Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Friese Kustpad

5e etappe
Zwarte Haan-Blija 21 km
26 September 2001

We hebben beiden een heerlijke zomervakantie achter de rug. Hedzer met vrouw, kinderen en familie naar Limburg. Wim met vrouw, kinderen en vrienden naar Jutland in Denemarken. Maar het is ook weer heerlijk om verder het Friese Kustpad te bewandelen. Van het begin af een heel mooi LAW-pad. Begonnen in de sneeuw te Stavoren, gelopen in het kille voorjaar, maar ook tijdens mooie warme zomerdagen. Vandaag zitten we aan het begin van de herfst. De weersverwachtingen zijn gunstig. Droog weer bij een graad of 19. Echt wandelweer dus. 

Om 8.30 uur stappen we in Veenwouden in de auto. Dineke zal ons naar het startpunt Zwarte Haan brengen. Het is onmogelijk om daar met openbaar vervoer te komen. Maar zo’n privé chauffeuse bevalt ons goed.  

Omstreeks 9.15 uur stappen we uit bij het restaurant en de slikwerker van Zwarte Haan. Door de nog aanwezige mist hangt er in deze oase van rust een enigszins mystieke sfeer. Dineke keert de auto en rijdt al toeterend terug richting bewoonde wereld. Wij wandelen richting de dijk. Na de slikwerker een goedemorgen gewenst te hebben zetten we de pas erin. Vandaag moeten we het langste stuk dijk bewandelen tot nu toe. Een kleine 10 kilometer. We hebben drie mogelijkheden: op de dijk, over het asfalt aan de Waddenzeekant of over het asfalt achter de dijk. We kiezen voor het asfalt aan de Waddenzeekant. Vanwege de Waddenzee, de vogels, de kwelders en slenken, de stilte en rust en het gevoel in het oneindige te lopen.  

Om de honderd meter ligt een tegel in de zeedijk met daarop de hectometer aanduiding. Bij tegel “24,6” besluiten we aan ons eerste bakje koffie te beginnen. De schapen om ons heen begroeten ons met de inmiddels bekende plas op de grond. In alle stilte en rust drinken we de koffie. Het is doodstil. Griezelig gewoon.  

We wandelen verder. Langzaam begint de zon door de laaghangende bewolking te breken. De mist begint te wijken. Het lijkt of de wereld daardoor in het Waddengebied openbreekt. Bij de eerste zonnestralen horen we ook de vogels weer. Zij begroeten het licht uitbundig. Door het zonnelicht zien we ineens de horizon achter de Waddenzee. Duizenden vogels vliegen op en lijken volgens afspraak op hetzelfde moment weer neer te strijken. Links zien we Ameland. Prachtig te schitteren in het zonlicht. Het zandstrand bij Hollum lijkt goudkleurig. Rechts achter de dijk liggen de in de loop der eeuwen ingepolderde gebieden. Overwinningen op de zee en de natuurelementen. Het boekje geeft vele poldernamen prijs : “Polder de Noordster”, “Polder Oude Bildtpollen”, ”Oostpolder”, Monnikebildtpolder”, “Noorderleegpolder” en ga zo maar door. Eens de zee, nu door mensenhand verkregen land. Mensenwerk! 

Na een lange bocht verlaten we de dijk en wandelen over de Westerhuisloane het land in. Een paar honderd meter verder passeren we boerderij “Nieuw Westerhuis”. Gelijk duidelijk waarom de straat deze naam draagt. De zon schijnt inmiddels volop. Enkele mistflarden proberen nog wat uit te halen. Echter zonder resultaat. Na het “Nieuw Westerhuis” moeten we linksaf een “graspad langs een sloot” op. In het begin enigszins modderig, verderop alleen nog maar erg nat gras. En onze schoenen, sokken en voeten uiteindelijk ook.

Het graspad is een kleine vijf kilometer lang. Maar ondanks het vlakke land, waar veel graan reeds is geoogst is opvallend veel te zien. Natuurlijk de koeien, schapen en paarden, maar ook rondom kerktorentjes, bosperceeltjes, opvallende verhogingen in het landschap en natuurlijk de ontstellende stilte en rust. Die is niet alleen hoorbaar maar ook te zien. Het straalt van het landschap af. De verhogingen in het landschap zijn mogelijk oude vluchtheuvels voor mens en vee vanwege hoog water.  

