Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Drenthepad

3e etappe
Norg-Zuidlaren 35 km
5 Mei 2008

Weer lekker vroeg op pad vandaag voor het wandelen van de 3e etappe Norg – Zuidlaren. In eerste instantie hadden we besloten te gaan wandelen tot Glimmen; dat werd uitgebreid tot Midlaren om uiteindelijk Zuidlaren als eindpunt te kiezen. Een wandelafstand van 35 km . Het is al weer ruim 3 jaar geleden dat we een dergelijke afstand wandelden. Vanwege de gunstige weersvooruitzichten  - veel zon bij een temperatuur van ongeveer 21°C -  willen we dat wel weer eens uitproberen. We hebben ook  besloten om vandaag geen gebruik te maken van het openbaar vervoer. De wandelroute is  - relatief gezien -  niet zo ver van onze woonplaatsen en daardoor is het verschil in reistijd anders te groot. Daarom staat Wim even na 6.30 uur bij Hedzer voor de woning en rijden we met twee auto’s naar het eindpunt Zuidlaren waar Hedzer zijn auto parkeert op het terrein van de veemarkt aan de Brink. Daarna rijden we naar het startpunt in Norg waar Wim zijn auto parkeert op de Brink bij de oude kerk.  

Het is 7.45 uur als we bij het prachtige romaanse kerkje van Norg starten met de derde etappe van het Drenthepad. Hoewel op dit vroege tijdstip  - voor de natuur is het pas 6.45 uur -  de zon nog niet helemaal wakker is en de koelte van de nacht verkwikkend over het land ligt, gaan we toch maar in de korte mouw op pad. Hedzer heeft zelfs al de korte broek aan.  

“Nooit houdt de dwang de vrijheid blijvend buiten” staat geschreven op een zwarte plaquette die is geplaatst op een grote en asymmetrische zwerfsteen. Daaronder de namen van 14 mannen en vrouwen. Waarschijnlijk door oorlogsgeweld om het leven gebracht. Een datum of periode wordt niet vermeld. Een gedenkwaardig monument in het zo oer Drentse dorpje Norg. Een steen met namen om even bij stil te blijven staan. Want die namen horen bij mensen. Mensen zoals wij. De op één na laatste ijstijd heeft deze kanjer van een steen naar de omgeving van Norg gebracht. Dat was een heel andere tijd. Heel lang geleden.  

We wandelen over één van de pittoreske klinkerstraatjes die Norg rijk is en tussen zo op het oog  oude maar gerestaureerde rietgedekte arbeidershuisjes, die veel sfeer en nostalgie uitstralen. Een gespleten oude eikenboom is door de ingreep van een boomchirurg van een zekere ondergang  gered. Een aangebrachte “inwendige” constructie van ijzeren staven houdt de twee delen  - en dus de oude reus -  bij elkaar en verlengen zo haar ‘herfstvreugd’. Wat verderop wandelen we tussen twee karakteristieke rietgedekte huisjes de bebouwde kom van Norg uit en gaat de klinkerweg over in een onverhard en slingerend landweggetje. Links zien we grote zwarte akkers met machinaal gevormde bedden waarin de asperge niet zo misstaan. Rechts zien we een weiland  met een rustig en vriendelijk paard. Ze neemt de moeite en tijd en heeft het geduld te luisteren naar de woorden die we tegen haar spreken. Wanneer we haar beginnen te vervelen, draait ze zich om en sjokt terug haar weiland in.  

Via de brede zandpaden wandelen we verder en passeren een klein tentenkamp bij een enigszins bouwvallig stenen onderkomen. Het lijkt iets te maken te hebben met een artistiek gebeuren hier even buiten Norg. Het ziet er wel heel gezellig en ontspannen uit.  

“Er is een weten van elkaar dat tijd en afstand overwint” luidt de tekst op een volgend monument aan de rand van de zandweg en het naburige bos. Op een kolossale zwerfsteen staan de namen van 10 mensen in de leeftijd van 22 t/m 54 jaar. Bovenaan de datum ‘5 april 1945’ . Een maand voor de bevrijding heeft op deze plaats een grote tragedie plaatsgevonden. Met gepaste eerbied en ontzag blijven we ook even bij dit eenvoudige maar ‘omgevingsgezinde’ monument stil staan. Op een naburige akker is een boer met zijn tractor actief. We ruiken de landschappelijk  verantwoorde en indringende geur van mest die nu in de akker geïnjecteerd wordt.  

We slaan linksaf naar de plas van het Westerveen. Een prachtige plek in het bos. We zien een onregelmatig gevormd meertje met daar om heen grasland met verschillende soorten en maten  lentebloemen, die al weten dat het vandaag een fraaie lentedag gaat worden. Het meertje is in  de tweede wereldoorlog gegraven door de duitse bezettingsmacht. Het “waarom” geeft ons wandelgidsje niet. We doen ook geen enkele moeite daar achter te komen. Maar het is wel een  fraai stukje natuur. Hoewel we maar een goed half uur op weg zijn, blijven we hier hangen om even wat koffie te drinken en brood te eten. Twee prachtige paarden horen het geritsel van de  boterhamzakjes en wandelen rustig naar ons toe. We communiceren korte tijd met de paarden. Of ze ons begrijpen?  

