Header image  
de wandelsite van
Wim Alberts en Hedzer Kooistra
 
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

Het Drenthepad

2e etappe
Appelscha-Norg 23 km
23 April 2008

Om 8.30 uur parkeert Wim zijn auto op de P-plaats naast de kerk en ter hoogte van de Vaart door Appelscha. Op slechts enkele tientallen meters van het startpunt van vandaag. Op het menu staat de route Appelscha – Norg over een afstand van 23 km . De weersvooruitzichten zijn uitstekend en om die reden hebben Wim en Hedzer “kortemouwenkleding” aangetrokken. Volgens het gidsje zal ook de route van vandaag afwisselend en avontuurlijk zijn. Kortom, alles lijkt mee te zitten.

Even na half negen vindt de start plaats en voert ons direct via een smal bruggetje over de oude Compagnonstervaart.  Hoewel de zon al kwistig zijn stralen rondstrooit, voelen we op het bruggetje, dat het briesje nog wel fris is. Maar het is nog vroeg en laten we wel wezen; de natuur kent geen zomertijd en gaat dus zijn eigen gang. Voor de natuur is het gewoon een uur vroeger. Daar doet geen mens wat aan.

We volgen aan de overkant de Vaart. Werklui met indrukwekkende en lawaaierige machines zijn druk bezig de walbeschoeiing te vernieuwen. Aan de overkant houdt een fraaie kerktoren de wacht. Aan beide kanten van de Vaart hebben diverse eetgelegenheden zich gevestigd. Ze zijn nog in winterrust en zien uit naar het nieuwe seizoen én wat hogere temperaturen. Want daar zit heel Nederland nu toch wel op te wachten na het zo koud verlopen voorjaar. Maar zoals gesproken; vandaag lijkt het voor het eerst sinds half oktober boven de 15 graden te komen. En wij zijn er klaar voor.

Linksaf het lange rechte stuk op naar Ravenswoud, genaamd Eerste Wijk en overgaand in de Bokslootweg. We zien aan de linkerkant een nieuwbouwwijk zoals Friesland bouwt; ruim opgezet en veel vrijstaande woning op toplocaties. De bewoners in de Randstad zullen het water er van in de mond krijgen. Rechts een brede en kaarsrechte vaart komende van Ravenswoud. Verderop passeren we een klein monument voor Anne de Boer, Jitse Kiewiet en Melle Bruinsma. “Zij bevonden zich hier op 4 mei 1943 op het verkeerde tijdstip en de verkeerde plaats en werden volkomen onschuldig door oorlogsgeweld van het leven beroofd”, luidt de ingegraveerde tekst op de marmeren plaat. Heel indrukwekkend en daardoor blijven we een ogenblik stil staan, lezend en daarna kijkend over de vaart en de oneindig lijkende landerijen naar de horizon. Vinken in een berkenboom manen ons verder te lopen.

Om ons heen zien we een ontwakende natuur. Groen wordend gras, nieuw bladergroen aan de struiken en bomen en enkele uitverkorenen vol met bloesem in de kleuren wit, rood en roze. Het geeft ook ons nieuwe energie en kracht. Wat heeft de mens de lente toch nodig als innemend bewijs dat er altijd weer nieuw leven en nieuwe kansen zijn. Je moet het alleen zien, ruiken en voelen. En dan met beide handen pakken!

Voor de kruising met de doorgaande weg uit Ravenswoud, daar waar deze door middel van een oude en gietijzeren ophaalbrug de vaart overspant, sjokt een oude Duitse staander door het bermgras zoekend naar plekjes om de poot te op te lichten. Hij hoort ons aan komen, want we zien dat zijn oren zich oprichten en daarna in onze richting afbuigen. Kennelijk herkent hij het monotone geluid van wandelende tweevoeters en besluit daarom ons geen blik waardig te gunnen. We bestaan gewoon niet.

We vervolgen onze route via het fietspad die trouw de vaart volgt. Her en der verspreid nostalgische boerderijtjes, al dan niet verbouwt tot paleisjes. En verder heidegronden, akkerland en bosperceeltjes. We kijken onze ogen uit.