Voor ons doemt de massieve kerktoren van Ferwert (Ferwerd) op. De kern van Ferwerd is op een terp gebouwd. De toren is dus van verre zichtbaar. Maar dat was vroeger ook de taak van de toren; zichtbaar zijn voor de verre omgeving. Onderweg schrikken we in de stilte van het geluid van een machine. Het blijkt een graafmachine te zijn die de sloten aan het hekkelen (schoonmaken) is. In dit landschap moeten tientallen kilometers sloot voor 1 december schoongemaakt zijn en ontdaan van riet en waterplanten. Zwaar en monotoon werk. We wensen de ‘graafmachine-man’ veel succes door middel van een groet.  

Het is inmiddels 13.15 uur als we Ferwerd binnenwandelen. Een oud en mooi plaatsje, vroeger gelegen aan de spoorlijn Leeuwarden-Stiens-Holwerd-Dokkum-Anjum. Plaatselijk beter bekend als het “Dockumer Lokaaltsje. In veel plaatsjes langs deze spoorlijn staat het oude station er nog.  

In Ferwerd lopen we verkeerd. Kort na het passeren van het bord bebouwde kom hadden we rechtsaf gemoeten. We zien dit over het hoofd en moeten een stukje terug lopen. Via een oud landweggetje, hoe mooi is dit, arriveren we bij een eenzaam bruggetje. Het blijkt een oud spoorbruggetje te zijn. Alleen nog in gebruik bij wandelaars en fietsers. Een stukje historie waar we even bij stil staan om het oude beeld voor ogen te krijgen. Hoe anders zag het er hier lang geleden uit.  

We lopen achter het dorp Ferwert langs, maar voor de bijzonder grote en mooi gelegen ijsbaan. Even verderop duiken we het oude centrum in. Door smalle steegjes met oude huisjes, langs die prachtige massieve kerk en onder het stenen poortje door naar het pleintje. Daar staat nog een oude waterpomp. Als we rond kijken zien we dat het pleintje is omzoomt met prachtige gerenoveerde oude en kleine huisjes. Het plein is bestraat met duizenden zogenaamde “Friese geeltjes” die het geheel completeren. Het is werkelijk een schitterend geheel en we kijken onze ogen uit.  

Via de oostkant verlaten we het prachtige terpdorp. In de verte zien we al het beroemde terpdorp Hegebeintum (Hogebeintum). De hoogste terp van Friesland met een kruin die bijna 9 meter boven NAP ligt. Het dorp is één groot museum en je kijkt je ogen uit. Een prachtig kerkje boven op de terp, mooie huisjes en boerderijtje daarom heen. Heel bijzonder. We lopen deels over en deels onderlangs de terp en het dorpje. Via de achterzijde van de “Harstastate” verlaten we Hogebeintum en wandelen in noordelijke richting naar Blije (Blija). Ook hier kondigt de kerktoren de aanwezigheid van het dorp aan. Dat is toch heel bijzonder en fraai in het Friese landschap, al die kerktorentjes. Religieuze oases in een vlak en groen land, die het verleden ook een veilig heenkomen konden bieden bij hoog water. 

Ook Blija lag vroeger aan het “Dockumer Lokaaltsje” en bij binnenkomst vanaf de zuidzijde is dit nog te zien. We kijken onze ogen uit als aan de rand van Blija ineens een heus oud station opdoemt. Thans als woonhuis in gebruik. Duidelijk is nog te zien waar het spooremplacement gelegen moet hebben, maar ook waar de passagiers hun kaartjes moesten kopen en konden wachten in de wachtruimte. Alleen de spoorrails en de bielzen zijn verwijderd. Enige inleving hoe het er ooit uitgezien moet hebben kost weinig moeite. 

We zijn dus al in Blija. Het is 14.30 uur als we aan de voet van de kerk Hedzers vrouw Tsjikke zien staan bij de auto. Prachtige mensen die vrouwen van ons. Brengen ons en halen ons op. Zonder enige moeite, maar uit liefde. Geweldig toch. Een prachtig einde van alweer een prachtige landelijke tocht door het polderrijke Friese land zo vlak achter de Waddenzee.

Naar de volgende etappe: Blija-Oostrum


 
 

fotoshow