Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Noaberpad

10e etappe
Oeding-Isselburg 36 km
9 Oktober 2004

Na een goede nachtrust in het kleine maar uitstekende ‘Hotel Kraseman’ in Werth genieten we om 8.00 uur van het uitgebreide, typisch Duitse ontbijt in ‘einen mediterranen Wintergarten’. Het hotel is een goede keus geweest. Het ligt aardig centraal in het gebied van onze wandeltweedaagse, ruime 1-persoonskamers met alles erop en eraan en een goede prijs-kwaliteitverhouding. We hebben besloten om  ook van dit hotel gebruik te maken wanneer we de laatste 2 etappes richting Emmerich gaan wandelen.

De zon prikt al behoorlijk door de mistvelden heen en we zien dat het omspansel der aarde staalblauw is. ‘ARD-Nachrichten’ had het gisteravond al aangekondigd; “Bijzonder fraai nazomer weer bij een  middagtemperatuur van ongeveer 20 graden”. Kortom, een prachtig wandeldag om deze tweedaagse af te sluiten. We bedanken de vriendelijk hoteleigenaar en zijn leuke dochter voor de verleende gastvrijheid en na het gezamenlijk uitroepen van ‘Auf wiedersehen’ trekken we de toegangsdeur van het hotel achter ons dicht. De wijzers van de kerkklok geven aan dat het alweer 8.45 uur is. De hoogste tijd om op pad te gaan. We rijden ieder in zijn eigen auto naar het eindpunt van vandaag; Isselburg. Daar laten we de auto van Wim op een parkeerplaats achter. Met de auto van Hedzer rijden we vervolgens via Werth en Bocholt naar de startplaats van vandaag; Oeding. Een 36 wandelkilometers staan vandaag op ons te wachten. Onderweg rondkijkend naar het glooiende landschap beloofd het ook vandaag weer mooi te worden.

In Oeding parkeren we de auto op hetzelfde parkeerterrein als gisteren. Het is lijkt nog wel fris buiten, want het display in de auto geeft 8 graden als buitentemperatuur aan. De ervaring leert dat we na een half uur wandelen ‘op temperatuur’ zijn. Maar de zon schijnt uitbundig en er staat zelfs ook geen zuchtje wind. Dan merk je weinig van een dergelijk lage temperatuur. Net wintersport.

Nadat we de rugtassen op de daarvoor bestemde plaats hebben gehangen gaan we op pad. Het is inmiddels  9.20 uur en we moeten een paar honderd meter lopen om de wandelroute weer op te pikken. In het ‘centrum’ van Oeding treffen we de eerste markering van vandaag. We steken over en wandelen de smalle weg ‘Esels-Pättken’ in. En zo wandelen we ‘Alt-Oeding’ binnen. De oude huizen en boerderijen hadden al aangegeven dat we ons in een oud gedeelte van Oeding bevinden. Rode steen, kleine ramen en grote panden geven het een typisch Duitse uitstraling. En toch ook heeft het iets sombers. We missen de kleur van de Hollandse huizen en tuinen. Wel proeven we degelijkheid. Maar dat hoeft niet altijd mooi te zijn.

Via slingerende landweggetjes en over een erf tussen twee boerderijen door belanden we bij de ‘Grensweg’. Over een afstand van enkele honderden meters wandelen we letterlijk over de grens om vervolgens bij grenspaal ‘774a’ Nederland weer binnen te wandelen. Een tegen deze grens aangelegen Hollandse boerderij heeft hiervoor speciaal een poortje op de grens gebouwd. En via dit poortje ……..

