Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Jabikspaad

1e etappe
Zwarte Haan - Franeker 24 km
Zaterdag 5 maart 2011

Het is even na 8.00 uur als we uitstappen op de parkeerplaats bij het beeld van ‘De Slikwerker’ op de Waddendijk bij het ‘buurtschap-aan-zee’ Zwarte Haan. Vanwege de afwezigheid van een openbaar vervoer  hebben we vanmorgen eerst de auto van Wim geparkeerd op de  parkeerplaats bij station Franeker om vervolgens met de auto van Hedzer naar ons startpunt bij Zwarte Haan te rijden.

We werpen een blik op het moderne hekwerk voor het beeld, wandelen door het openslaande hekje en beklimmen via een betonnen trap de Waddendijk. De zee trekt de mens toch altijd en is hij in de buurt, dan wil men daar graag een blik op werpen. En zo ook wij. En het is zeer de moeite waard. Een teruggetrokken zee vanwege het getij; uitnodigende schorren en slikken die veel te bieden hebben voor de vele soorten en maten vogels. Het is een drukte van belang door de vele foeragerende vogels. Het vele gekwetter completeert het geheel. Vanwege het mistroostige weer zijn de Waddeneilanden Ameland en Terschelling niet waarneembaar. De zee lijkt zich daardoor tot in het oneindige uit te strekken. Machtig mooi. Boven ons vliegen ganzen in de richting van hun ontbijtbuffet. Keuze genoeg zo lijkt het.

Om 8.15 uur starten we met de eerste etappe van ‘ons’ nieuwe wandelpad het ‘Jabikspaad’. Hoewel het officiële startpunt in St.-Jacobiparochie ligt hebben wij besloten bij het noordelijkste puntje van het Jabikspaad  - Zwarte Haan -  te beginnen. Ach, we zijn altijd al een beetje anders dan de anderen.
Het traject van het Jabikspaad kent tussen Zwarte Haan en Jirnsum twee routes; de westelijke route via Franeker  - waarmee wij vandaag beginnen -  en de oostelijke route via Leeuwarden.

Over de kruin van de Waddendijk gaan we in zuidwestelijke richting. Een machtig uitzicht naar rechts  - de Waddenzee -  en een landelijk uitzicht naar links. En voor ons het logge lichaam van de dijk die ver voor ons uit gaat en daarbij steeds kleiner lijkt te worden. Verdraaid moeilijk om op zo’n imposant dijklichaam afstanden te schatten. En als mens ben je nietig. Zeker als je het niveauverschil aanschouwt tussen de zee en het achterland met zijn boerderijen en dijkhuizen.

Na een kilometer sjouwen over de hobbelige dijkkruin besluiten we achter de dijk, over het asfalt, verder te gaan. Door het vochtige weer is het gras nat en op zijn beurt doordrenkt deze onze wandelschoenen. Na een kilometer asfalt slaan we bij de werkschuur van Rijkswaterstaat linksaf de Boonweg in. Onze markering gedurende het Jabikspaad is een gele schelp op een blauwe achtergrond. Links op een verkeersbord ontmoeten we een witrode markering, die van het Friese Kustpad. Alweer 10 jaar geleden, dat we dit prachtige pad in tegengestelde richting liepen.

De Boonweg is een typische kleiweg, lang, smal en vooral recht. Links passeren we een schattig huisje en de bewoner lijkt ‘lelijke Eenden’ en ‘Diana’s’ te adoreren. We zien een gele bestel en twee blauwe. De wereld boven ons lijkt op te klaren en geeft ons de hoop, dat spoedig de zon het gevecht om de toegang tot deze kleien wereld zal gaan winnen. Dat zou prettig zijn, want zonder zon kent deze wonderlijke wereld in het noorden alleen grijswaarden. Het geeft het geheel wel een heel mysterieus tintje. En dat heeft ook wel iets.

Voor ons doemt de beroemde ‘Oude Bildtdijk” op. Een kilometers lange rechte weg waarvan de huisnummering tot ver boven de ‘1000’ doorloopt. Rechts scharrelt een oude baas wat rond zijn oude rode  huisje. Typisch zo’n man die het liefst de hele dag buiten is en leeft. En in deze enorme weidsheid kunnen we ons daar wel iets bij voorstellen. Kijken zover als je ogen het kunnen verwerken.

