Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Drenthepad

4e etappe
Zuidlaren-Borger 33 km
21 Mei 2008

Het is net 7.00 uur geweest als we naast de oude kerk van Zuidlaren uit de auto van Hedzer stappen en beginnen aan de 4e etappe van het Drenthepad. De route voert naar Borger over een wandelafstand van 33 km . De auto van Wim staat al geparkeerd bij ons eindpunt, het busstation van Borger. Vanwege de busstakingen hebben we er voor gekozen om met 2 auto’s op pad te gaan. Het weer ziet er gunstig uit. De weermensen hebben toegezegd dat het een zonnige dag gaat worden bij een max. temperatuur van ongeveer 23 graden. Lekker wandelweer dus.

Via het terrein van Het Laarwoud wandelen we in de richting van de brink van Zuidlaren. Vanwege de vele oude bomen heel schaduwrijk en door het vroege tijdstip nog wat fris. Maar van wandelen word je warm en na een kleine 10 minuten lopen we op wandeltemperatuur. We schatten in dat over een uur of twee de truien uit kunnen. Wim wandelt vandaag meer op zijn gemak dan de afgelopen maanden. Zijn vrouw Dineke lijkt zich goed te herstellen van haar ziekte en de gevolgde chemokuren. De vooruitzichten zijn na haar laatste controle in mei jl. gunstig. En dat geeft moed en vertrouwen voor de toekomst. En dan heb je ook weer oog en aandacht voor andere dingen.  

We passeren de Brink van Zuidlaren aan de zuidkant, slaan linksaf en vervolgen onze weg over een breed en onverhard zandpad in de richting van de Winkelakkers. We zien voor ons een glooiend terrein met links een voor het dorp opvallend grote begraafplaats. Rechts aflopende akkers en een weiland die beiden uitmonden bij een verderop gelegen weg. Daarboven een strakblauwe hemel waar de meeuwen het voor het zeggen schijnen te hebben. Na ongeveer 2 km wandelen we Schuilingsoord binnen. Het is ons niet duidelijk of dit een dorpje is of een veraf gelegen wijk van Zuidlaren.  

Via enkele smalle achterpaadjes en een geweldig fraai gelegen speeltuintje verlaten we al weer snel de bebouwde kom. Het pad voert ons een bos binnen, waar het kennelijk hondenuitlaattijd is. Overal om ons heen zien we mensen met aangelijnde honden. Daar tussen door enkele loslopende honden, die in elke soortgenoot geïnteresseerd zijn en dat ook direct laten merken. Opvallend is een loslopende boxer. Hij oogt wat schuchter en onzeker. Hij heeft nog “complete” oren en staart en lijkt daardoor niet op de boxer zoals we deze van vroeger kennen. Hedzer heeft het idee dat het dier zonder begeleider op pad is. We zien hem even stil staan, aandachtig rondkijken om daarna als een speer een ander bospad te kiezen en te verdwijnen. Het lijkt erop alsof hij weet wat te doen.  

Een breed en stoffig zandpad haalt ons uit het bos. In de verte zien we  - terhoogte van een oogstrelend Drents boerderijtje -  twee vrouwen enigszins zorgelijk rondkijken. Alsof ze iets kwijt zijn en dat op deze manier proberen te vinden. Als we ze passeren vraagt Hedzer of ze soms iets zoeken. “Onze boxer!” roepen de dames in koor. We begrijpen direct welke boxer ze bedoelen en vertellen waar we de hond hebben gezien. Eén van de dames roept dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Het dier is goed bekend met de streek en gaat er wel eens vaker vandoor. Deze opmerking roept bij ons de vraag op, waarom zij dan wel bezorgd zijn! We zijn al te ver doorgelopen het aan de dames te vragen. Ach, we geloven het ook wel.  

We moeten een stukje langs de drukke N34 lopen voordat een voetgangers- en fietstunnel ons naar de andere kant van de weg brengt. Een hoop verkeerslawaai levert dit stuk voor ons op. Het aantal voertuigen wat van deze weg gebruik maakt gedurende onze aanwezigheid is niet te tellen. Het is 8.10 uur als we door het tunneltje lopen en voor ons het “Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentsche Aa” zich openbaart.  

Donkere bospaden strekken zich uit in het Kniphorstbosch en brengen ons bij een heus hunebed. De eerste vandaag. Volgens het wandelboekje zullen er nog vele volgen. Langs de randen van de bospadden stikt het van bloeiend fluitenkruid, bij sommige beter bekend als de kikkerplant. Vanuit het bos horen we veel vinken met elkaar communiceren. We denken dat ze elkaar waarschuwen voor die twee ‘mensenmannen’ die door hun bos sjokken. Of zou het gewoon nieuwsgierigheid zijn?  

