Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Jabikspaad

4e etappe
Zwarte Haan - Leeuwarden (NS) 28 km
Zaterdag 19 november 2011

We starten vandaag met de oostroute van het Jabikspaad, die ons van startpunt Zwarte Haan via Leeuwarden naar Jirnsum zal brengen. De oostvariant dus. Wim’s vrouw Dineke is zo aardig om ons door de dichte mist naar de plaats “daar-waar-de-aarde-op-houdt!” bij Zwarte Haan te brengen. Vervolgens wandelen we naar het 28 kilometer verderop gelegen NS-station Leeuwarden om met de Arriva-trein terug te rijden naar Feanwâlden. Een hele onderneming dus deze dag. Het geeft ons wel een beetje een schoolreisjesgevoel. Spannend en avontuurlijk. Jeetje, we lijken we een stel kleine kinderen!

Over gladde met kleidelen besmeurde weggetjes in dichte mist lukt het ons om Zwarte Haan te bereiken. Onderweg was het zicht soms niet meer dan 50 tot 100 meter. Dat maakt de wereld voor je gevoel heel klein, terwijl de Bildtse kleihoek juist een enorme uitgestrektheid kent. Wonderlijk allemaal. Het geeft het geheel iets mystieks, iets dreigends. Maar dat past wel bij ons schoolreisjesgevoel.

Om 8.45 uur worden we ‘gedropt’ op de parkeerplaats van het als uitstekend bekend staande restaurant
“Zwarte Haan”. Wat voor naam zou je overigens het etablissement anders moeten geven. Echt verder kunnen we niet met de auto. Het gevoel aan de rand van de wereld te zitten is hier overduidelijk aanwezig. Maar ook herkenning; immers op 5 maart jl. startten we hier met de westvariant  - via Franeker -  van het Jabikspaad. Onder bijna dezelfde omstandigheden.

Terwijl de auto al snel in de mist verdwijnt, drukt Hedzer het hekwerk open en wandelen we het geasfalteerde dijklichaam op. Doodstil en krap 100 meter zicht. Zo ziet de wereld er uit. We slaan rechtsaf om het eerste deel van deze dag te beginnen met de 6,6 lange tocht over het asfalt onderaan de Waddenzeedijk. Heel af en toe zien we in de mist het silhouet van een eenzaam staand vakantiehuisje. Vanwege de mist is er weinig kleur in deze mystieke wereld en oogt alles één of andere grijstintgradatie. Verderop ontdekt Hedzer met zijn scherpe ogen een 5-tal reeën op de aangrenzende en winterklaar gemaakte uitgestrekte kleiakker. De dieren zien of horen ons ook maar voelen zich veilig in de mistdeken. Maar langzaam stappen ze verder om uiteindelijk opgenomen te worden in de grijze horizon.
Een eenzame en enigszins verkleumde senior wielrenner rijdt ons verbaasd voorbij. Zijn mond valt zichtbaar open. Een groet kan er niet af. Wij doen dat wel.

Na 6,6 km  - even voorbij kilometerplaquette 26,1 -  treffen we in de mist het betonpad ‘Het Búttendyksweggy’. Typisch Bildts, een mengelmoes van het Frysk en het Limburgs, ontstaan de afgelopen eeuwen. Onderaan de aanwezige dijkovergang staat een keurige bank die ons uitnodigt een korte koffie-  en eetpauze te houden. We maken er gebruik van. Na een minuut of tien pakken we het boeltje weer in en wandelen het ‘weggy’ op in de richting van Nieuwe Bildtzijl en Oude Bildtzijl.

Na wat geploeter over de wat gladde door vocht en klei besmeurde betonweg wandelen we om 10.35 uur Nieuwe Bildtzijl binnen. Een klein buurtschap in een landschap wat nog niet eens zo lang geleden werd veroverd op de Waddenzee. Slechts een paar  - hoofdzakelijk -  kleine dijkhuisjes zijn aanwezig en voordat je het in de gaten hebt ben je na twee ademtochten het buurtschap al weer uit. Verder richting Oude Bildtzijl, een wat meer bekend dorpje met ongeveer 800 inwoners, bestaande uit forenzen, Randstedelingen en Duitse toeristen.

Om 10.50 uur stappen we het dorp binnen. Gelijk een andere dorpskern met veel meer huizen, een heuse dorpsherberg annex café, een oud kerkje en prachtige  kleurrijke huisjes. De mist begint plots op te trekken en tot onze verrassing en verbazing staan we ineens in de warmtestralen van een volle winterzon. De grijstinten verdwijnen en de zon tovert een kleurrijke wereld tevoorschijn. Ook wat meer levendigheid in dit dorp. Een aantal dames sjouwen houten bankjes van de ene kant van de straat naar de andere kant, zijnde de feestzaal van de herberg. Het ziet er allemaal spannend uit. We volgen de verlaagde parallelweg  - de Monnike Bildtdyk -  gelegen naast de doorgaande weg waar verderop huizen staan met huisnummers tot diep in de 2000-getallen.  Als we de bebouwde kom achter ons laten moeten we verder over de ‘hoofd- en oostelijke’ toegangsweg, rijkelijk besmeurd met mistvocht en kleideeltjes. De naast de weg en voor de huisjes geparkeerde auto’s zien er aan de wegkant dan ook bijzonder kleiig  - smerig -  uit. Allemaal ontstaan door opspattend wegvocht. Je auto hier wassen heeft inderdaad geen enkele zin. Zonde van de tijd.