Na een paar honderd meter ‘Oude Bildtdijk’ verlaten we deze weer door links af te slaan het bruggetje over. We volgen verder een verhard fietspad in de richting van St.-Jacobiparochie. Een prachtig pad langs akkers, weilanden en boomgaarden. Uiteindelijk wandelen we over de oude spoordijk “’t Spoorrondsy’ om 9.30 uur St.-Jacobiparochie binnen. De prachtige gerenoveerde en geelkleurige Grote Kerk in het centrum van dit bekende plaatsje wacht ons al op. Een paar minuten later staan we er voor. Een werkelijk schitterend oud kerkgebouw bij de plek waar eigenlijk de echte startplaats is van het Jabikspaad. Voor de kerk een opgeknapt plein met een monument en aan de overkant enkele duidelijke informatieborden. Slim, want de toerist en toeschouwer worden hier geprikkeld en gevoed met de aanwezige informatie. En dat lokt uit tot meer; o.a. het wandelen van het Jabikspaad. Het omspansel boven ons is toch weer dreigend samengetrokken. Er valt wat motregen. We besluiten op één van de banken voor de Grote Kerk koffie te drinken en wat te eten. En ondertussen rondkijkend en opzien tegen die machtige kerk.

We volgen de oude doorgaande weg, de Westerweg, en verlaten St.-Jacobiparochie. Links en rechts kleine vrijstaande huisjes, waarvan sommige kleurrijk zijn. Een dwarsweg geeft met zijn naam aan, dat hier inderdaad ooit een spoorlijn heeft gelegen: Stationsweg. De spoorlijn is allang verdwenen. De oude spoordijk en een enkele naam nog niet. Als we de bebouwde kom achter ons hebben gelaten doemt die grijze mystieke wereld weer voor ons op. Er lijkt geen enkele beweging te zijn, maar een opvliegende  bruine buizerd geeft aan dat ook hier de natuur leeft en actief is. Links in het veld zien we de door de buizerd verlaten plek in het weiland; een hoop veren en een bloederig hoopje ‘iets’. Volgens Hedzer een eend. We hebben de buizerd gestoord tijdens zijn ontbijt. Verderop slaan we linksaf en wandelen de ‘Zondervansreed’ op. Links een prachtige tuin behorend bij een fraai landhuis. Rechts een grote hoop kalk. In de linkerberm vallen enkele bomen op doordat ze voorzien zijn van een label met daarop de tekst “Sint Jacobs appel”. Kennelijk bedoeld om een oude inheemse Friese soort in stand te houden en onder de aandacht te brengen. Het heeft inderdaad wel wat.

De weg slingert zich om het landhuis en de prachtige grote tuin waarna we weer in het grijsgrauwe niets verdwijnen. We hebben daardoor het gevoel dat de hele wereld om ons heen van ons is. Ons toebehoort. Het is stil. Alleen onze voetstappen produceren geluid. Wel erg monotoon. Verderop horen we plotseling getok en gekakel. Een groep van ongeveer 50 scharrelkippen rent ons tegemoet in hun zeer ruime ren. Ze zijn nieuwsgierig en hebben kennelijk geleerd de aandacht te trekken van eenzame voorbijgangers. Ze hebben alleen maar oog voor onze handen en houden deze dan ook nauwlettend in de gaten. De link zal
‘eten’ zijn. We moeten ze teleurstellen. We hebben ze alleen wat aandacht te bieden. Meer niet. Ze huppelen nog een tiental meters achter ons aan, constateren dat we echt niets te bieden hebben en verliezen snel hun interesse. En wij wandelen verder, slaan verderop rechtsaf een pad in, wat eveneens deel uitgemaakt heeft van het oude spoorlijntje. Een oude stenen brugfundering, waar nu een houten bruggetje over ligt, levert het bewijs dat hier ooit een zware spoorbrug lag. Wij wandelen er over heen en trekken om een nieuwbouwwijk het dorp Minnertsga binnen. De klok wijst inmiddels 10.45 uur aan. Bij elke stap die we zetten geeft de mist wat meer van het dorp prijs. We zien mooie laantjes met oude huizen. En daar op het eind een zware fraaie toren. Waar Minnertsga zo bekend om is. Vol ontzag bekijken we de grote oude kerk en haar toren. Omgeven door een fraaie bomenhaag. De afwezigheid van bladeren zorgt voor een heldere blik op het gebouw. Een paar minuten later stappen we het dorp alweer uit en slaan linksaf de Haitsmaleane. De weg geeft ons toegang tot het erf van een boerderij. Via het erf verdwijnen we weer in het grijze achterland van klei, akkers, sloten en weilanden. Achter ons sluit de mist onze  laatste beelden en indrukken weer netjes af. Het klinkerpad gaat over in een breed zandpad wat overigens uitstekend te belopen is. Geen regenplassen en geen modder. En boven ons zien we het nu toch echt lichter worden. De wolkenlaag wordt dunner en dunner.