We volgen een lang zandpad en zien om ons heen afwisselend bospercelen, landerijen, boerderijen met fel rode daken en diverse meren en meertjes, onderdeel van de plaatselijk bekende ‘Italiaanse meren’. Deze oude leemkuilen zijn in het verleden vol water gelopen. De blauwgroene, halfdoorzichtige tint van het water deed een bioloog denken aan de meren in Italië en ja, van het één komt het ander. Na een kilometer of twee moeten we voor de spoorbaan rechtsaf en daarna linksaf de klinkerweg op. We kunnen de twee oude spoorwegovergangen nog wel onderscheiden, maar er liggen geen rails meer. De natuur heeft teruggewonnen wat ooit verloren is gegaan. Het resultaat is verbluffend. Op de ‘loze’ overgang van de vroegere ‘Borkener Bahn’ zien we links nog wel rails liggen wijzend in de richting van Bocholt. In ‘ergens’ beginnen en in ‘nergens’ eindigend. Op een aangrenzend weiland toert een grote tractor, aan voor- en achterzijde voorzien van cyclomaaiers, in sneltreinvaart over het gras. Als we drie keer met de oogleden hebben geknipperd is de jongeman en zijn  - waarschijnlijk -  kleinere broertje klaar. Het vlakke land heeft ook zo zijn voordelen. En wat ruikt dat gemaaide gras heerlijk!

We genieten van het geweldige contrast tussen de langzaam stervende natuur en het strakblauwe omspansel. De zon als bron van licht, warmte en nieuw leven, tegenover een natuur die zich opmaakt voor de komende winter en laat sterven wat niet echt nodig is. Sterven in een zee van licht en warmte. De bladeren blozen ervan en nemen met veel kleurenpracht en -praal afscheid. Maar naast de vallende bladeren ook vallende vruchten zoals beukennootjes en kastanjers, waaronder tamme. Beiden ontmoeten elkaar weer in moeder aarde. Waarbij het afgestorven blad voedingsstoffen levert én bescherming biedt aan het ontkiemende zaad uit de gevallen vruchten. Geen blad sterft voor niets. Geen boom of plant komt toevallig op.

Via allerlei paden en richtingen komen we opnieuw uit bij een grensovergang. Deze ligt midden in het bos. Op de Duitse bodem zien we enkele meters verderop een fraai picknickonderkomen. Gedurende de  wandeltochten was ons al eerder opgevallen dat in Duitsland aanzienlijk meer banken en picknickplaatsen, al of niet overdekt, aanwezig zijn langs wandelpaden. En altijd een prullenbak erbij. En dat scheelt. We besluiten hier koffie te drinken en de inwendige mens te versterken. We hebben er een kilometer of 9 opzitten en het display van de GSM geeft aan; 11.20 uur. De fel schijnende zon heeft er voor gezorgd dat de temperatuur inmiddels rond de 18 ligt. We trekken onze jassen uit. Lekker in de blouse of T-shirt verder. Hedzer suggereert, dat een korte broek vandaag ook wel gekund had.

Bij ‘Eitinghook’ lopen we een stukje verkeerd. Wim constateert, dat de wandelomgeving niet meer overeenkomt met het stafkaartje in de gids. We zijn een 300 meter te ver doorgelopen. We wandelen een stukje over ‘Kotts Segge’ terug om vervolgens alsnog de verharde weg in te lopen. Het weggetje is behoorlijk stijgend. Maar voor Hollanders is elke grote of kleine stijging al bijzonder. We stellen ons dan ook een beetje aan en moeten daar achteraf om lachen. Overdreven vegen we het zweet van onze  voorhoofden. ‘Boven’ gekomen moeten we ‘scherp’ linksaf slaan een bospad in. Het valt Wim op dat het bospad een talud is. We zien verderop, dat een oud en gemetseld bouwwerk het bospad ondersteunt bij ‘haar gang’ over een brede en snelstromende beek. Als Wim het gidsje raadpleegt is zijn conclusie; een oude spoordijk. Daar wandelen we overheen in de richting van het Duitse plaatsje Barlo. We zien bij de overgang van bos naar akkers en maïsvelden, een ree langzaam maar statig voor ons uit lopen. We wandelen slechts 50 meter achter het dier aan. Ze heeft ons nog niet ontdekt. Voorbij het fraaie landgoed ‘Wehninck’ wandelen we Barlo binnen. Hoewel het zaterdag is, is het er erg rustig. De volgens het gidsje fraaie kerktoren staat in de steigers en is daardoor onttrokken aan het oog. Het is 13.10 uur.

