Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Noaberpad

12e etappe
’s-Heerenberg – Emmerich (BRD) 17 km
17 December 2004

Over ’s-Heerenwegen rijden we in de richting van Emmerich. Het is rustig op de weg. Maar dat zal een gevolg zijn van het vroege tijdstip. Ook vandaag weer vroeg uit de veren. Wim rijdt vandaag en hij heeft Hedzer even na 5.00 uur van huis opgehaald. Hoewel we beiden een drukke en vroege week achter de rug hebben, is het heerlijk en ontspannend om op een vrije dag zo vroeg doelgericht op pad te zijn. We hebben het plan om de auto te parkeren nabij Hauptbahnhof Emmerich en via de Duitse regional maatschappij NIAG met lijn 91 naar ‘s-Heerenberg af te reizen. Ons startpunt vandaag. Startpunt van de laatste etappe van het Noaberpad.

We zijn aan de vroege kant en wachten in het stationsgebouw op wat komen gaat. We hebben een goed half uur voordat de bus vertrekt. Een glimlachende vrouw trekt onze aandacht. Ze blijkt net de broodjeswinkel te hebben geopend. Voor een nieuwe dag met nieuwe kansen. Wim blijkt haar eerste klant te zijn, wanneer hij 6 Kaiserbrotjes koopt. Drie voor Hedzer en drie voor hem zelf. En dat voor 90 eurocent. En ze smaken heerlijk. Terwijl we midden in het stationsgebouw al etend en kauwend staan rond te kijken tikt de grote klok steeds weer een minuutje weg. Mensen staren ons verbaasd aan. Een enkeling knikt. Met name de ‘multiracialen’ groeten ons vriendelijk met een knikje en een glimlach. Tussen de happen Kaiserbrotjes door verteld Hedzer de afgelopen week een nieuwe Cv-ketel gekocht te hebben. Z’n oude ketel had er geen zin meer in. “27 Jaar oud was ’t ie”, meldt Hedzer quasi nonchalant. Wim verslikt zich. “Jeetje…. 27 jaar oud. Economisch en commercieel gezien onverantwoord!”

Na een busritje van 20 minuten laten wij ons uitgeleide doen door de klantvriendelijke buschauffeur bij  het kloostergebouw “Gouden Handen” in ‘s-Heerenberg. Hij heeft er vandaag ook zin in, want  we zien hem krap 100 meter doorrijden om vervolgens de bus aan de kant te zetten en zijn thermoskan tevoorschijn te halen. Wij waren op zijn eerste rit vandaag de enige passagiers. “Ik heb ze wel weer verdiend vandaag” moet zijn gedachte zijn geweest. Het lijkt een Duitser met Bourgondische trekjes.

Het is rustig weer. Geen wind, door wolken dicht geschoven luchten en een temperatuur van een graad of 5. Prima wandel weer dus. Eerst even gebruik maken van het bushokje als koffiedrinkplek. Want daar hebben we wel trek in. Slurpend aan de mokken hete koffie constateren we dat geen enkele boom blaadjes draagt. Dit in tegenstelling tot de vorige etappe, toen alle bomen met herfstkleuren getooid waren. Zoals die ietwat merkwaardige boom voor het “Gouden Handen”-pand. Die trok toen onze aandacht met zijn fel geel-oranjegekleurde bladeren. Nu is alles in rust. In winterslaap.

We moeten een kleine kilometer het stadje in wandelen om de route van het Noaberpad weer op te kunnen pakken. Niet erg, want het is allemaal heel oud en fraai wat we zien. Statige huizen, kunstige trapgeveltjes, kloostermoppen als bouwmateriaal, nauwe steegjes en gietijzeren verfraaiingen.

Om 8.00 uur bereiken we de oude stadswal nabij het centrum en kunnen we de eerste stappen zetten van deze laatste Noaberwandeltocht. Omgeven door kerstversieringen aan winkelgevels en over de antieke straatjes. Hier en daar een enkele met veel lampjes verlichte kerstboom op straat. Als eenzame wachtposten, zo lijkt het.