Voor ons verschijnt de dorpskern van het plaatsje Ried. Van achteren worden we meer en meer ingehaald door jagende luchten. Blauwe luchten wel te verstaan. Minnertsga ligt al te baden in het zonlicht. Wij hebben de verwachting dat het hooguit nog 5 tot 10 minuten zal duren voordat de zonnestralen ons zullen  inhalen. We verheugen ons erop. De wereld om ons heen begint al wat meer kleur te vertonen. Om 11.45 uur wandelen we via de brug over het Elfstedenwater “De Ried” het dorpje Ried binnen. Een fraai dorpje met smalle paadjes, een fraai kerkje en leuke oude huisjes. De oude dorpsschool is nog duidelijk herkenbaar, evenals de naastgelegen woning van het Hoofd van de School. Het grote pand aan de andere kant van de voormalige school zal de pastorie zijn (geweest?!). Leuk, dat zo’n klein dorpje nog zoveel interessants te bieden heeft.

Na luttele minuten laten we de dorpskern alweer achter ons en wandelen pal westwaarts richting het buurtschap Boer. Inmiddels hebben we al vele zonnestralen over ons heen gekregen en is de natuur zeer kleurrijk geworden. Een enorm  - maar fraai -  contrast met de wandelwereld voor Ried. Ineens is de  horizon weer te zien en kunnen we kilometers ver kijken en genieten. De zon schijnt op het terra kleurige kerkje van Boer. Eveneens een prachtig recent opgeknapt kerkje. Vanwege de zon nu van verre te onderscheiden. Een mooie plek om koffie te drinken. Gelukkig heeft men banken geplaatst voor het kerkje van Boer en kunnen we heerlijk in de luwte van het gebouw in de zon genieten van koffie en koek.

Via een smal fietspaadje en een tunnel onder de A31 belanden we in Schalsum. Ook al een oud dorpje met prachtige huizen en huisjes. Het plaatsje kent twee straten maar is zeker te versmaden. Een gedeelte van de wandelroute voert ‘achterlangs’ bij het watertje. Na een kort stukje open veld staan we opeens voor Franeker. Een oude universiteitsstad in Friesland. Het is 13.30 uur. We slaan direct rechtsaf, negeren het bord “Hertenvlees” en wandelen via een heel oude landweg door het buurtschapje “Arkens”, de tijd heeft daar stil gestaan, onder de brug door en langs de camping naar de stadswallen van het stadje. We komen ogen te kort. Er is veel te zien. Je kunt je goed inleven hoe het leven een paar honderd jaar geleden er hier uit moet hebben gezien. De toegangsweg, de stadsgordel, de grachten en de verdedigingswallen. Bijzonder fraai en interessant allemaal. Verderop wandelen we via een brug het stadje binnen. Historie in praktisch elke straat, pand en grachtjes. En dan sta je diep onder de indruk van dit alles plotseling voor het oude stadhuis. Om van te watertanden. Uiteindelijk lopen we langs de fraaie Martinikerk en via de winkelstraat in de richting van het Van Harinxmakanaal en het station. De lucht is inmiddels goeddeels schoongeveegd. De zon schijnt volop. Overal zijn de vogels te horen. En de mensen om ons heen genieten van het lentegevoel. Als we om 14.25 uur naast het station in de auto stappen genieten ook wij, maar dan wel ‘na’. Een prachtige 1e etappe ligt achter ons. Veelzijdig en mysterieus.

2e etappe Franeker - Jorwert

 


 

fotoshow