Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Noaberpad

11e etappe
Isselburg-s' Heerenberg 28 km
11 November 2004

Het is nog vreselijk vroeg als we in de auto van Hedzer richting Emmerich rijden. Het display van de autoklok geeft 5.05 uur aan. Ach…. alles heeft zo zijn prijs. Ook een dagje Noaberpad wandelen in Duitsland en Nederland. Want dat zijn de plannen voor vandaag. Starten in het Duitse Isselburg en finishen in het Nederlandse ’s-Heerenberg. Een wandelafstand van ongeveer 28 km. Al weer de op één na laatste etappe van het Noaberpad. We beginnen toch wel weer zin te krijgen in een nieuw LAW-pad. Welke? Dat weten we nog niet. Er zijn veel mogelijkheden. We zien het wel.

De plannen waren om via Arnhem richting Emmerich te rijden en vandaar naar ’s-Heerenberg om de  auto te parkeren. Maar als we in Duitsland over de Autobahn A3 rijden ontdekken we dat afrit 3 ‘Emmerich’ is afgesloten vanwege wegwerkzaamheden. In Nederland wordt zoiets ruim van te voren aangegeven. In Duitsland pas bij de afrit zelf. Het noopt ons om door te rijden naar de volgende afrit ‘Rees / Xanten’ ofwel 16 km verder. Het oorspronkelijke plan moeten we daarom wijzigen. We besluiten de auto in Isselburg bij het beginpunt te parkeren. Nadeel is dan wel, dat we vanaf het eindpunt via bus–trein–bus terug moeten reizen naar de auto. En reis van ongeveer 2 uur bij koud weer. Maar we hebben vanwege het beperkte openvervoer in deze grensstreek eigenlijk geen keus.

We parkeren de auto op dezelfde plek bij de supermarkt als de vorige etappe. Het is nog behoorlijk schemerig. Logisch, want de klok wijst 7.20 uur aan. Zo vroeg zijn we nog niet eerder van gestart gegaan. Eerst maar even een mok koffie. Lekker, daar warmen we ook gelijk van op. Zelfs Wim heeft de gebreide wollen muts op zijn hoofd gezet. Dat gebeurt niet vaak.

Als de kerkklok half acht slaat gaan we op pad. Vandaag wandelen we afwisselend in Duitsland en  Nederland. Volgens het boekje een boeiende tocht met als hoogtepunt de ‘Galgenberg’ van bijna 63 meter ‘hoog’. Een heuse stuwwal uit de laatste grote ijstijd. En de plaats waar in 1632 nog zes veroordelen van hun laatste uitzicht konden ‘genieten’.

Het valt ons beiden op, dat mensen verbaasd naar ons omkijken. In de outfit met rugtas en muts lijken we inderdaad terug te keren van een nachtelijke strooptocht. Vriendelijk glimlachen en groeten helpt niet echt. De mede weggebruikers kijken geforceerd voor zich uit. Alsof ze niets gezien en gehoord hebben. We bestaan niet voor ze. Het kan onze pret en enthousiasme niet drukken. Want we hebben er weer reuze zin in. Heerlijk…. wandelen!

We lopen door het ‘centrum’ van Isselburg om te ontdekken, dat het wel een beetje saai plaatsje is. Maar ja, dat zijn onze woonplaatsen ook. Weinig te beleven. En toch woon je daar met plezier. Via de zuidwestkant verlaten we het dorp.

Via zandpaden in een nietszeggend en wat troosteloos gebied komen we uit bij het bruggetje over de ‘Wolfstrang’. De omgeving wordt wat levendiger en groener vanwege naaldbossen. We volgen een aantal kilometers de linker oever van het 4 meter brede stroompje. Het water stroomt langzaam in oostelijk richting om heel veel verder uit te monden in ‘Der Rhein’. Het is inmiddels 8.15 uur en geheel bewolkt. Voorlopig blijft de zon nog onder zeil. ’t Is ook voor haar bijna weekend.