Op een kleine open plek in het bos zien we een hunebed staan. Een fraai exemplaar, maar zeker geen grote. Naast deze Drentse attractie staat een picknickbank ons uit te nodigen voor een kort oponthoud. We hebben ook wel zin in koffie en wat brood en besluiten daarom inderdaad gehoor te geven aan deze oproep. Genietend van koffie en brood nemen we de omgeving in ons op. Loofbos met hier en daar verspreid wat kleine naaldbomen, allerlei bosplanten zoals de bosanemoon en natuurlijk de varens. Dan valt ons ook ineens de vele gele- en groene rupsen op. Bij honderden laten ze zich aan een zijden draad uit de bomen zakken om hun tocht uiteindelijk op de grond of struik te beëindigen. We zien dat er op onze kleren ook enkele geland zijn. Het tafelblad van de picknickbank is bezaaid met rupsen. Het is een prachtig gezicht. En eens zullen dit vlinders worden. Een wonderlijke natuur.

Na 15 minuten koffiepauze pakken we de spullen weer in de rugtassen en gaan verder met het wandelpad. De klok geeft 8.40 uur aan. De hele dag ligt nog voor onze voeten.  

Via smalle en bochtige bospaden belanden we aan de noordrand van het Noordesch boven Anloo. Als we door het dorp wandelen, zien we een fraai, rustig en bijzonder vriendelijk Drents dorpje waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan. Typisch Drentse huisjes en boerderijen, een koffieterras aan de oude klinkerweg en een prachtig oud kerkje met op de toren een fraaie trapgevel. En je hoort alleen het ruizen van de wind door de gebladerde bomen. We onttrekken ons even aan de route om een wandelingetje om het oude kerkje te maken. Het blijkt de moeite waard te zijn. Achter de kerk een echt dorpsschooltje met de originele naam “OBS Anloo”. Hier naar school te mogen gaan om te leren of te werken moet een geweldige ervaring zijn. Zo fraai gelegen, zo midden in de kern van het dorp en zoveel rust en “Drents”. Het is moeilijk dat gevoel onder woorden te brengen. Maar dit zal gelden voor veel Drentse dorpen en hun schooltjes. Er loert waarschijnlijk wel één groot gevaar voor dit soort schooltjes; sluiting vanwege een te laag kindertal.  

Om de kerk gelopen pakken we de route weer op, laten Anloo achter ons en zien in de verte de bossen van Landgoed Terbergh ten noorden van het plaatsje Eext. Als we aan de rand van het bos wandelen, kunnen we over de met korenvelden bedekte akkers van de Zuidesch het dorpje Anloo zien liggen. Rode daken en de kerktoren tussen groene opbollende bomen. Wat een geweldig “plaatje” om te zien. We blijven enige minuten stilstaan om er van te genieten. Als we verder door het bos wandelen, zien we opkomende varens van ongeveer een meter hoog, veel door rupsen aangevreten bladeren en een groot mierennest aan de voet van een naaldboom. Het krioelt er van de grote zwarte bosmieren en wanneer we ons wat bukken om het geheel beter te aanschouwen zien we dat de ‘mierensoldaten’ direct op hun achterste poten gaan staan en met hun voorpoten en gigantische kaken een dreigende houding aannemen. Ze drukken non verbaal het woord “wegwezen” uit. We begrijpen het maar laten ons niet wegsturen. Daarvoor is deze mierenwereld te groot en te mooi.  

Enkele minuten later passeren we het “Pinetum“, een in 1930 aangelegde coniferenverzameling in allerlei vormen, maten en soorten. Een wat merkwaardig gezicht zo midden in het loofbos. Een paar honderd meter verderop staat een hunebed. Even fraai en groot als de vorige. We blijven er alleen niet pauzeren, maar gaan verder richting het heideveld. We moeten een veerooster over voordat we het heideveld op kunnen. Volgen een mul zandpad en voelen direct dat heidegronden warmte vast houden. Want het is ineens behoorlijk warmer. In de lager gelegen en wat vochtige gebieden op het heideveld zien we steppegras en veenpluis met hun wit en wattig vruchtpluis. Bij de bank die midden op het heideveld naast het pad staat pauzeren we. Tijd voor koffie en iets wat de maag vult. Vanaf de bank die op een zandheuvel staat hebben we een mooi uitzicht over het heideveld en de verschillende vochtige gebieden. Het is 10.30 uur.  