In het bos steken we een wit houten bruggetje over en houden links aan in de richting van het akkerland.  Even later wandelen we op de scheidslijn van verwaarloosd akkerland en bos. En dat is gunstig mede vanwege de windrichting, want op een kleine honderd meter voor ons zien we drie reeën. Vanwege de schaduw en gunstige windrichting zien, horen en ruiken ze ons niet. We kunnen tot op een meter of 40 van deze prachtige dieren komen voordat ze voelen dat er ‘iets’ niet klopt. Wij hebben dan al de nodige foto’s genomen. We zien dat één ree kreupel loopt. Het lijkt alsof zijn rechter voorpoot niet goed functioneert. Als we de dieren nog dichter naderen krijgen ze ons in het vizier en een fractie later besluiten de dieren het op een lopen te zetten. Alle drie, dus ook de kreupele. Misschien hebben we ons vergist. Maar Hedzer is er zeker van. Waarschijnlijk is de angst tijdelijk groter dan de pijn en het ongemak.

Bij een ven in het bos met een heerlijk uitziende bank die in de zonneschijn staat, besluiten we een koffiepauze te houden. Heerlijk een bak koffie en brood en vooral genieten van die warme zon en het prachtige ven. Wat is het leven toch heerlijk op zo’n moment. Even helemaal los van zorg en spanning en al die andere dingen in het leven, die onaangenaam kunnen zijn. Nog even en de korte mouwen kunnen tevoorschijn gehaald worden. Voor het eerst dit jaar. De klok op de pols wijst 9.40 uur aan. We hebben nog de hele dag voor ons en toch al veel gezien, ontdekt en genoten.

Een lang zandpad voert ons langs de grens met het Fochteloërveen wat we aan de andere kant van een pikzwart kanaal zien liggen. Dit veen is een restant van de immense pakketten hoogveen die eens Drenthe en Friesland bedekten. Nu een bijzonder fraai natuurmonument dat zich uitstrekt tot Veenhuizen. We zien aan de overkant diverse omgewaaide bomen. Ze hadden met hun wortels waarschijnlijk te weinig houvast in het zachte veen. Hun wortelpartij richt zich naar ons als kanonnen op een vesting. Het zijn vooral berkenbomen die het veen beërven. De vele bruine en groene graspollen geven hen de ruimte. Daar tussendoor grote en kleine waterpoeltjes met eveneens pikzwart water. Maar zo schoon en zuiver. “Ik durf er zo wel uit te drinken!” reageert Hedzer. Wim is een andere mening toegedaan.

We zijn niet de enigen bij de vogelkijkhut. Een grote groep jongelui, waarschijnlijk op kamp, heeft ook interesse voor deze natuur en de kijkhut. Begrijpelijk en daarnaast educatief. Vanuit de ´hut´ hebben we een mooi uitzicht over de vele vennen en het Fochteloërveen. Via een stukje verharde weg wandelen we verder in de richting van de toegang tot het Fochteloërveen. De zonnewarmte doet ons besluiten op korte mouwen over te gaan. En dat is heerlijk. Een verrukkelijk gevoel om de zonnestralen op je huid te voelen prikken en deze te verwarmen. Wat is dat lang geleden.

Via een smal paadje langs poeltjes, heidevelden en zandwallen wandelen we nu echt over dit prachtige hoogveengebied. En vanwege het mooie en heldere weer ´360 graden´ uitzicht. Heel in de verte ziet Wim de contouren van het nieuwe kantoor van zijn werkgever in Assen. Een afstand van ongeveer 20 km schat hij. Na een paar honderd meter komt het smalle paadje weer uit bij het bredere fietspad. Enkele meters verder in de berm een wit met zwarte strepen geverfd grenspaaltje. Het is precies 10.50 uur als we het paaltje passeren en vanuit Friesland de provincie Drenthe binnenwandelen. Voor ons in de verte het bos van Veenhuizen.