We ontdekken dat het stroompje en het graspad dwars door een golfbaan voert. Links, en rechts aan de overkant, zien we de bekende “holes’ en ‘greens’. 50 Meter verderop heeft een alleenstaande ree ons ook ontdekt, kijkt ons diep in de ogen en besluit toch maar op een drafje te vertrekken richting kreupelhout. Hij vertrouwt het toch niet helemaal. Mogelijk slechte ervaringen met de golfspelers of wandelaars. Of gewoon met het verkeerde been uit het kreupelhout gestapt. Niets dierlijks is ons mensen vreemd. Om ons heen prachtige herfstkleuren. Alles maakt zich op voor de naderende winter. Onze voetstappen produceren als enige geluid in dit stiltegebied. Wel heel mooi. De gras- en zandpaden langs de ‘Wolfstrang’ eindigen bij een oude typisch Duitse boerderij. We moeten over het boerenerf. Voor Wim toch altijd weer een spannend moment. ‘Is er een waakhond en heeft ’t ie ons al gehoord’? zijn vragen die door zijn hoofd spoken. Lastig! Het antwoord is snel te horen en te zien. Een grote zwarte hond heeft ons ontdekt en rent met veel geblaf op ons af. Bij ons gekomen ruikt hij even aan onze broeken om vervolgens z’n neus omhoog te steken en kennelijk verveeld weer weg te lopen. Hij gunt ons geen blik waardig. Hij kijkt niet eens om! Het valt dus gelukkig weer mee. En wij kunnen ontspannen de route verder vervolgen.

Even voor de doorgaande weg richting kastelendorp Anholt zien we bij het passeren van de laatste ‘hole’ en wel heel merkwaardig verkeersbord. We lezen het, kijken elkaar aan, en lezen het nog eens, maar nu hardop: ‘Achtung! Fliegende golfbäll’. We moeten er om lachen. We leven in een dol dwaze wereld. En toch is die waarschuwing oprecht en kennelijk nodig. We waren enkele etappes eerder toch ook al gestuit op een bijzonder verkeersbord met het opschrift: ‘Suïcidale teckel’? Ach, zij moeten waarschijnlijk lachen om onze verkeersborden met de afbeelding van parende padden of overvliegende krekels.

Het is 8.30 uur als we de bebouwde kom van Anholt binnenstappen. Het is wel wat lichter geworden, maar de schemer overheerst hier nog. Anholt, bekend om zijn fraaie waterslot en zijn stadsrechten die het reeds in 1349 verkreeg. Het stadje ontwikkelde zich bij deze toenmalige waterburcht van de Heren van Zuilen. De burcht zelf werd in de 17e eeuw tot het huidige barokslot omgebouwd. De waterburcht maakte  onderdeel uit van een samenhangende gordel van verdedigingswerken tussen Raesveld en Doesburg. Via de oprijlaan wandelen we naar het slot. Het is inderdaad heel fraai en de vele kleine lampjes voor de ramen geven het geheel een soort van ‘Anton Piecksfeer’. Een witte ophaalbrug completeert de entourage. Het slot is niet toegankelijk. Even rondkijken binnen is er dus niet bij.

We wandelen verder over de oude stadswal van Anholt in de richting van de St. Pancratiuskerk. De grote toegangsdeuren zijn vergrendeld. We mogen er niet in. Jammer want het ziet er allemaal indrukwekkend uit. Voordat we het in de gaten hebben laten we de bebouwing van Anholt al weer achter ons. Het is ook maar een klein, zij het historisch, stadje.

Via zandpaden door fraai gekleurde bospercelen en het hier aanwezige coulisselandschap gaan we verder in de richting van het Nederlandse grensplaatsje Gendringen. Het boekje had het al aangekondigd en nu kunnen we het ook zelf duidelijk onderscheiden; de oude stroomdalen en –ruggen en de steilranden en glooiingen in dit gebied van Oude IJssel en Aa. Met een beetje fantasie is voor te stellen dat in een lang verleden het water door dit landschap stroomde. De kronkelende paden, ooit zich aanpassend aan de waterstroom, lijken er nog onveranderd bij te liggen. Dan weer een bocht naar links en dan weer naar rechts. Oude bomen lijken de voormalige grens tussen water en zandpad te markeren. Een tijdperk zonder dammen en dijken. Een tijdperk waarin het water zelf bepaalde waar en waarheen het stroomde. Even verderop wordt, midden in het bos, diverse waren tegen redelijke prijzen aangeboden. Appels vormen de grootste groep. Achter ons horen we alweer een beek stromen. De paden worden erg modderig en kosten moeite genomen te worden. Prachtig hier.