We passeren voor de tweede keer de N34. Goed uitkijken is hier het devies. Want er is geen tunnel of brug die ons onder danwel over het drukke verkeer voert. De route leidt ons verder door bosgebieden afgewisseld door akkers en weilanden met koeien en paarden. Het landschap is glooiend en daardoor is er zelfs af en toe sprake van een vergezicht. Diep verscholen in het landschap ligt het Zwanemeer, even ten noorden van Gieten. Niet alleen wij als wandelaars, maar ook de vele vissers bij dit meer genieten van de rust en de stilte. We lopen met een grote maar mooie boog oostelijk om Gieten heen en belanden uiteindelijk bij de oude spoorbaan Assen – Stadskanaal. De rails en spoorbielzen zijn al lang geleden verwijderd, de spoordijk zelf is nog wel duidelijk herkenbaar evenals het vele grint wat nog in groten getale aanwezig is. We volgen de oude spoordijk over een afstand van ruim 2 km . Het eerste gedeelte over het onverharde pad, maar we besluiten vanwege de vele stenen en kuilen verder het geasfalteerde fietspad over de spoordijk te volgen.  

Onderweg zien we een gevecht tussen een kleine groene rups en een hevig protesterende regenworm. Klein duimpje tegen een reus. De rups  - klein duimpje -  lijkt het te gaan winnen. En wij willen niet ingrijpen in dit heftige natuurgebeuren. Vlak voor Gasselte gaan we rechtsaf en volgen een oud keienpad, zoals er vroeger veel gelegen moeten hebben. Geweldig dat mensen en instanties moeite doen om dergelijke wegen intact te houden. We wandelen door een gedeelte van Gasselte en verlaten de bebouwde kom op een plek waar de uitlopers van het Drouwenerzand de grens van de  mensenwereld en heideveld bepalen. Het is goed opletten op het grote heideveld waarover de route gaat. De vele paadjes die het zand- en heideveld kruisen lijken allemaal op elkaar. Daarnaast voelen we de warmte van het heideveld. Wim schat de temperatuur op zeker 25 graden. Het is maar goed dat we “korte-mouwen-kleding” aan hebben. Het was anders zeker te warm geweest. Het doet ons goed aan de overkant van het heideveld weer in de koelte van de bomen te lopen. Een paard en wagen komt ons tegemoet en verdwijnt vlak voor ons in een zijpad van het bos. Het paard geurt lang na. Het is geen onaangename geur. Na enige tijd wandelen we weer in een open landschap, waar een heerlijk briesje voor wat verkoeling zorgt. Voor ons zien we de huizen en boerderijen van het buurtschap Bronneger. Nooit van gehoord, maar nu wandelen we er doorheen. Ook hier niets dan rust en stilte. Je moet daar wel tegen kunnen om hier te wonen. Ons lijkt het wel wat.  

Het wandelingetje door Bronneger is van korte duur. Daar is het gehucht te klein voor. Via bochtige zandpaden die over glooiende heuvels leiden, af en toe een bosperceel passerend, zien we voor ons de eerste huizen van de eindbestemming van vandaag; Borger. Een heel bekend en toeristisch Drents dorp met zijn ’t Flintenhoes, ofwel het Nationaal Hunebedden Informatiecentrum. Het is er een drukte van belang. Vooral de senioren zijn flink vertegenwoordigd. De route laat ons over het terrein van het ’t Flintenhoes gaan. Ook daar een hunebed en wel de grootse van Nederland. Hij  - of is het een zij? -  ziet er inderdaad indrukwekkend uit. Hedzer en Wim kunnen zich niet herinneren eerder een dergelijk groot hunebed gezien te hebben. We zien veel mensen foto’s maken. Van elkaar, van het hunebed, maar vooral van elkaar én het hunebed. Ze zitten er op, er onder, hangen er aan of laten zich er vanaf glijden. In de halve minuut die we daar staan, worden tientallen foto’s genomen van deze taferelen. Dat is dus toerisme!  

Via een prachtige klinkerstraat, aan beide kanten omzoomd door grote kastanjebomen, wandelen we Borger binnen. Overal staan fraaie rietgedekte panden uit lang vervlogen tijden. Ze laten zien hoe het Drentse land en de typisch Drentse dorpen er vroeger bij gelegen moeten hebben. Het is niet moeilijk om je daar een voorstelling van te maken.  En ook hier straalt alles rust, stilte en harmonie uit. Logisch dat veel Nederlanders gewoon in Drenthe hun vakantie houden. Misschien niet zo spectaculair als de watervallen bij Schaffhausen, de Gorges du Verdon of de hoogste berg van Europa, maar wel veel rust, nostalgie en meer van dit soort zaken. En dat vinden veel mensen ook heel aantrekkelijk en belangrijk.

Na een stukje door oud Borger belanden we om 15.35 uur bij de auto van Wim. Een prachtige etappe zit er weer op. We hebben ook vandaag weer Drenthe op zijn mooist gezien en kijken uit na de volgende etappe Borger - Sleen. Maar dat zal na onze zomervakantie zijn.

Naar volgende etappe: Borger-Sleen


 

fotoshow