Tussen de stadswal aan de rechterkant en oude maar fraai gerestaureerde 18e eeuwse woonhuizen aan de linkerkant wandelen we richting kasteel “Hof van Berg”. Voor de toegangshekken blijven we enige minuten staan en genieten van wat voor ons oog verschijnt; een prachtige oprijlaan eindigend in een groot kasteel met allerlei kleine raampjes, dakkapelletjes, in- en uitspringende vensters en fraaie torens. Om het geheel een brede slotgracht, die aan de zuidkant zo breed is dat het ‘meerachtige’ vormen heeft. Daarin eenden in allerlei soorten, maten en kleuren. Heel boeiend allemaal. “Hof van Berg”; de grootste en wellicht best onderhouden burcht van Nederland geeft de wandelgids aan. Vanwege de schemering zien we door de brandende binnenverlichting enkele vensters en ramen oplichten. Sprookjesachtig. Een beetje “Anton Pieck-achtig”.

We wandelen links om het kasteel heen, vervolgens door een naastgelegen weiland om even verderop via een steil wandelpad de aangrenzende stadswal op te klauteren. Vanaf de stuwwal hebben we een goed uitzicht over het gebouwencomplex van het kasteel. Niet alleen mooi, maar ook heel groot en complex. Ze konden er vroeger al wat van.

Even verderop verlaten we aan de ander zijde de stadswal en trekken de aangrenzende kastaaltuin in. De tuinarchitectuur is nog duidelijk aanwezig. Niet alleen qua vorm en compositie, maar vooral ook door de vele soorten, soms onbekende, bomen. Beukenhagen tonen oorspronkelijke grenzen tussen bos, siertuinen en akkers. Daartussen een statig jachthuis annex boerderij. Het completeert het geheel. Jammer dat door de schemering het maken van – scherpe - foto’s niet goed mogelijk is.

We verlaten fraaie bos om via een zandpad het open terrein in te wandelen. Na een paar honderd meter moeten we linksaf en zien direct in de verte de stuwwal van Hoch Eltern. Links in het weiland nadert met bijzonder groot enthousiasme en luid gehinnik een klein paard. Of is het een pony? Een heus “Pippi Langkous-paard”, blijkens zijn witte huidskleur met daarop “geplakt” de vele zwarte stippen. Als het dier vlak bij ons is gekomen, beginnen we toch te twijfelen of we zijn enthousiasme niet verwarren met een soort van waakhondengedrag. Het beestje oogt wat agressief. We komen er niet helemaal uit en wandelen gauw verder, het dier luid hinnikend en kennelijk protesterend achter ons latend.

We volgen het zandpad over een glooiende zandheuvel en zien rechts aan het pad de meest luxueuze woningen staan. Prachtige panden voorzien van fraaie vergezichten over het Rijndal en de stuwwal van Hoch Eltern. Voor ons ligt het rustige en enigszins geïsoleerde dorp Stokkum. Dorp tussen uitgestrekte bossen, akkers, het Rijndal en de stuwwal. Mooi en rustig wonen hier. Als we het dorp binnenwandelen zien we rechts langs de weg een restaurant met een “P.P.P.”  Een “Paarden-Parkeer-Plaats” legt een plaatselijk aanwezig bord ons ongevraagd uit.

Via de Eltenseweg wandelen we Stokkum uit en bosgebied behorend bij de “Hulzenberg” binnen. Links en rechts bos, heidevelden en kleine zandverstuivingen. In de verte zien we een jonge vrouw ons wandelend tegemoet komen. Ze knijpt hem voor ons. We constateren het allebei. De ‘arme’ vrouw kijkt duidelijk krampachtig en geforceerd voor zich uit en mijdt elk oogcontact. Het is geen ochtendhumeur, arrogantie of onverschilligheid. Nee, haar lichaamstaal en gezichtexpressie spreken duidelijk ‘taal’. Ze is bang voor ons. Op het moment dat we elkaar passeren is de spanning duidelijk merkbaar. Voelbaar. Dit hebben nog niet eerder meegemaakt. We hebben met haar te doen, maar balen ook wel een beetje. Misschien een slechte ervaring met een vent gehad. Ja, en dan is natuurlijk elke man verdacht. We kunnen er wel begrip voor opbrengen, maar toch ….  een merkwaardige ervaring. We zijn er beiden even stil van.