Via het ‘antieke’ landhuis en landgoed ‘Hardenberg’, waar men druk bezig is op bijzonder fraaie wijze e.e.a. te renoveren, staan we voor de brug over de Oude IJssel op ongeveer 100 meter voor de landsgrens met Nederland. Om 10.10 uur passeren we de grens en wandelen we Nederland binnen. Toeval of niet, maar op dat moment krijgt de zon van de wolken enige speelruimte en begint gelijk uitbundig te schijnen. De toch al fraaie herfstkleuren vormen nu een groot schouwspel van kleuren in diverse combinatie’s. Wat een welkom in ons eigen landje.

Na het passeren van de grens en enkele oude grenskantoren en woningen slaan we rechtsaf het stroomgebied in van de Oude IJssel. We mogen er nog wat langer van genieten. Het is een open vlakte en dat wordt ons door de wind duidelijk gemaakt. Maar met het zonnetje erbij is het goed uit te houden. En ook erg mooi. Even verder op zien we een bankje staan met uitzicht op Gendringen. Hier genieten we van een mok koffie met koek. Gevulde speculaas dit keer.

De route voert alleen door het noordelijke deel van Gendringen. Een nieuw en modern gemeentehuis wuift ons uit als we de bebouwde kom verlaten. Graaf- en grondwerkzaamheden leren ons, dat in het recente verleden problemen moeten zijn geweest met de afvoer van – te veel – hemelwater. Onze interpretatie is dat de gemeente druk voor haar inwoners bezig is e.e.a. te verhelpen. En het zijn geen kleine ingrepen!

Via een B-weg in het open en dus winderige landschap gaan we verder in westelijke richting naar het buurtschap Veldhunten. Slechts een paar woningen. Maar het ziet er wel gezellig uit. Naast een afgelegen woning houden tientallen dunne, maar kaarsrechte witte berkenbomen de wacht. Een blauwe hemel als achtergrond geeft je het gevoel naar een schilderij te kijken. Opvallend in deze streek zijn de tv-antennes op de daken van de huizen en boerderijen. Geen kabel hier. Uit principe of gewoon onrendabel? We weten het niet. En we zien geen enkel levend wezen die het ons kan vertellen.

Tussen Veldhunten en Azewijn kruisen we een andere weg. We worden stil als we zien dat op drie van de vier hoeken van dit kruispunt bloemen, kransen en knuffels liggen. Hier moet zich een geweldig drama hebben afgespeeld. Ook als toevallige passant wordt je hiermee geconfronteerd. We staan even stil om  peinzend naar de horizon te staren. Het raakt je wel. Voor ons onbekende mensen, maar wat een onnoemelijk leed en verdriet moet hieruit voortgekomen zijn.

Een paar honderd meter voor de afslag Azewijn ontdekken we aan verschillende eikenbomen hele trossen met rupsen, ingesponnen in zijde. We hebben er geen verstand van maar vermoeden dat het hier gaat om de beruchte processierups. We vragen ons af of ze in winterslaap verkeren of in de zomer ‘behandeld’ zijn. Ondanks enig gepor is geen teken van leven of winterslaap zicht- en merkbaar. We denken dat het veel meer dan een winterslaap is.

Even voor 12.00 uur wandelen we het dorpje Azewijn binnen. Vallend onder de gemeente Bergh en grotendeels een ‘30 km zonegebied’. Een kerk, wat huizen, een restaurant. Meer is het niet. Maar wel ruimte en rust. En dat is veel waard!

We overbruggen een akkergebied tussen Azewijn en ’s-Heerenberg. Links en rechts zien we akkers en  weilanden. De boeren zijn al druk in de weer geweest met het winterklaar maken van de akkergronden. Mooi en kaarsrecht omgeploegde akkers liggen klaar voor verdere behandeling. Het valt ons op dat de grond hier kleiachtig en bruinrood van kleur is. Rivierklei waarschijnlijk.

Rechtsvoor zien we in het landschap opdoemen de ‘Galgenberg’, Ten noorden van ’s-Heerenberg. Bijna 63 meter ‘hoog’. Voor ons Nederlanders is gauw iets hoog! De beboste heuvel lijkt op een uitknijppuist in het landschap. Geheel begroeid en bebost. Veel uitzicht zal daar bovenop niet meer zijn.