Als we na Barlo met een omtrekkende beweging langs de gracht van het eveneens fraaie landhuis ‘Diepenbrock’ wandelen, worden we bijzonder enthousiast begroet door een heftig iaaaaaa…. roepende ezel. Het is duidelijk te zien; de ezel is een hij. En hij is alleen. Dat verklaart zijn enthousiasme. Alleen is maar alleen. Als het niet anders kan is het gezelschap van mensen ook best leuk. Hij zoekt duidelijk contact met ons en blijft ons zo veel en ver mogelijk volgen. Slechts een dun ijzerdraadje scheidt ons. Bij het laatste paaltje kan hij niet verder. Wij wel. Hij kijkt ons met een wat treurige blik na. Weer alleen!

Via een smal bospad wandelen we langs velden met afstervende varens in dichtbegroeide bossen. Het kost ‘ons’ zonnetje moeite zijn schijnsel de aarde te laten raken. Het voelt hier in de vochtige schaduw ook  koeler aan. Rechts zien we de nog fraaiere achterkant van landhuis ‘Diepenbrock’ . Een ronde kasteeltoren markeert een hoek van het landhuis. De zachte gele kleur van het ‘Haus’ zorgt voor een opvallende verschijning hier in de omgeving. Grote dennenbomen zorgen voor contrast tussen bos, lucht en water.

Via een lang fietspad, wat jaren geleden ook een spoorbaan was, en de ‘Wiener Allee’ in het Stadsbos, wandelen we Bocholt binnen. Een aardige, grote en vrij drukke regioplaats in dit grensgebied. Eerst op zoek naar een winkel. We hebben dorst en lekkere trek. In Bocholt ontdekken we een heuse Aldi en stappen gauw naar binnen. Net op tijd, want de winkels in dit deel van Duitsland sluiten zaterdags al om 15.00 uur. We hebben nog 10 minuten. Met cola, lemon, meergranenbrood, plakken oude kaas en chocolade staan we met glunderende gezichten bij de kassa. We moeten even geduld hebben, want voor ons probeert een vrouw haar boodschappen voor het komende jaar op de lopende band te zetten. Buiten op de parkeerplaats geven we ons over aan al dit lekkers. Daar waren we wel even aan toe.

Via de winkelpromenade wandelen we verder door Bocholt. Bij de stadsbrug ‘Bocholter Aa’ verschijnt voor ons het nieuwe stadhuis, gebouwd in 1977. Het is één van de twee stadhuizen van Bocholt. Het andere stadhuis is aan de Markt gelegen en in Nederlandse Renaissancestijl opgetrokken. Gebouwd in de 17e eeuw! Een fraai pand waarvan de voorzijde bijna geheel symmetrisch is. Alleen een erker verstoort deze symmetrie. Na het oversteken van de stadsbrug, die voorlangs het nieuwe stadhuis is gelegen, worden we aangesproken door een man van rond de 30 jaar. In werkelijk vloeiend engels stelt hij ons de vraag: “Can I help you”. Wim, internationaal toch ook niet op zijn mondje gevallen, antwoordt in vloeiend engels: “No!” Het gaat hem kennelijk goed af, want de manspersoon begrijpt en verstaat hem. Zo zie je maar, voor dat je het weet heb je ook in Duitsland een heel indringend gesprek op internationaal niveau. Maar het blijkt een heel aardige man te zijn die slechts één doel heeft, rondkijkende mensen, toeristen, helpen. Als de man ontdekt dat we rasechte Nederlanders zijn, het woord Fryslân had niet het beoogde effect, praat hij met een vloeiend Nederlands accent verder. Heel knap. Een van zijn groepje deel uitmakende vrouw, man en jongen kijken hem verrassend aan. Dat hadden ze kennelijk toch niet achter hem gezocht. Hij legt ons  uit dat het nieuwe stadhuis van Bocholt een ‘Mississippi Dampfer” moet voorstellen. Als hij vervolgens de expressie op onze gezichten ziet verontschuldigt hij zich. Hij probeert dit ook nog steeds te ontdekken.