Een kleine kilometer verderop hebben we een ontmoeting met een bospad, dat ons van rechts nadert en uitmondt op de door ons bewandelde Eltenseweg. Niet zomaar een bospad, het is het Pieterpad wat zich bij ons voegt. We blijven even stil staan en laten de stroom van herinneringen over ons heenkomen. Precies 4½ jaar geleden kwamen we tevoorschijn over dit bospad. Toen bij 33 graden en alles in het groen gekleed. Een houten wegwijzer geeft aan dat Pieterburen 276 km noordwaarts ligt en de Pietersberg 214 km zuidwaarts. Samen met het Pieterpad trekken we verder zuidwaarts. Richting ‘Rietbroek” en Hoch Eltern.

Leuk dit “gezamenlijk” optrekken. Een soort van reünie.

We passeren grenspaal 700 en wandelen Duitsland binnen, om direct daarna de Autobahn A3 Oberhausen – Arnheim over te steken. Een bestraatte weg voert ons naar boerderij ‘Rietbroek’.  Leuk dat weerzien na al die jaren. Maar ook boeiend om het nu eens in een ander jaargetijde te ontdekken. Wat een verschil.

We steken via het nauwelijks te ontdekken akkerpad de akkergronden over. Restanten van maïsstengels steken doorgemodderd hun kop boven de zwarte akkers uit. Een mistroostige aanblik.

Het bospad volgend slingeren we gestaag hoger en hoger de stuwwal van Hoch Eltern op. Vanwege de kale boomtakken hebben we her en der enig uitzicht over de Rheinvallei. Het is toch weergaloos het spektakel van spel tussen rivier en uiterwaarden te aanschouwen. Vooral de oude rivierarmen en -slenken die we duidelijk kunnen zien. De plaatsen die aangeven waar honderden jaren geleden de Rhein stroomde en zijn heil richting zee zocht. Wat een krachtenspel tussen land en rivier. Maar hier had de stuwwal het voor het zeggen. Zij bepaalde hier met haar steile en welgevormde zuidkant het meest noordelijke stroomgebied van de Rhein. En de Rhein heeft zich hier in zijn lot geschikt. Hij had geen keuze.

We zien voor ons in de verte het zo bekende kerktorentje van Hoch Eltern. Een klein toeristisch dorpje  bovenop de stuwwal. Bekend vanwege zijn fraaie uitzicht over de Rheinvallei, de fraaie wandelpaden en de 57 meter diepe Drususbron, gegraven in de tijd van de Romeinen. Wim bemerkt de verschillende  herkenningspunten, die hij ook aantrof bij het lezen van de eerste hoofdstukken van de historische roman  “De valse dageraad”, geschreven door Jan van Aken. Een prachtig en aangrijpend boek over het leven van de smidszoon Hroswith in de 10e eeuw na Christus, dat in deze contreien begon en eindigde.

Op het bankje voor het kerkje pauzeren we even. Even genieten van alles om ons heen. Weer zoveel gezien en weer zoveel indrukken opgedaan. Een kop koffie erbij completeert dat heerlijke gevoel. Het gevoel los van alle dagelijkse beslommeringen te zijn. Maar ook in deze tijd van het jaar terugblikkend op de afgelopen 12 maanden. Alweer bijna een (wandel) jaar voorbij. Een jaar waarin weer veel gebeurd is. Veel gewonnen, veel ontvangen. Maar ook mensen en zaken kwijt geraakt, zoekgeraakt. Nieuwe contacten opgedaan, maar ook – oude - contacten zoekgeraakt, soms verbroken. Het leven is om “het even”. Vaak heel verfrissend, uitdagend en energiek. Maar het doet ook wel eens – een beetje - zeer.