Voordat we in het ´justitiebos´ verdwijnen passeren we nog een groot ven, waar de wereld die voor ons ligt in weerspiegeld wordt. Een pronkjuweel. En dan wandelen we het bos in. In het bos met zijn kaarsrechte pad mogen we niet linksaf en niet rechtsaf. Overal bij de zijpaden duidelijke bordjes met de tekst ´verboden toegang´. Het is het terrein van de Rijkswerkinrichting die een paar honderd meter oostelijk in het bos is gelegen. Waarschijnlijk dat de ´gasten´ hier in het bos werkzaamheden verrichten en zo naast een frisse neus ook andere levenszaken leren.  Naast het bospad vlak voor een snelstromend beekje staat een imposante picknickbank die we niet kunnen en willen negeren. Tijd voor koffie en de bekende roze glacékoeken.  Het is inmiddels 11.30 uur. Al drinkend en kauwend zien we om ons heen de vele groenschakeringen die een bos in de lentetijd te bieden heeft. Het donkergroen van indrukwekkend hoge kerstbomen, het mystieke en fascinerende groen van de nieuwe naalden van de lariksen en het zachte en frisse groen van het nieuwe blad aan bomen en struiken. In de verte zien we auto´s voorbijrijden over de drukke tweebaansweg Veenhuizen - Assen.

Als we de Veenhuistervaart gepasseerd zijn en vervolgens de Hoofdweg hebben overgestoken slaan we gelijk linksaf en volgen het naastgelegen fietspad. Een groot bord in de berm waarschuwt bestuurders dat men hier aan trajectcontrole doet. Sympathiek om dat zo duidelijk aan te kondigen. Links aan de andere kant van de weg de Vaart van Veenhuizen, zoals er zovelen zijn in dit oeroude veengebied. Rechts een heerlijk groen weiland enigszins betoverd door de vele witte en gele bloemen. Eén groot veldboeket lijkt het. ´Over een week is het nog grootser en mooier!´ roept Hedzer. Verderop opvallend groen en lang gras. ´Komt uit Canada of Amerika´ zegt Hedzer. ´Groeit eerder en sneller en levert de boer dus meer op. Wim begint ´nu toch echt anders tegen Hedzer aan te kijken. Écht een natuurmens, meer dan ikzelf!´ denkt hij.

We slaan rechtsaf en na een paar honderd meter linksaf een breed zandpad op aan beide zijden beschermd door oude eikenbomen. Zoals je in deze omgeving wel meer ziet. Het is 12.20 uur als we het oude ´Gestichtsdorp´ Veenhuizen binnenstappen. Links en rechts naast de weg staan lange rijen bewaarderwoningen. Links aangegeven met letters. Rechts aangegeven met cijfers. Het zal allemaal te maken hebben met het ´Gesticht´wat in de 1818 in gebruik werd genomen voor veroordeelde landlopers, prostituees´s, dronkaards en meer van dat soort mensen. Nu makkelijk te vinden en eenvoudig bereikbaar, maar in die tijd ver afgelegen en bijna onbereikbaar. We lopen in een driekwart cirkel om het ´eerste Gesticht´ heen, wat nu als gevangenismuseum is ingericht. En dan komen we Kees en Marian tegen. Twee seniorwandelaars die eveneens het Drenthepad bewandelen en vandaag de route Norg – Appelscha. Als we een tijdje met ze staan te praten, blijkt dat ze in Norg verkeerd zijn gelopen, omdat aan de overkant van de straat bij de kerk dezelfde markering wordt aangegeven, terwijl daar niet het Drenthepad loopt. We slaan deze belangrijke informatie in ons geheugen op, zodat we niet op dezelfde wijze zullen worden misleid. Kees en Marian blijken ook enthousiaste wandelaars te zijn. Vanwege hun pensionering hebben ze hiervoor wel meer tijd. Volgende week gaan ze het Krijtlandpad in Zuid-Limburg doen. We wensen elkaar nog veel wandelplezier toe en vervolgen onze weg. Voordat we het ´Gestichtsdorp´ Veenhuizen verlaten passeren we nog enkele voor dit fraaie dorp zo karakteristieke panden met namen als: ´Werk en Bid´, ´Orde en Tucht´, ´Helpt Elkander´ en nog vele andere. Zo rondkijkend begrijpen we goed, dat men Veenhuizen graag op de Werelderfgoedlijst wil hebben. Wij zijn het in iedergeval daar helemaal mee eens.