Komend vanuit het westen lopen we tegen de rand van het ‘Noordsche Veld’ aan. Een heideveld met haar bekende negen “bergen”, zoals de grafheuvels genoemd worden. Helaas zijn veel  grafheuvels in de laatste eeuw verdwenen. Onder andere vanwege de aanleg van een nep vliegveld. Om de vijand te misleiden! Op één van de grafheuvels zien we een groepje Schotse Hooglanders staan. Herkauwend en rustig voor zich uitkijkend. Ze besteden geen enkele aandacht aan ons. En wij vervolgen ons Drenthepad en slaan linksaf de scheiding tussen heideveld en bos volgend. De zon begint intussen flink in kracht toe te nemen. En wij, wij genieten van de tot nu toe prachtige  en afwisselende etappe in het glooiende Drentse landschap.  

Bij een “Marke”-steen slaan we linksaf het brede en stoffige zandpad verder volgend. Om ons heen zien we uitgestrekte akkerlanden en weilanden met hier en daar kleine bosperceeltjes en vennetjes die op kleine oases lijken. In de bermen de meest fraaie bloemboeketten. We zien boterbloemen, pinksterbloemen, paardenbloemen, fluitekruid, koekoeksbloem en ga zo maar door. Aan de rand van een akkerland zien we een grote stapel zwerfstenen liggen, variërend in grootte van een tennisbal tot een te groot opgepompte voetbal. Waarschijnlijk tijdens het ploegen van de akkers aan de oppervlakte verschenen en op deze plek verzameld. In een tuincentrum betaal je per kilo voor deze ‘historische’ stenen. En hier liggen ze gewoon als een soort van natuurlijk en  historisch afval langs de vele akkers!  

Verder wandelend over zandpaden, afgewisseld door stukken asfalt, naderen we Vries. Even voor de bebouwde kom buigen we echter naar het noorden af in de richting van Yde. Een inmiddels wereldberoemde naam vanwege “het meisje van Yde”. Even later staan we stil bij de plek waar op 12 mei 1987 boer Willem Emmens tijdens het baggeren in het veen het “meisje” als veenlijk ontdekte in een klein ven. Volgens CH-datering zal ze rond het begin van de jaartelling  - einde ijzer- begin Romeinse tijd -  hebben geleefd. Na grondig onderzoek meent men te weten dat ze ongeveer 16 jaar was toen ze stierf. Het “meisje van Yde” ligt nu in het Drents Museum te Assen. Bijzonder boeiend. “Daar moet ik beslist een keer heen!” zegt Wim. Het ven is nu niet meer terug te vinden. Het is opgegaan in de akker. Een groot bord geeft de vindplaats en geschiedenis aan van het “meisje van Yde”.  

Het lawaait in de lucht begint steeds meer op te vallen. Vliegtuigen, en dan vooral lawaaierige lesvliegtuigjes, beginnen de Drentse rust te verstoren. En dat is jammer. We naderen vliegveld  “Groningen Airport” bij Eelde. Links voor ons in de lucht zien we een groot vliegtuig van Transavia  - een Boeing 737 -  bezig met de landing. Door moderne technieken is dit toestel amper te horen. Hij lijkt door de lucht te glijden. Kort nadat hij achter de boomtoppen uit het zicht is verdwenen horen we wel zijn motoren bulderen. De straalrichting is omgekeerd voor het afremmen op de baan. Het duurt maar enkele seconden. Enkele minuten later wandelen we Yde binnen. Het is 11.10 uur.  

Yde, bekent van het “meisje” maar een echt Drents dorpje. Zo fraai, zo stil en zo gemoedelijk. Alsof de klok hier veel langzamer zijn rondjes maakt. Ruim opgezette huizen en boerderijen. Af en toe een waakse hond die naar ons blaft. Maar vooral druk af- en aan vliegende vogels die hun kroost moeten voeden en verschonen. Voor ons op het trottoir ligt een doodgevallen vogeljong. Zij kopje ligt enkele meters verderop. Tussen beide plekken zien we bloedspatjes. Mogelijk heeft een poes dit stoffelijk overschotje ontdekt en het als speelgoed of als oefenmateriaal gebruikt.  

Via een onbeduidende zijstraat, overgaand in een oeroud reispad, verlaten we Yde en gaan richting buurtschap Oosterbroek. De uurtjes gaan zo snel voorbij en voor we het weten wandelen we vlak langs de kop van de start- en landingsbaan van het noordelijke vliegveld. Vanwege de  oostenwind zien en horen we een passagiersvliegtuig opstijgen en vlak over ons heen scheren. Het is het Transavia-toestel die we enkele uren eerder zagen landen. We wandelen verder richting Glimmen en passeren daarbij de Willemsvaart en wandelen door een tunneltje onder de A28  Groningen – Assen door. In het noorden, toch zeker zo’n 15 km verderop, zien we vanwege het heldere weer heel duidelijk het beroemde hoofdkantoor van de Gasunie  - ontworpen door de Amsterdamse architecten Alberts en Van Huut -  en de Martinitoren aan de Grote Markt. Een fraai gezicht deze skyline van de grootste noordelijke stad. Na een paar honderd meter, waarbij we ook nog even die fraaie Drentse Aa overbruggen, staan we bij de witte ANWB-paddestoel nr. 21581. Dit is het meest noordelijke punt van het Drenthepad. Het is nu 13.15 uur.  