Met de koffie klotsend in onze magen wandelen we langs het kerkje – de stiftkerk -  richting Drususbron.   

Helaas, het toegangshek is gesloten. Een bordje geeft aan dat de bron alleen in het zomerseizoen  toegankelijk is. Jammer.

We dalen de stuwwal aan de zuidelijke helling weer af. Bij elke stap komt de Rhein dichterbij. Rechts voor ons zien we de plaats Eltern liggen. Voor ons beneden de belangrijke spoorlijn richting Arnhem – Keulen. Het deel waar eens de Betuwelijn aan dient te sluiten. Eens !

We steken de spoorlijn over om direct rechtsaf te slaan. De overwegbomen van de spoorwegovergang zijn  vanwege onderhoudswerkzaamheden uitgeschakeld en worden vervangen door een soort van noodsysteem.  Een tijdelijk geplaatste container biedt onderdak aan twee mannen die kennelijk verantwoordelijk zijn voor deze tijdelijke voorziening en vooral het gebruik daarvan. Gezien de aandacht die zij hebben voor een  bepaald soort en niets verhullend fotoblad, welke zij tezamen met grote passie, rood hoofd en open mond doorbladeren, concluderen wij, dat de eerste uren geen trein deze spoorwegovergang zal passeren. Zelfs onze tegen het raam platgedrukte neuzen leidt hen niet af. En dat terwijl onze vier neusgaten zich op niet meer dan een halve meter van hen bevinden. Mannen …….. altijd gauw afgeleid geweest !

Na een paar honderd meter verderop laten we de spoorlijn rechts liggen en wandelen verder in zuidelijke richting de uitwaarden binnen. Een verhard weggetje voert ons steeds verder. Links bij een woning zien we achter een omheind stuk weiland twee grappige springers afkomstig van het zuidelijk halfrond. Een bruine en een witte – albino – kangoeroe. Even verderop het betonnen bruggetje over het riviertje “De Wild”. Het blijkt tevens de grens te zijn. Het is inmiddels 11.15 uur.

De hemel is inmiddels geheel blauw en de zon schijnt uitbundig. De wereld ziet er dan toch wel anders, feestelijker uit. We lopen via een oud karrenspoor tussen de landerijen en akkers door in zuidoostelijke richting. Links in de verte zien we de stuwwal van Hoch Eltern opdoemen als een puist in het landschap. We staan even stil en proberen ons voor te stellen hoe het landschap er hier tussen de 200.000 tot 150.000 jaar geleden uit moet hebben gezien., De periode van de op één na laatste ijstijd. De periode dat de ijskap ons land grotendeels bedekte. Het ijs moet vele honderden meters dik zijn geweest en puin, zand en stenen voor zich uit hebben geschoven. Nadat de ijskap zich door de opwarming van de aarde langzaam had teruggetrokken liet het deze “puist” als monument, of herkenningspunt, achter. Ook toen al die “opwarming”. In de aardse natuur worden gebeurtenissen herhaald. Met of zonder hulp der mensheid.

We zien het dorpje Spijk voor ons verschijnen. Voordat we het in de gaten hebben is het dorp door ons doorkruist en staan we op die machtige Rijndijk. De dijk die als taak heeft de rivier in bedwang te houden. Voor ons zien we diverse schepen van allerlei grootte de Rijn bevaren. Langzaam varend met zwaar dreunende en stampende motoren stroomopwaarts, richting het Duitse achterland. Of juist heel snel met rustig draaiende motoren stroomafwaarts, het Nederlandse landschap in. Een geweldig uitzicht waar we minutenlang van staan te genieten. Maar dan moeten we toch weer verder. Verder richting Emmerich, waarvan de contouren in de oostelijke verte reeds zichtbaar zijn. De hoge en gemetselde schoorsteen, de knalrode hangbrug over de Rhein, de oude kerktoren.