We volgen een door tractorbanden uitgereden zandpad en begrijpen rondkijkend direct waarom deze de  ´Eikenlaan´ heet.  De route voert ons ook nog even over de plaatselijke begraafplaats met oude graven waar menig gedetineerde, maar ook werknemers van het Gesticht, begraven liggen. Even verderop slaan we linksaf en volgen de rechteroever van een soort van tochtsloot, maar wel één van 5 meter breed. Als we de oever volgen en deze naar rechts afbuigt schrikken we van twee opvliegende en veelkleurige ganzen. Het merk en type zijn ons onbekend. Zelfs Hedzer. We steken het water over bij een stuw om tien meter verderop via een wiebelende plank een zijsloot over te steken. En dan staan we ineens in een te nat stuk grasland met verderop een 20-tal zwarte koeien. Ze lijken op ´lakenvelders´ en ´Schotse Hooglanders´. Het is een natuurgebied wat we moeten doorkruisen. ´Diagonaal oversteken tot de greppel en deze verder volgen´ schrijft het gidsje ons voor. Moeizaam lopen we over het sompige weiland, waar op elke vierkante meter 30 centimeter diepe afdrukken staan van zo´n 200 koeienpoten. Maar bij de greppel aangekomen is het droger en ook beter lopen. We volgen de greppel in de richting van het grote houten hek dat ongeveer 300 meter verderop staat. Wim voelt zich niet helemaal op zijn gemak. Op ongeveer 100 meter voor hem  de koeienkudde. Met die grote lijven en vele horens ziet het er veel te indrukwekkend uit. Het bordje aan het begin van het weiland waarschuwde toch duidelijk om op minimaal 25 meter afstand van deze dieren te blijven omdat ze onberekenbaar zijn. Maar het vooruitzicht wijst duidelijk op een passage van de dieren van hooguit 5 meter . Een andere optie  - behalve teruggaan en dan? -  is er niet. Hedzer doet er helemaal niet moeilijk over en wandelt volkomen ontspannen in de richting van de kudde. Dat geeft Wim moed. De passage levert geen problemen op en weldra staan we bij het houten hek. Wim voelt zich weer een stuk beter en gedraagt zich alsof het ook voor hem een eitje was. Hedzer is zo verstandig daar niet op te reageren. Hij is immers ook een stuk  - 4 maanden -  ouder dan Wim. Dus meer levenservaring.

Een breed zandpad, later overgaand in een oude klinkerweg, voert ons langs weilanden met daarop grazend opnieuw vele ´lakenvelders´. Wat een prachtige dieren zijn dat toch. We passeren de immense ijsbaan van Westervelde en slaan bij een opvallende boom, die Wim doet denken aan het W.G. van der Hulstboekje ´De bengels in het bos`, linksaf. De wandeltocht voert verder langs een professionele boomhut met opklaptrap en kachel, langs een inmiddels glooiend landschap en een kleine boerderijcamping waar een heuse ´pipo-de-clownwagen´ gebruik van maakt. Schuin rechts in de verte zien we de bebouwing van Norg, ons einddoel vandaag. In dit prachtige Drentse landschap staan her en der verspreid die statige Drentse boerderijen met lange rieten daken, waar we allemaal wel eens bij weg dromen. Een achtergelaten boerenkar in een bosperceeltje staart ons troosteloos aan. Even voor Norg wandelen we om een meertje met veel lisdodde heen. Het meertje grenst aan  - waarschijnlijk -  het oudste stukje bos van Nederland. En dat vinden we heel bijzonder. In de hemelblauwe lucht zien we vanuit het zuidwesten steeds meer opdringerige wolkenpartijen opkomen.

Het maakt ons echter niets meer uit. Norg ligt op een halve kilometer voor ons en wij hebben een fantastische wandeltocht erop zitten. Niets kan deze dag nog verprutsen. Het brede en gele zandpad  - het lijkt wel een duinpad met dat mulle zand -  buigt naar links af en voert ons steeds dichter naar Norg. Rechts voor ons één van de twee molens die Norg rijk is.  Via de zandweg Heegkampweg komen we uiteindelijk uit in Norg bij de Asserstraat. Een drukke weg dus oppassen geblazen. Links zien we boven de oude Drentse daken de kerktoren van de Hervormde kerk van Norg. Een eeuwenoud gebouw. Daar moeten we zijn, want daar staat Hedzer zijn vrouw Tsjikke ons op te wachten. Die moest vanmiddag in Assen zijn en vond het geen enkel probleem om ons op te pikken. Wat een geweldig mens!

Voldaan zitten we in haar auto. Het dashboardklokje geeft aan dat het 14.53 uur is. Wat een geweldige wandeldag. We kunnen er voorlopig weer even tegen! 

Naar volgende etappe: Norg-Zuidlaren


 

fotoshow