Via de randen van een grote esch wandelen we om Glimmen heen, passeren vervolgens de spoorlijn Groningen – Zwolle en gaan langs Noordlaren en haar golfbanen naar het Noordlaarderbosch. We zien veel heel oude en omvangrijke eiken- en beukenbomen langs de weg en in enkele tuinen staan te pronken. Voorzien van inmiddels alle uitgekomen bladeren bijzonder imponerend. Het doet ons  denken aan de grote beuken in de Achterhoek.  

Het is bijna 14.30 uur als we het Noordlaarderbosch binnenstappen. Het oudste beschermde natuurgebied van de noordelijke provincies en aangeplant rond 1830. Sinds 1932 door een  schenking eigendom van Natuurmonumenten. Na een paar honderd meter, we wandelen slechts door een klein deel van het bos, komen we uit op een bekende driesprong, namelijk daar waar het Pieterpad en het Drenthepad elkaar ontmoeten en enige kilometers samen optrekken. Als we op de driesprong staan, schuin tegenover het NIVON-overnachtingshuis, herkennen we e.e.a. ogenblikkelijk. Het is alweer bijna 9 jaar geleden dat we hier ook stonden tijdens de derde etappe van het Pieterpad. Het lijkt allemaal zo lang geleden.  

Als we een afgelegen en bewoonde straat van het dorpje Midlaren doorgewandeld zijn, slaan we rechtsaf in de richting van het eveneens bekende en inmiddels vervallen huisje met daar vlak achter, eigenlijk deels tegen het huisje aan, een dubbel hunebed. Net als 9 jaar geleden blijft de ligging van het huisje ten opzichte van het dubbele hunebed ons verbazen.  Rustend op één van de hunebedden genieten we van de koffie en de koek, terwijl we onze omgeving opnemen. Het oude baasje wat er toen  - november 1999 – woonde en leefde zien we niet meer. Het lijkt erop, dat  het woninkje nu onbewoond is. En gezien de staat van het pand lijkt ons dat niet meer dan logisch. Het is 15.15 uur als we “afscheid” nemen van het huisje en het Pieterpad en via het Hunebedpad de route vervolgen richting Midlaren en het Zuidlaardermeer.  

In een scherpe bocht net buiten Midlaren zien we de naar schatting 400 jaar oude lindeboom staan. Eens diende deze als markering van de gebiedsgrens van een boer. Bijna griezelig te denken, wat deze hoogbejaarde boom allemaal gezien, gehoord en meegemaakt heeft. En dan te zien hoe fraai ze er nog bijstaat. Heel indrukwekkend. Voor ons zien we het Zuidlaardermeer. Via een graspad naast de “Planksloot”, één van de oudst gegraven waterwegen van Drenthe, lopen we naar het Zuidlaardermeer. Vanwege het warme en fraaie weer horen we al op afstand de grote drukte van mensen die verkoeling zoeken. Het zal ook een graad of 27 zijn. Door het matige oostenwindje is onze wandeltocht goed te doen. We hebben weinig tot geen last van de warme zon.  

We lopen een deel langs de oevers van het Zuidlaardermeer, volgen vervolgens de markering die ons langs de P-plaatsen voert en komen uit bij een toegangsweg tot dit geheel. Die is verder geasfalteerd en leidt ons in de richting van eindpunt Zuidlaren. We zien rechtsvoor de kerktoren  van het bekende en toeristische dorp. Dan slaan we linksaf  - we hadden het in eerste instantie over het hoofd gezien -  en volgen een stukje van het fietspad die naar De Groeve gaat. Vóór het Havenkanaal slaan we rechtsaf en lopen de laatste kilometers over een hobbelige dijk naar de molen ‘De Wachter’. We moeten geconcentreerd over het dijkje lopen, want deze zit vol hobbels en kuiltjes die je met het grootste gemak aan een verzwikte enkel helpen. En na bijna 34 km zijn de enkels toch enigszins vermoeid geraakt.  

Het is 16.10 als we Zuidlaren via het kanaal binnenwandelen. Nog een paar honderd meter en we zitten in de auto. Dat is ook wel weer prettig. We nemen de dag en de wandeletappe van vandaag nog even door en komen tot de conclusie, dat het ook vandaag weer een prachtige wandeltocht  was. Veel gezien van dit Drentse land. En natuurlijk reusachtig geboft met het weer vandaag. Want met zo’n heerlijk zon ziet ook het Drentse landschap er kleurrijker en fleuriger uit.

Naar volgende etappe: Zuidlaren-Borger


 

fotoshow