Het pad over en onderlangs de Rijndijk voert ons verder richting eindpunt van het Noaberpad. De laatste kilometers verdwijnen onder onze wandelschoenen. We passeren een heuse steenfabriek, waar grote bedrijvigheid heerst. Vrachtwagens vol met allerlei kleuren klei rijden het terrein op om op de aangegeven plaatsen hun zware last te lozen. Bergen donkerbruine, lichtbruine, zandkleurige en roodachtige klei markeren punten op het grote bedrijfsterrein. De tussen de bergen klei rondrijdende kipwagens en shovels lijken zo nietig. Lijken kleine speelgoedautootjes. En rond dat alles staan miljoenen bakstenen opgestapeld. In tientallen kleuren en maten. Indrukwekkend hoor.

Verderop wandelen we weer Duitsland binnen. Om precies te zijn; bij de Kleefse Postweg. De naam stamt uit een tijdperk dat een pondje begin vorige eeuw de verbinding onderhield over de Rhein tussen Eltern en Kleve. We kijken onze ogen uit bij een oud wit stenen wachthuisje met rode dakpannen. Ingericht voor de  wandelaar. Het was ons al eerder opgevallen, dat in Duitsland veel aandacht wordt besteedt aan overdekte picknickplaatsen voor de wandelaars. Ook hier weer een goed voorbeeld. Daar kunnen we in Nederland wat van leren.

Het is inmiddels 13.15 uur en we zien dat de blauwe hemel weer geheel is afgedekt door bewolking. Dikke bewolking en dat voorspeld niet veel goeds voor de laatste twee kilometer. Als we de rode hangbrug bij Emmerich naderen begint het te regenen. Eerst een beetje, maar al gauw in grote hoeveelheden. Wim heeft zijn trouwe paraplu bij zich, Hedzer zijn capuchon. Als we onder de brug doorlopen zijn we onder de indruk van de constructie, de grootte en de hoogte. Ze ziet er zo sierlijk uit. Zo fraai van vorm. En toch zo sterk en wilskrachtig. Weer en wind hebben geen vat op haar. Zij staat haar mannetje.

Via de winkelstraten en de Rheinboulevard wandelen we verder. Steeds verder en steeds dichter naar  Bahnhof Emmerich, wat vandaag ons eindpunt is. Het eindpunt van deze etappe, maar ook het eindpunt van het Noaberpad. De stad ziet er vanwege de regensluiers troosteloos uit. Alles grauw en verlaten. Emmerich is een stad die de zon nodig heeft voor haar uitstraling. Het weer nodigt vanwege haar  regenachtige troosteloosheid ook niet uit tot praten. En zo wandelen we stil en gedachteloos de laatste kilometers. Als we plotsklaps voor de Bahnhof staan, merken we het eindpunt bereikt te hebben. “Volgens mij zijn we er” mompelt Hedzer. “We zijn er” bevestigd Wim.

Op de terugweg richting noordoost Friesland evalueren we het Noaberpad. Een fraai wandelpad. Vooral fraai vanwege de onverwachte landschappen die we tegenkwamen, doorkruisten. Want dat verraste ons nog het meest. De onverwachte kennismaking met een prachtig en fascinerend Oost-Groningen, het zo heel andere en verveende Drenthe, het Graafschap Bentheim met zijn glooiende landschappen, de Achterhoek en tenslotte de stuwwallen bij ’s-Heerenberg en Hoch Eltern. Deze ontmoetingen met landschap, natuur en de vele stiltegebieden maakte het Noaberpad zo bijzonder. Niet te vergelijken met de andere LAW-paden. Maar dat moet je als wandelaar ook niet doen.

En wat gaan we nu verder doen? Deze vraag stelden we uit als bespreekpunt voor vandaag. Opnieuw de keuze uit veel mogelijkheden. Heel veel mogelijkheden in ons kleine landje. We waren er snel uit. De keuze is gevallen op het Trekvogelpad. Startend in de duinen van Noord-Holland en finishend in het oostelijke gelegen Enschede. Een nieuwe wandeluitdaging. We hebben er zin in.

Naar: Home


 

fotoshow