Via enkele en besmeurde ruilverkavelingwegen gaan we verder richting Finkum. Wegnamen verwijzen naar een verleden waarin de eerste dijken door mensenhanden en mensenwerk werden gecreëerd vanaf begin 16e eeuw. Door de lange rechte wegen voelen vooral jeugdige autorijders zich geïnspireerd om het gaspedaal flink te beroeren. Het gevolg is, dat enorme wolken geelachtige waterdamp met kleideeltjes als een soort van hekgolf achter de auto’s ontstaan. Door wat nonchalant de weg te bewandelen en daarbij meer ruimte te nemen dan eigenlijk nodig is dwingen we deze automobilisten flink af te remmen en ons met een slakkengangetje te passeren. Onze jassen en broeken behouden daardoor enigszins hun originele kleur. In de bermen zien we diverse molshopen en opkomend groen zoals brandnetels en fluitenkruid, helemaal in de war gebracht de droge en zachte weken.  De akkers om ons heen zijn nagenoeg allemaal haarscherp, strak en rechtlijnig omgeploegd en winterklaar gemaakt. Rechtlijnigheid past überhaupt in dit deel van Friesland door al zijn kaarsrechte dijken, wegen en scherpe bijna haakse bochten. Eigenlijk is hier bijna alles recht.

Via de Mariëngaarderweg en de Hege Hearwei wandelen we over de brug van de door de Elfstedentocht  beroemd geworden Finkumervaart het dorp Finkum  - in het Frysk Feinsum -  binnen. We blijven wel aan de noordelijke rand van het dorp, volgen een fiets- en voetpad en komen na wat bochten uit aan de rand van de grote regioplaats Stiens. De klok geeft inmiddels alweer 12.20 uur aan. We hebben er zo’n 16 km opzitten en nog 12 km voor de boeg voordat we op de trein kunnen stappen. We zijn het er beiden over eens; een tot nu toe prachtige wandeltocht door de Friese Bildthoek. Het weer is helemaal prima, veel zon, geen wind en een aangename wandeltemperatuur van rond de 6 graden. Heerlijk.

Van verre horen we het geschal en gegalm van sinterklaasmelodiën. Is Sinterklaas vorige week in Nederland, Feanwâlden en Kollumerzwaag ingehaald, vandaag staat kennelijk de intocht in Stiens op het programma. We treffen het dus. In het centrum gekomen  - via nog steeds de Hege Hearwei, dat moet dus een oud pad zijn -  moeten we een halve omgang maken over het grindpad, omzoomd door een bomenhaag, van de werkelijk prachtige en eeuwenoude Hervormde kerk met zijn naar voren hellende toren. Maar dat soort torens zijn er wel meer in Friesland. We wandelen door de gezellige, drukke en zonnige winkelstraat en zien her en der de naar Sinterklaas smachtende kinderen staan te wachten op deze goedheiligman. De tijd van de ‘grote leugen’ is weer aangebroken. Maar wel een heel gezellige leugen. Ach, hebben we daar niet allemaal aan meegedaan?

We belanden in een vrij nieuwe buitenwijk van Stiens met veel groen, gras en water. Aan het water staat een prieel met twee banken daaronder. Een prachtige plek voor een koffie- en eetpauze. De wat aantrekkende wind maakt het voor het gevoel ineens een stuk frisser. De verdwenen mist maakt plaats voor vrij heldere vergezichten. Friesland op zijn best.

We volgen het schelpenpad langs het water, steken via een brug de Stienservaart over  - we volgen een paar honderd meter de gewijzigde route. Zie hiervoor de website van het Jabikspaad -  en laten zo Stiens achter ons. Linksvoor zien we het fraaie terpdorpje Britsum met zijn fier boven alles uitstekende witte kerkje. Het heeft wel iets van Neerlands ‘bergdorp’ Vijlen. Op de doorgaande weg slaan we linksaf en wandelen na een paar honderd meter Britsum binnen. Ook hier rust en ruimte. Voor iedereen. Het is inmiddels 13.25 uur.

Via een prachtige wandelroute door Cornjum, met als hoogtepunt de Martenastate en haar prachtige oude tuin, langs de al even statige Dekema State bij het schilderachtige Jelsum, en langs het fraaie Leeuwarder Bos, wandelen we om 14.45 uur de noordelijke buitenwijk van Leeuwarden, Bilgaard, binnen.

Langs en over diverse waterpartijen met veel groen daaromheen, de vanwege zijn centrale ligging fameuze “Kinderboerderij Leeuwarden”, de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL), de Internationaal georiënteerde Hogeschool ‘Stenden’ en door het oude Rengerspark beroemd vanwege zijn vele oude en  omvangrijke bomen, staan we uiteindelijk aan de rand van de oude stadsgracht en de bijbehorende Prinsentuin. Aan de overkant staat Grand Café De Koperen Tuin, een werkelijk prachtig pand op een schitterende locatie. We slaan linksaf, volgen de stadsgracht en gaan verderop rechtsaf de Noorderbrug over waardoor we in het oude grachtencentrum van Leeuwarden terecht komen. Ook hier her en der zeer oude en omvangrijke platanen. Via het oude centrum met zijn vele oude straatjes en oude panden; langs het standbeeld van Us Heit  - Prins Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg -  en de bekendste en grootste winkelstraat van Leeuwarden de Nieuwestad met zijn prachtige gracht, wandelen we verder richting NS-station. Nog even wat nauwe steegjes, grachtenstraatjes en grachtenbruggetjes langs o.a. het beroemde “Pannenkoekschip” en we staan voor het NS-station. We hebben krap vier minuten om kaartjes te kopen en het perron met bijbehorende trein te vinden. Het lukt ons allemaal en dat scheelt een half uurtje wachten. Zeer voldaan en nagenietend rijden we met de Arriva-trein Leeuwarden uit in de richting van  Feanwâlden. Het was een werkelijk prachtige etappe en schitterende wandeldag.

5e etappe Leeuwarden - Irnsum

 

 fotoshow