Na een verdere, kleine conversatie moeten Wim en Hedzer weer verder. Nagezwaaid en gegroet door het groepje. Leuk om volstrekt vreemde mensen te ontmoeten en te spreken om ze vervolgens nooit meer te zien. Maar dat hoort bij wandelen. Even het middelpunt zijn en dan weer voorbij.

Lopend langs de ‘Bocholter Aa’ zien we aan de overkant het waterzuiveringscomplex. We moeten daar via de brug de Aa oversteken en aan de andere zijde verder wandelen. We volgen vele kilometers de oever van de Aa. Het is een prachtig pad, maar na 7 kilometer hebben we het wel gezien. Ook het landschap is verandert. Gewoon een soort van poldergebied. Niets spannends aan. Dan loop je al gauw op de automatische piloot verder, verzonken in diepe gedachten over zoveel dagelijkse en soms onbegrijpelijke dingen. We schrikken even uit de gedachtestroom op wanneer we een gierend motorgeluid in de lucht boven ons horen. Het blijken modelvliegtuigjes te zijn. Twee? Nee, het zijn er wel een stuk of vijf. Rechts door de beukenhaag glurend zien we het bijbehorende ‘vliegveld’. Tientallen mensen staan te kijken naar deze leuke maar wel wat lawaaierige hobby van anderen.

We zijn blij bij ‘Klein Demming’ de ‘Demmingbrücke’ over te kunnen steken om vervolgens afstand te kunnen nemen van de Bocholter Aa. We zien dat de zon langzaam maar gestaag de horizon  begint op te zoeken. Het is inmiddels 17.40 uur. Waar blijft de tijd en de dag. Het vliegt voorbij. Via het bos ‘Mensenburg’ en het glooiende akker- en weilandengebied ‘Herzebocholt’ naderen we Isselburg. Ons eindpunt van vandaag. Wim heeft nog nergens last van terwijl Hedzer zijn voeten begint te voelen. Na lange tijd niet gewandeld te hebben is 36 kilometer ook misschien wel wat te veel. Onze partners hadden ons gewaarschuwd. Maar ja, mannen, weten het altijd beter. Ook wij. En daarna een beetje zielig doen……

Een heel fraai zandpad door een groot maïsveld voert ons over de laatste kilometers. Voor ons een  laagstaande zon, die het maïsveld in goud lijkt te hebben verandert. En fotogeniek. Heel mooi. De wereld om ons heen is stil, heel stil en de zon toont nog even zijn kracht en pracht. In het tegenlicht de donkere  contouren van de kerk van Isselburg. Uitnodigend. Net of ze wil zeggen: “Kom op, nog 400 meter. Nog even volhouden”.

Een paar minuten later wandelen we Isselburg binnen. Uitgestorven. Maar het is etenstijd, zegt Hedzer. Bij de auto van Wim worden we aangesproken door twee meisjes van rond de 13 en 15 jaar en een  jongentje. Er volgt een klein en informatief gesprekje, waarbij het oudste meisje op heldere wijze  uiteenzet, dat de auto van haar vader groter en mooier is, veel harder gaat, veel meer kostte, er meer mensen en spullen in kunnen en dat nog veel meer dingen groter en mooier zijn bij hun. Ze moet de waarheid spreken, want haar zusje en broertje knikkend steeds bevestigend bij elk woord wat haar mond verlaat. We laten blijken ons gewonnen te geven, want het meisje met zusje en broertje beginnen voldaan en groots te grijnzen, draaien zich een kwart slag om en verdwijnen parmantig in de richting van een soort van achterbuurtje. Het is niet goed verdeeld in deze wereld constateert Hedzer. Wim knikt bevestigend.

Na een omkleedpartij naast de auto, die nogal wat belangstelling trekt, rijden we rond 18.30 uur weg. De wandeltweedaagse zit erop. En het was bijzonder fraai. Fantastisch wandelweer, prachtige omgeving. Weer een hoop gezien en meegemaakt. We moeten gaan nadenken over het volgende LAW-pad. We hebben nog een paar weken. Altijd weer een spannend moment.

Naar volgende etappe: Isselburg-s' Heerenberg

 

fotoshow