Via een landweggetje, die ons langs enkele heel oude boerenhoeven voert, bereiken we de voet van de ‘Galgenberg’.  Voordat we met de ‘beklimming’ beginnen kijken we nog even in het rond en zien veel fraai gelegen villa’s en deftig aangelegde tuinen. Het is inderdaad een mooi gebied om te wonen. Het heeft iets ‘buitenlands’ dit ‘Montferland’.

Na wat kronkelpaadjes, waarbij de drukke N316 overgestoken dient te worden, bereiken we de top van de ‘Galgenberg’ in dit ‘Bergherbos’. Aan de noordkant kunnen we toch genieten van een uitzicht in de richting van Zeddam. Imponerend wat een pak ijs van een paar honderd meter dik duizenden jaren geleden allemaal voor elkaar heeft gekregen. Dit landschap heeft gevormd. Heel knap.

Langzaam laat het bospad ons afdalen in zuidelijke richting naar ’s-Heerenberg. Een leuk toeristisch plaatsje in Montferland. Oude stadswallen, huizen en een soort van burcht geven dit stadje veel sfeer en aanzien. En wie kent niet de prachtige tentoonstelling ‘Gouden Handen’. Om 13.45 uur wandelen we dit prachtige plaatsje binnen. Ons eindpunt van vandaag na een kleine 28 km wandelen.

Tijd voor een bezoek aan een restaurant of koffiehuis is er niet bij. We hebben wat te lang rondgekeken bij de stadswallen, nauwe steegjes en oude huizen. Een bus of treint later geeft problemen. We moeten vanaf de bushalte bij ‘Gouden Handen’ met de Duitse vervoerder NIAG ( www.niag-online.de ) om 14.05 richting Emmerich en vandaar met de trein naar Rees/Millingen. Naast het station in Millingen kunnen we dan op de bus stappen richting Bocholt die ons naar Isselburg zal brengen. Deze hele reis blijkt met één combikaartje van € 3,40 mogelijk te zijn. Geen gekke prijs voor een reis van bijna 2 uren.

We moeten in Emmerich een klein uur wachten op de ‘Regionalzug’ richting Millingen/Rees. Als we in en voor het station wat rondkijken valt ons op, dat bijna alle mensen somber kijken. Nergens een glimlachend gezicht. De gebouwen in de omgeving doen hier aan mee. Grauw, troosteloos en weinig kleur. Aan de overkant een zo op het oog mistroostig café annex winkeltje. We hebben behoefte aan een sanitaire stop en zin in koffie, dus besluiten we het er toch maar op te wagen. Als we binnen stappen zien we de eerste glimlach in Emmerich. Een kleine, maar vriendelijke vrouw van rond de 30 jaar heet ons welkom. In het café hangt een wat bedompt sfeertje. Slecht geklede mannen van middelbare leeftijd zitten rond een soort van stamtafel. Roken en bier lijkt hun tijdverdrijf te zijn. Tenminste; vandaag. Er zit ook een vrouw tussen dit mannengezelschap. Maar ook een vrouw kan hier niet voor sfeer zorgen. Er worden zo nu en dan wat woorden onderling gewisseld, maar ook hier somber kijkende mensen. Na een slok bier uit het flesje of glas lijken de meesten in het niets te staren. De meesten hebben een filtersigaret tussen twee vingers.  De rook leunt zwaar op de aanwezigen. Dus ook op ons als niet rokers.

Na de glimlach ontdekken we een tweede lichtpuntje; de koffie is geweldig en smaakt ons goed. Maar we besluiten geen tweede bakje te nemen om te voorkomen dat de alom aanwezig somberheid ook bezit van ons gaat nemen. Daar was het toch een te mooie wandeldag voor.

Als we om 16.00 uur vanuit Isselburg terugrijden naar Friesland is Duitsland toch wel het onderwerp van gesprek. We zijn geschrokken van de grauwheid en somberheid in Emmerich. Het in onze beeldvorming grootse en welvarende Duitsland is niet meer. In ieder geval niet in Emmerich.

 Naar volgende etappe:
   ’s-Heerenberg – Emmerich

 

fotoshow