interessant is de vraag: waar komt die steen oorspronkelijk vandaan? Iedergeval niet van hier.

Waarschijnlijk achtergelaten door de ijskap uit een ijstijd. We komen uit op de Verlengde Scheperweg en voelen ons hier op het uiterste puntje van de wereld. We moeten linksaf richting oosten en richting de natuurreservaten van Staatsbosbeheer. Na een paar honderd meter springen we via een houten opstapje een hek over om het Hoogveenreservaat “Bargerveen” binnen te gaan. Links zien we een grote rand van het veen, dus turflagen. Nooit eerder gezien en geroken. Heel fraai. Het ruikt “oerachtig”. We volgen een slingerend en kilometers lang pad door het Bargerveen. En het is genieten geblazen. Absolute rust en stilte. Een prachtig stuk natuur en zo te zien uitstekend en met deskundigheid beheerd.

We komen uit bij een uitkijkheuvel van zeker 8 meter hoog. In Friesland noemen ze zoiets een “terp” in Groningen een “wierde”. Bovenop gekomen genieten we van het fraaie uitzicht en begrijpen hoe het moet voelen te verdwalen in een dergelijk drassig veengebied. Opvallend is, dat door het ontbreken van ook maar een klein straaltje zonlicht, alles in grijstinten wordt weergegeven en gezien. Kleuren lijken er niet te zijn. Een beetje merkwaardig en bijzonder.

Vanwege het uitzicht en de aanwezige zitbank nemen we nog een bakje koffie en nuttigen nog wat vast voedsel. Na een kwartiertje trekken we verder, het voor ons gelegen “Amsterdamsche Veld”. Het ziet er nog grootser en fraaier uit dan het “Bargerveen”. Via een smal doorsteekje wandelen we, de slingerpaden volgend, richting zuiden. Na een paar honderd meter wordt opnieuw ons pad gekruist door een grote waterplas. We zien dat er niets anders opzit dan over de aanwezige hoge graspollen met veel evenwichtsgevoel een omtrekkende beweging te maken teneinde 200 meter verder weer de doorgaande route te bereiken. Het gaat allemaal net goed. Eén misstap betekent tot je knie het water in. Ach, zo moet het vroeger ook gegaan zijn.

Na een paar kilometer komen we uit bij een oude spoordijk die pal oost – west loopt. Vroeger heeft hier een veld – smal- spoor gelegen voor de afvoer van gedolven turf. We worden volgens ons gidsboekje in de maling genomen. Want hoewel het een spoordijk lijkt, die ongeveer drie meter boven het omliggende maaiveld uitsteekt, blijkt dat de hoogte van deze spoordijk de oorspronkelijke hoogte van het maaiveld was. Alles dus afgegraven vanwege de turfwinning. En zo ver het oog reikt, zien we het lager gelegen maaiveld. Heel merkwaardig. Vooral als je bedenkt dat de turf handmatig met een smalle schep werd uitgestoken. Wat een werk moet dat zijn geweest. We volgen onze wandelroute over de kruin van deze spoordijk, waar voor het gevoel geen einde aan lijkt te komen. Terhoogte van de voormalige turfverwerkingsfabriek, nu smalspoormuseum, verleggen we onze westelijke route in een zuidelijke route richting eindpunt “Oostersebos” ten oosten van Schoonebeek. Via allerlei gras- en schouwpaden, landweggetjes en bospaden belanden we in het “Oosteindsche Veen”. Meer bos dan veen inmiddels, maar wel een fraai stukje natuur. Wat ons ook opvalt is dat de lucht met nog steeds alleen maar wolken, alsmaar donkerder wordt. Het ziet er dreigend uit.  

Na ruim een kilometer stappen we het Oosteindsche Veen uit en zien voor ons open terrein met daarachter het buurtschap Oostersebos. Nog een kilometer naar ons eindpunt van vandaag. En juist op dat moment voelen we wat kleine nog onbetekende druppeltjes. Regen! Maar de druppeltjes worden steeds groter en het begint daarbij steeds harder te waaien. Van rechts, vanuit het westen, zorgt de harde wind ervoor dat de plensbuien ons goed nat kunnen maken. We raken doorweekt. En nergens enige beschutting. Na de eerste schrik kunnen we er toch om glimlachen. Want door de regen is de natuur verstomd. We horen alleen maar de regendruppels kletteren op de takken van bomen, struiken en op ons zelf. En het heeft wel wat. 

Na een klein kwartiertje in de regen bereiken we het buurtschap Oostersebos. Het buurtschap bestaat uit een aantal bijzonder fraaie Saksische boerderijen versierd met kunstig rietvlechtwerk. Heel mooi allemaal. Tussen deze statige boerderijen en via een smal verbindingspad bereiken we de Europaweg. De verbinding tussen dit deel van Drenthe met Meppen en Lingen in Duitsland. Een drukke weg dus. Rechts verderop zien we een bushalte waar straks onze bus zal stoppen teneinde ons binnen te laten. We hebben nog vijf minuten de tijd. Het openbaar vervoer sluit weer perfect aan op onze wandelavonturen. Ook hier in zuidoost Drenthe. De bus zal ons brengen naar Coevorden waar de auto staat.  

Via één van de oudste particuliere busbedrijven van Nederland, “Pieper” genaamd, rijden we via het “ja-knikkersdorp” Schoonebeek naar Coevorden. Als we Schoonebeek bijna weer uit zijn, ziet Wim tot zijn grote verrassing zijn voormalige kosthuis aan De Mente. Het kosthuis waar hij in de jaren zeventig enige maanden verbleef vanwege zijn studie. Hij liep toen stage bij de N.A.M. De Nederlandse Aardolie Maatschappij, waar Schoonebeek zo bekend en beroemd om geworden is. Het hele dorp leefde er van. Het was het kosthuis van Bertha en haar kinderen Jessica en William. Maar ook het kosthuis waar Wim voor het eerst met een vriendin een weekend doorbracht. Dat was Gerda. Een fijne en gezellige tijd. Wim vraagt zich af hoe het nu met deze mensen is. Hij is er heel benieuwd naar en wordt er even stil van.  

Om 16.00 uur stappen we uit bij de parkeerplaats bij NS-station Coevorden. De auto staat er gelukkig nog.

Moe maar voldaan rijden we terug richting noordoost Friesland. Een heel afwisselende dag. Veel dingen gezien. Veel dingen die je bezighouden. Jammer van de regen. De volgende etappe voert ons Duitsland binnen. Onze grote buur. Volgens het boekje weer een heel ander gebied. Het landschap van het Graafschap Bentheim. We zijn benieuwd!

Naar volgende etappe: Oostersebos-Uelsen


 

fotoshow